Home

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24-05-2017, ECLI:NL:OGEAA:2017:397, A.R. no. 957 van 2016

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24-05-2017, ECLI:NL:OGEAA:2017:397, A.R. no. 957 van 2016

Gegevens

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24 mei 2017
Datum publicatie
29 mei 2017
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2017:397
Zaaknummer
A.R. no. 957 van 2016

Inhoudsindicatie

Civiel. Clausule echtscheidingsconvenant.

Uitspraak

Vonnis van 24 mei 2017

Behorend bij A.R. no. 957 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[Eiser],

wonende in Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: [Eiser],

gemachtigde (voorheen): de advocaat mr. Chris Lejuez, vanaf repliek procederend in persoon,

tegen:

[Gedaagde],

verblijvende in Peru, voor deze zaak gedomicilieerd ten kantore van haar hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [Gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de conclusie van antwoord, met producties;

-de conclusie van repliek, met producties;

-de conclusie van dupliek;

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

Eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-het tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant partieel ontbindt voor wat betreft de toedeling aan [Gedaagde] van de aandelen in Charnel N.V., h.o.d.n. Concordiapharma, en het filiaal van die vennootschap in Sint Maarten, alsmede de daar tegenoverstaande verplichting van [Gedaagde] om aan [Eiser] vijftien jaar lang per kwartaal Afl. 20.000,-- te betalen met bijbehorende boeteclausule en verplichting tot verzekering;

-[Gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

2.2 [

Gedaagde] voert verweer en concludeert dat [Eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [Eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van [Gedaagde] wordt daarom verworpen.

3.2 [

Eiser] vordert partiële ontbinding van het tussen partijen op 25 november 2014 gesloten echtscheidingsconvenant, zijnde een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW. Dat echtscheidingsconvenant vermeldt echter het volgende onder artikel III lid 8: “Dit convenant zal niet bij rechterlijke uitspraak kunnen worden gewijzigd op grond van verandering van omstandigheden en partijen verbinden zich zonder enig voorbehoud en onvoorwaardelijk geen ontbinding, nietig verklaring of vernietiging van deze overeenkomst te zullen vorderen.”.

3.3

De hiervoor geciteerde clausule brengt met zich dat het convenant alleen in zeer uitzonderlijke of bijzondere omstandigheden al dan niet partieel kan worden ontbonden. Die omstandigheden moeten met zich brengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat in dit geval [Gedaagde] zich beroept op die clausule. Bij de beantwoording van de vraag of dit het geval is, dient het Gerecht terughoudendheid te betrachten.

3.4

De beweerdelijke tekortkomingen door [Gedaagde] in de nakoming van de voor haar uit het convenant voorvloeiende verplichtingen brengen naar het oordeel van het Gerecht nog niet mee dat haar beroep op bedoelde clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit klemt temeer omdat gesteld noch is gebleken dat de aandelen van [Eiser] in Charnel N.V. (te weten 51% van het totaal aantal aandelen) inmiddels zijn geleverd aan [Gedaagde], waardoor de (impliciete) stelling van [Eiser] - dat [Gedaagde] (die in elk geval de overige aandelen in die vennootschap houdt) het voor het zeggen heeft binnen Charnel N.V. doch dat bedrijf niet naar behoren drijft - feitelijke grondslag mist. Zolang die (meerderheid van) aandelen niet zijn geleverd aan [Gedaagde], heeft [Eiser] het immers voor het zeggen binnen Charnel N.V.. Daar komt bij dat [Eiser] zijn door [Gedaagde] gemotiveerd bestreden stelling - dat [Gedaagde] als gevolg van het bij partijen genoegzaam bekende haar overkomen ongeval niet meer in staat is haar commerciële belangen te behartigen - niet of onvoldoende heeft gesubstantieerd.

3.5

Overige omstandigheden, die tot het oordeel zouden kunnen leiden dat het beroep van [Gedaagde] op bedoelde clausule naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is, zijn gesteld noch gebleken.

3.6

Al het vorenstaande brengt met zich dat de vorderingen van [Eiser] zullen worden afgewezen.

3.7 [

Eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).

4 DE UITSPRAAK