Home

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 04-07-2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:160, CUR201802164

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 04-07-2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:160, CUR201802164

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
4 juli 2018
Datum publicatie
11 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2018:160
Zaaknummer
CUR201802164

Inhoudsindicatie

Noodregeling verzekeraar Ennia. Tevens van toepassing op groepsvennootschappen, nu het verzekeringsbedrijf wordt uitgeoefend door alle verweersters gezamenlijk

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

inzake het verzoek van:

CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN,

gevestigd in Curaçao,

verzoekster, hierna ‘de Centrale Bank’,

gemachtigden: de advocaten mrs. S.M. Altena, K.D. Keizer en S.N.I. Francisco,

tot het uitspreken van de noodregeling ten aanzien van:

1 ENNIA Caribe Leven N.V.,

2. ENNIA Caribe Schade N.V.,

3. ENNIA Caribe Zorg N.V.,

4. EC Investments B.V.,

5. ENNIA Caribe Holding N.V.,

alle gevestigd in Curaçao.

verweersters, hierna gezamenlijk ook ‘Ennia’,

gemachtigden: de advocaten mrs. C.H.M. Fiévez en G.P. Roth.

1 Procesverloop

De Centrale Bank heeft op 3 juli 2018 een verzoekschrift ingediend tot het uitspreken van de noodregeling als bedoeld in artikel 60 Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf (hierna: LTV). Ennia is bij deurwaardersexploten van heden, 10.30 uur, opgeroepen voor de behandeling van het verzoek. Het verzoek is heden om 14.15 uur in het openbaar behandeld. Namens de Centrale Bank zijn verschenen haar advocaten, alsmede de heren [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4]. Namens Ennia zijn haar advocaten verschenen, alsmede de heren [naam 5], [naam 6] en [naam 7].

2 Het verzoek

De Centrale Bank verzoekt het Gerecht:

- de noodregeling als bedoeld in artikel 60 LTV uit te spreken ten aanzien van ieder van verweersters;

- de Centrale Bank te machtigen conform het bepaald in artikel 60 lid 2 LTV ten aanzien van al de onder de noodregeling geplaatste vennootschappen; en,

- het bedrag van de kosten van de noodregeling voorlopig vast te stellen op NAf 500.000.

3 De beoordeling

4 Beslissing