Home

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 05-02-2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:25, AR 79858/2016

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 05-02-2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:25, AR 79858/2016

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
5 februari 2018
Datum publicatie
12 maart 2018
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2018:25
Zaaknummer
AR 79858/2016

Inhoudsindicatie

Vordering inzage documenten aanbesteding

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Antillean Rain Gutters N.V.,

gevestigd te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers,

tegen

de naamloze vennootschap

Curaçao Industrial and International Trade Development Company (Curinde) N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. G.W. Wesselingh en B.J.F. Stuart.

Partijen zullen hierna ARG en Curinde genoemd worden.

1 1. Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift met producties van 10 augustus 2016;

- de conclusie van antwoord van 5 december 2016;

- de pleitnota van ARG overgelegd ter zitting van 6 juni 2017;

- de aantekeningen van de griffier ter zitting van 6 juni 2017.

1.2.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

In januari 2016 heeft Curinde in het kader van de onderhandse aanbesteding van het project “Renoveren van de dakbedekking van Loods D.I. te Economische Zone Hato” om offertes van aannemers verzocht.

2.3.

Curinde heeft het Ingenieursbureau Techcon N.V. (hierna: Techcon) in de arm genomen om de aanbesteding te begeleiden.

2.4.

Het Bestek voor het project bestond uit standaard algemene administratieve bepalingen (van september 1988) (hierna: SAAB), technische bepalingen en bijlagen.

2.5.

Op 4 april 2016 is een inlichtingenvergadering gehouden.

2.6.

De nota van inlichtingen 1 was vanaf 13 april 2016 beschikbaar. Bij de nota van inlichtingen 1 is in bijlage 1 een overzicht gevoegd van de in te dienen stukken van de inschrijving.

2.7.

In de nota van toelichtingen 1 is, onder meer, bepaald dat de inschrijver een verklaring van de Ontvanger en de Sociale Verzekeringsbank dient te overleggen.

2.8.

De aanbesteding heeft plaatsgevonden op 4 mei 2016 ten kantore van Curinde. Drie aannemers hebben zich ingeschreven.

2.9.

ARG heeft na de aanbesteding verzocht om een proces-verbaal van aanbesteding om vastgesteld te krijgen in hoeverre door de afzonderlijke inschrijvers bij aanbesteding de bij nota van inlichtingen 1 voorgeschreven documenten zijn overgelegd. Techcon heeft dit verzoek afgewezen.

2.10.

Bij brief van 14 juni 2016 heeft Techcon ARG medegedeeld dat de keuze niet op haar was gevallen.

2.11.

Bij brief van 5 juli 2016 is Curinde door ARG gesommeerd om een proces-verbaal van de aanbesteding en om een verklaring omtrent de geldigheid van de inschrijving van Dutch Caribbean Roofing (hierna: DCR).

2.12.

Op 15 juli 2016 heeft Curinde daarop de bij Productie 9 overgelegde stukken toegestuurd vergezeld van een brief dat Curinde geen reden heeft om te twijfelen aan de geldigheid van de inschrijving van DCR.

2.13.

Artikel 103b sub 4 SAAB luidt: “onvolledige, onduidelijke of onjuiste invulling van inschrijvingsbiljetten en het ontbreken van de geëiste bijlagen maakt de inschrijving ongeldig, tenzij naar het oordeel van de aanbesteder het biljet incl. bijlagen voldoende zekerheid verschaft omtrent de persoon en de bedoelingen van de inschrijver(s)”.

3 Het geschil

3.1.

ARG vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Curinde tot:

A. primair afschrift van, subsidiair inzage in, de door DCR op de onderhavige aanbesteding gedane inschrijving, meer in het bijzonder het door DCR bij aanbesteding overlegde inschrijfbiljet met bijlagen;

B. primair afschrift van, subsidiair inzage in, de aanneemovereenkomst tussen Curinde en DCR dan wel de partij aan welke het werk is gegund;

C. alles binnen een werkdag na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 5.000,- per dag dat gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling geheel of gedeeltelijk te voldoen;

D. gedaagde bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder griffiegelden, oproepingskosten en gemachtigdensalaris.

3.2.

ARG doet een verzoek ex artikel 843a Rv en stelt, onder verwijzing naar het gelijkheids- en transparantiebeginsel, recht en belang te hebben op c.q. bij inzage of afschrift van de genoemde bescheiden nu ARG als inschrijver in een bijzondere rechtsbetrekking tot Curinde als aanbesteder staat.

3.3.

Curinde stelt, onder meer, dat ARG geen beroep op artikel 843a Rv toekomt, nu de verzochte bescheiden geen betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij ARG partij is.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing