Home

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31-01-2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:15, CUR201803525

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31-01-2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:15, CUR201803525

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
31 januari 2019
Datum publicatie
4 februari 2019
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2019:15
Zaaknummer
CUR201803525

Inhoudsindicatie

Noodregeling verzekeraar Ennia; vordering aandeelhouder tot schorsing; ontvankelijkheid; solvabiliteitstekort; begrip “verzekeraar”; beginselen van eerlijk proces en algemene beginselen van behoorlijk bestuur; artikel 843a Rv

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

de besloten vennootschap

PARMAN INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd in Curaçao,

eiseres,

gemachtigden: mr. A. Bach Kolling, mr. G. te Winkel en mr. F.C. Leijdesdorff (Nederland),

tegen

de openbare rechtspersoon

CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mr. A.M. Altena en mr. K.D. Keizer.

Partijen zullen hierna Parman en CBCS genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties van 25 oktober 2018;

- het verweerschrift met producties;

- de aanvullende producties van Parman;

- de aanvullende productie van CBCS;

- de mondelinge behandeling van 10 januari 2019;

- de pleitnotities van de gemachtigden van beide partijen.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Parman is aandeelhouder van ENNIA Caribe Holding N.V. (hierna: ECH). Meerderheidsaandeelhouder en bestuurder van Parman is de heer H. [aandeelhouder].

2.2.

ECH is (direct of indirect) aandeelhouder van E.C. Investment B.V. (hierna: ECI), ENNIA Caribe Leven N.V. (hierna: ECL), ENNIA Caribe Zorg N.V. (hierna: ECZ), ENNIA Caribe Schade N.V. (hierna: ECS) en EC Holding N.V. (hierna: Holding).

2.3.

ECL, ECZ en ECS zijn actief in de verzekeringsbranche. De drie vennootschappen worden hierna ook aangeduid als Verzekeraars.

2.4.

Op grond van de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf (hierna: LTV) houdt CBCS toezicht op het verzekeringsbedrijf.

2.5.

Verzekeraars beschikten tot 3 juli 2018 over een vergunning in de zin van de LTV.

2.6.

De activa van Verzekeraars bestaan voor een substantieel deel uit vorderingen op ECH en ECI (zogenoemde “intercompany receivables”). Als gevolg hiervan voldoen Verzekeraars niet aan de solvabiliteitseisen, zoals CBCS die in 2015 heeft gewijzigd.

2.7.

Vanaf (in elk geval) 2015 heeft CBCS bij verschillende gelegenheden bij Verzekeraars aangedrongen op verbetering van de solvabiliteit en op terugdringing van het concentratierisico. Bij brief van 4 augustus 2016 heeft CBCS aan Verzekeraars in dit verband een tiental instructies gegeven, waaronder een verbod op een “verdere toename van leningen aan en vorderingen op geaffilieerde entiteiten.”

2.8.

Bij brief van 22 september 2016 heeft CBCS aan Verzekeraars laten weten dat het door Verzekeraars naar aanleiding van de brief van 4 augustus 2016 gedane voorstel “niet zal leiden tot de vereiste verlaging van het concentratierisico.” In de brief heeft CBCS te kennen gegeven voornemens te zijn om stille curatoren bij Verzekeraars aan te stellen (op grond van artikel 31 LTV). Hiertoe is CBCS bij brief van 29 september 2016 overgegaan.

2.9.

Bij brief van 21 december 2017 heeft CBCS aan ECL onder meer het volgende bericht:

In light of the above it is the Bank’s preliminary conclusion that the proposals concerned, apart from not being in compliance with the instructions of the Bank, do not provide tangible solutions for the problems at hand.

[...]

Non-compliance with this matter will induce the Bank to take stronger measures against ECL, with the emergency measure as contained in article 60 [...] being one of the possibilities. [...]

[...]

Finally, the Bank reminds you that in the meantime more than a year has passed since the instructions issued by the Bank in its letter of September 22nd, 2016 and that no significant improvement was noted in the exposure of ECL in affiliates.

2.10.

In de daarop volgende periode heeft verschillende keren overleg plaatsgevonden tussen de Ennia-groep en CBCS. Op 21 juni 2018 vond een bespreking plaats over een voorstel van het bestuur van de Ennia-groep om te komen tot herstructurering van de groep. Bij deze bespreking was ook [aandeelhouder] aanwezig.

2.11.

Op 22 juni 2018 heeft ECI een bedrag van USD 100 miljoen overgemaakt naar Parman Enterprises LLC. Van deze vennootschap is [aandeelhouder] bestuurder.

2.12.

Op 3 juli 2018 heeft CBCS de vergunning van Verzekeraars ingetrokken. Verzekeraars hebben tegen die intrekking beroep ingesteld en het gerecht verzocht bij wijze van voorlopige voorziening het besluit tot intrekking te schorsen. Het gerecht heeft dit verzoek op 4 juli 2018 afgewezen.

2.13.

Op (eveneens) 3 juli 2018 heeft CBCS het gerecht verzocht ten aanzien van Verzekeraars en ECH en ECI de noodregeling als bedoeld in artikel 60 LTV uit te spreken. Dit verzoek is op 4 juli 2018, na de in 2.12 bedoelde beslissing van het gerecht, ter zitting behandeld. Bij beschikking van diezelfde dag heeft het gerecht de noodregeling uitgesproken. De uitspraak luidt, voor zover van belang, als volgt:

3.5

Volgens de Centrale Bank heeft Ennia een ernstig solvabiliteitstekort dat alleen maar verder verslechtert. Volgens Ennia [lees: Centrale Bank; toevoeging gerecht] rechtvaardigt alleen al dit feit het uitspreken van de noodregeling. Daarnaast speelt volgens de Centrale Bank:

(i) dat de beleidsbepalers van verweersters 1, 2 en 3 [Verzekeraars; toevoeging gerecht] en de uiteindelijke aandeelhouder de heer H. [aandeelhouder] (verder: [aandeelhouder]) de aanwijzingen van de Centrale Bank en de stille curatoren niet opvolgen;

(ii) dat de activa die toebehoren aan Ennia via verweersters 4 en 5 [ECH en ECI; toevoeging gerecht] aan het toezicht van de Centrale Bank worden onttrokken, en

(iii) dat is gepoogd 100 miljoen USD te onttrekken aan de effectenrekening van verweerster 4 bij Merrill Lynch in New York de vrees rechtvaardigen dat die activa buiten Ennia worden gebracht.

Deze omstandigheden dragen volgens de Centrale Bank verder bij aan de noodzaak om de noodregeling uit te spreken.

[...]

3.7

De door de Centrale Bank ter onderbouwing van haar verzoek aangedragen omstandigheden zijn aannemelijk geworden en vergen naar het oordeel van het Gerecht dat, ter waarborging van de belangen van de schuldeisers (onder wie de verzekerden) van Ennia, de noodregeling wordt uitgesproken. Voor zover door Ennia ter zitting om aanhouding van de beslissing is verzocht, wordt dit afgewezen.

3.8

Alle verweersters behoren tot dezelfde groep, met verweersters 1, 2, 3 en 4 als dochtervennootschappen van verweerster 5. Als niet-weersproken staat vast dat de zeggenschap in alle verweersters uiteindelijk via Parman International B.V. gelegen is bij groot-aandeelhouder [aandeelhouder]. [...]

[...]

3.10

Het Gerecht zal de noodregeling ook ten aanzien van verweersters 4 en 5 uitspreken. Aannemelijk is geworden dat het verzekeringsbedrijf van Ennia wordt uitgeoefend door alle verweersters gezamenlijk, waarbij verweerster sub 4 fungeert als een entiteit waarin de onderliggende activa (goeddeels afkomstig uit door verzekeringnemers afgedragen premies) zijn ondergebracht, en waarbij verweerster sub 4 en 5 zich bezighouden met het beheer van de gelden en activa ten behoeve van de verzekeringnemers, verzekerden of andere gerechtigden op uitkeringen. Onbetwist is dat de activa van verweersters 1, 2 en 3 voor 82% bestaan uit leningen aan en vorderingen op gelieerde entiteiten, welke leningen en vorderingen in totaal circa NAf 1,5 miljard bedragen. De Centrale Bank heeft aangevoerd dat zij met de noodregeling primair tot een herstructurering wil komen, om daarmee de solvabiliteit van Ennia te herstellen. Dat is volgens de Centrale Bank slechts mogelijk indien de Centrale Bank in de positie wordt gebracht dat zij de thans bestaande constructie van middellijk beleggen ongedaan kan maken en kan beschikken over de onderliggende activa van het verzekeringsbedrijf. Aannemelijk is geworden dat een noodregeling zonder verweersters 4 en 5, de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van Ennia niet of nauwelijks zal kunnen dienen. Het belang van de schuldeisers van Ennia en het maatschappelijk belang (onbetwist is aangevoerd dat Ennia goed is voor 50% van de totale verzekeringsmarkt in Curacao en Sint Maarten en voor 80% van de pensioenmarkt van Curacao) vorderen dat de noodregeling ook ten aanzien van verweersters 4 en 5 wordt uitgesproken. In dat verband wordt verwezen naar HR 15 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1925, NJ 1996, 653 en 24 juni 2005 ECLI:NL:PHR:2005:AT6005).

[...]

3.12

Het op [artikel 60 lid 2 LTV; toevoeging gerecht] gebaseerde verzoek van de Centrale Bank tot machtiging is dan ook toewijsbaar.

[...]

4 Beslissing

Het Gerecht:

4.1

spreekt uit de noodregeling als bedoeld in artikel 60 LTV ten aanzien van ieder van verweersters;

4.2

machtigt de Centrale Bank conform het bepaald in artikel 60 lid 2 LTV ten aanzien van al de onder de noodregeling geplaatste verweersters;

2.14.

Op 6 juli 2018 heeft het gerecht op verzoek van CBCS de noodregeling ook uitgesproken ten aanzien van Holding.

2.15.

Na het uitspreken van de noodregeling hebben Verzekeraars het beroep tegen de intrekking van de vergunning ingetrokken. Parman heeft als derde (ook) beroep ingesteld tegen de intrekking van de vergunning. Op dit beroep is nog niet beslist.

2.16.

Bij beslissing van 20 december 2018 heeft het Amerikaanse Bankruptcy Court te New York de procedure die heeft geleid tot het uitspreken van de noodregeling erkend als “foreign main proceeding” in de zin van de Bankruptcy Code.

2.17.

Artikel 60 LTV luidt als volgt, voor zover van belang:

1. Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers van de verzekeraar, wiens vergunning is ingetrokken een bijzondere voorziening vordert, kan het Gerecht, op verzoek van de Bank de noodregeling uitspreken.

2. Bij het uitspreken van de noodregeling machtigt het Gerecht de Bank tot:

a. vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar;

b. overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering: of

c. herstructurering van het bedrijf van de verzekeraar.

Zolang de Bank nog niet is gebleken dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekt de machtiging mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar.

3. [...]

4. Het Gerecht behandelt het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze landsverordening niet is afgeweken.

5. [...]

6. Het Gerecht geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Bank zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.

7. Een door de verzekeraar tegen de intrekking van een vergunning ingesteld bezwaar of beroep schorst de behandeling van het verzoek van de Bank tot het uitspreken van de noodregeling niet.

8. [...]

9. Tegen de beschikking staat generlei voorziening open behoudens cassatie in het belang der wet.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing