Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 06-04-2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:93, CUR2020H00130
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 06-04-2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:93, CUR2020H00130
Gegevens
- Instantie
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 6 april 2021
- Datum publicatie
- 14 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2021:93
- Zaaknummer
- CUR2020H00130
Inhoudsindicatie
borgtocht – verjaring vordering op hoofdschuldenaar – verjaring vordering op borg.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:
Registratienummers: CUR201800891 – CUR2020H00130
Uitspraak: 6 april 2021
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in de zaak van:
1 de naamloze vennootschapQCS REALTY N.V.,
2. [APPELLANT 2],
gevestigd onderscheidenlijk wonend te Curaçao,
oorspronkelijk gedaagden, thans appellanten,
gemachtigde: mr. A.C. Small.
tegen
de stichting FUNDASHON KORPORASHON PA DESAROYO DI KÒRSOU (KORPODEKO),
gevestigd te Curaçao,
oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en S.X.T. Hato.
Partijen worden hierna genoemd: enerzijds QCS en [Appellant 2] en anderzijds Korpodeko.
1 Het verloop van de procedure
Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht), wordt verwezen naar het tussen partijen op 30 maart 2020 uitgesproken vonnis.
QCS en [Appellant 2] zijn bij akte van appel op 11 mei 2020 in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. In een op 22 juni 2020 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben zij vijf grieven voorgedragen en geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Korpodeko in de kosten van beide instanties.
Korpodeko heeft in een memorie van antwoord het appel bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van QCS en [Appellant 2] hoofdelijk in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Op 17 november 2020, de voor schriftelijk pleidooi bepaalde dag, hebben de gemachtigden van partijen pleitaantekeningen overgelegd.
Uitspraak is nader bepaald op heden.
2 De ontvankelijkheid
QCS en [Appellant 2] zijn tijdig en op de juiste wijze in hoger beroep gekomen en kunnen daarin worden ontvangen.