Parket bij de Hoge Raad, 03-02-1998, ECLI:NL:PHR:1998:4, 106.887
Parket bij de Hoge Raad, 03-02-1998, ECLI:NL:PHR:1998:4, 106.887
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 februari 1998
- Datum publicatie
- 17 oktober 2018
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1998:4
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1998:ZD1016
- Zaaknummer
- 106.887
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Gevolgen vernietiging strafzaak voor beslissing ontnemingszaak, art. 511i en 557.4 Sv. HR ambtshalve: Geen grond aanwezig waarop bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Omstandigheid dat betalingsverplichting mede is opgelegd ter ontneming van w.v.v. dat betrokkene t.z.v. in hoofdzaak onder 9 bewezenverklaarde heeft verkregen en dat HR in hoofdzaak gewezen arrest van Hof o.m. wat betreft beslissingen t.a.v. onder 9 tlgd. heeft vernietigd, doet hieraan niet af. Ingevolge art. 557.4 Sv kan uitspraak op vordering van OM a.b.i. art. 36e Sr eerst worden tenuitvoergelegd nadat en v.zv. veroordeling a.b.i. art. 36e.1 Sr in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv uitspraak op vordering van OM a.b.i. art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en v.zv. uitspraak als gevolg waarvan veroordeling van verdachte a.b.i. in art. 36e.1 Sr achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat. Volgt verwerping.
Conclusie
Nr. 106.887 P Mr MachielseZitting 3 februari 1998
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Edelhoogachtbaar College,
Het hof heeft aan verzoeker de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van f 5000.
Namens verzoeker is tegen deze uitspraak cassatie ingesteld.
Middelen van cassatie zijn evenwel niet ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.
Gronden waarop Uw Raad gebruik zou behoren te maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,