Home

Parket bij de Hoge Raad, 06-10-2015, ECLI:NL:PHR:2015:2319, 14/00899

Parket bij de Hoge Raad, 06-10-2015, ECLI:NL:PHR:2015:2319, 14/00899

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2015
Datum publicatie
2 december 2015
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:2319
Formele relaties
Zaaknummer
14/00899

Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel (gooien vuurwerkbom op dak van ME-busje).

Conclusie

Nr. 14/00899

Zitting: 6 oktober 2015

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 24 januari 2014 de verdachte wegens 1. “poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening”, 2. ‘’opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’’ en 3. ‘’overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan’’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek als bedoeld in de artt. 27 en 27a Sr, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid opgelegd, de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen, aan verdachte een betalingsverplichting opgelegd en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen, een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Namens verdachte heeft mr. T.P. van Dijken, advocaat te Amsterdam beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld

3. Het eerste middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit niet steunt op de gebezigde bewijsmiddelen, nu daaruit niet het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan worden afgeleid, althans dat het Hof het hiertoe strekkende door de verdediging gevoerde verweer onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.

4. Ten laste van de verdachte is, voor zover voor de beoordeling van dit middel van belang, bewezenverklaard dat:

‘’hij op 01 december 2012 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten een politieambtenaar van de politie Rotterdam Rijnmond genaamd [verbalisant 1] , gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet brandend zwaar vuurwerk (een vuurwerkbom) op het dak van een dienstmotorvoertuig van de mobiele eenheid heeft gegooid, terwijl [verbalisant 1] in voornoemd dienstmotorvoertuig zat als chauffeur bij de mobiele eenheid van politie Rotterdam-Rijnmond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;’’

5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

‘’1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2012 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17K0 2012557394-4.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1 en 2):

als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , dan wel één hunner:

Op 1 december 2012 waren wij aanwezig bij de voetbalregeling Feyenoord-RKC. Wij bevonden ons op het Van Zandvlietplein te Rotterdam aan de zijde van het "Topsportcentrum." Het herkenbaar dienstmotorvoertuig, voorzien van kenteken 13-RXJ-1, waar wij gebruik van maakten stond op dat moment geparkeerd op het Van Zandvlietplein

Te 18:12 uur zag ik, verbalisant [verbalisant 2] , dat er een groep van ongeveer vijf á zes mannen het voornoemde dienstmotorvoertuig passeerde. Ik zag dat de voornoemde groep stil bleef staan en dat de afstand tussen de groep en het dienstmotorvoertuig ongeveer tien meter was. Ik zag dat een van de mannen met zijn gezicht in de richting van het dienstmotorvoertuig stond. Ik zag dat de voornoemde man een blanke man was die een muts op had. Ik zag dat de voornoemde man iets in zijn hand vast had en dat het voorwerp rookte.

Ik zag dat de voornoemde man een gooi beweging maakte en dat hij het rokende voorwerp in de richting van het dienstmotorvoertuig gooide en dat het voorwerp op het dak van het dienstmotorvoertuig terecht kwam. Ik zag dat het rokende voorwerp, vanaf het moment dat de man het vasthad tot het moment dat het op het dak van het dienstmotorvoertuig terecht kwam, in de lucht een rookspoor had achtergelaten.

Te 18:13 uur ben ik met verbalisant [verbalisant 2] meegelopen in de richting van de voornoemde groep. Terwijl wij naar de voornoemde groep liepen hoorden wij, uit de richting van het voornoemde dienstmotorvoertuig, achter elkaar vijf á zes vuurwerk knallen en direct daarna hoorden wij een hele harde explosie. Tevens zagen wij een felle lichtflits en voelden wij een drukgolf en roken wij een sterke kruitlucht. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , voelde dat mijn linkeroor suisde. Op het moment van de explosie zat collega [verbalisant 1] in het voornoemde dienstmotorvoertuig.

Gelet op de feiten en omstandigheden eerder genoemd in ons proces-verbaal van bevindingen hebben wij de 'voornoemde man' aangemerkt als verdachte en hebben wij hem te 18:14 uur aangehouden. De aangehouden verdachte bleek later genaamd te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] -1972 te [geboorteplaats] en wonende [a-straat 1] te [woonplaats] .

Wij zijn met de aangehouden verdachte naar het dienstvoertuig gelopen en wij zagen dat collega [verbalisant 1] ons tegemoet kwam lopen. Hij zei dat het dak van het voertuig was vernield en dat er een flinke deuk in zat.

2 Een proces-verbaal van bevindingend.d. 1 december 2012 van

de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17C0 2012557394-14.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 3) :

als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , dan wel één hunner:

Op 1 december 2012 hebben wij verbalisanten een man op het Van Zandvlietplein te Rotterdam aangehouden die werd verdacht van het afsteken van zwaar vuurwerk. Deze aanhouding is gerelateerd onder het volgende proces-verbaalnummer: 2012557394-4.

Nadat wij de aangehouden verdachte hadden overgebracht het politiebureau en de bevindingen hadden opgemaakt zijn wij teruggegaan naar onze ME-bus. Dit betrof de ME-bus met het volgende kenteken: 13-RXJ-l.

Toen wij in de bus naar het dak keken, zagen wij dat er een gat in het dak zat. Dit gat had een doorsnede van ongeveer 15 cm. Wij zagen tevens dat er rondom het gat metaal naar binnen was gebogen. Tevens waren er koperen draden zichtbaar die mogelijk aan de speaker in de bus hadden gezeten. Deze speaker hebben wij in de bus niet meer aangetroffen, mogelijk was deze helemaal verpulverd door de explosie. Direct onder het gat bevind zich een klapstoel, waar bij een bemand voertuig de plaatsvervanger plaats neemt. Wij zagen dat er in de bekleding van de klapstoel koperkleurige splinters metaal zaten.

3 Een proces-verbaal aangifted.d. 1 december 2012 van de

politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17D0 2012557394-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 6-7):

als de op 1 december 2012 afgelegde verklaring van [verbalisant 1] :

Op 1 december 2012 bevond ik mij op het Van Zandvlietplein te Rotterdam. Ik was op dat moment werkzaam als chauffeur bij de Mobiele Eenheid van politie Rotterdam-Rijnmond. Het voertuig waarin ik zat, was herkenbaar als voertuig van de mobiele eenheid. Het kenteken van het voertuig waar ik in zat, is 13-RXJ-l.

Ik was daar werkzaam in verband met de voetbalwedstrijd van Feyenoord tegen RKC, die later deze avond gespeeld zou worden.

De spelersbus van RKC was zojuist hij het Feyenoord stadion aan de zijde van het Van Zandvlietplein gearriveerd.

Ik opende de voordeur aan de bestuurderszijde en hoorde toen een tik op het dak van het voertuig waarin ik zat. Direct hierop hoorde ik een gesis alsof er iets spetterde en direct daarop hoorde en voelde ik een oorverdovende harde knal. Ik begreep direct dat dit vermoedelijk een vuurwerkbom was geweest, die kennelijk op het dak van mijn voertuig was gegooid. Ik hoorde na de harde knal ongeveer 30 seconden lang alleen nog maar een harde piep in mijn oren. Deze harde piep trok langzaam weg maar nog steeds heb ik een enigszins doof gevoel in mijn oren en hoor ik een lichte constante piep. Toen ik later op het dak van mijn mobiele eenheid voertuig keek, zag ik dat een behoorlijke deuk in het dak was ontstaan. Voor elk optreden word het voertuig waar ik in rijd gecontroleerd. Dit is standaard en word door elke chauffeur gedaan. Toen wij omstreeks 17:00 uur deze dag wegreden zat er geen deuk in het dak.

4. Een proces-verbaal aangifte d.d. 11 december 2012 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. PL17I0 2012557394-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 26-27):

als de op 6 december 2012 afgelegde verklaring van [betrokkene] :

Ik ben werkzaam als medewerker BCCB bij de politie Rotterdam-Rijnmond. Ik ben gerechtigd om namens de politie Rotterdam-Rijnmond aangifte te doen.

Ik doe aangifte van vernieling van een dienstmotorvoertuig dat eigendom is van de politie Rotterdam-Rijnmond, voorzien van kenteken 13-RXJ-1, en uitgerust als voertuig van de Mobiele Eenheid, hierna ME-bus genoemd. Op 1 december 2012 werd dit voertuig ingezet als ME-bus bij de voetbalwedstrijd Feyenoord-RKC. Hiertoe werd het voertuig bij aanvang van de dienst gecontroleerd. Er was omstreeks 17:00 uur geen schade aan de bus. Ik hoorde van de chauffeur van de ME-bus, [verbalisant 1] , dat er omstreeks 18:15 uur schade aan de ME-bus was ontstaan op het Van Zandvlietplein te Rotterdam. Tevens vernam ik dat er een verdachte was aangehouden voor het gooien van vuurwerk op de ME-bus. De schade was ontstaan door vuurwerk dat op het dak van de ME-bus was gegooid.

Ik zag dat er een deuk en een gat in het dak waren ontstaan. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

5 Een proces-verbaal van bevindingend.d. 7 januari 2013 van

de politie Rotterdam-Rijnmond, Forensische Opsporing, met nr. 2012557394-17. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 73-91):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren, dan wel één hunner:

Op 2 december 2012 werden wij in kennis gesteld van het feit dat op 1 december 2012 op het Van Zandvlietplein te Rotterdam een explosief was gegooid naar een auto van de Mobiele Eenheid, verder in dit proces-verbaal ME bus genoemd. Naar aanleiding van het bovengenoemd incident hebben wij een onderzoek ingesteld in en aan een bedrijfsauto, voorzien van het kenteken 13-RXJ-1.

Bevindingen onderzoek

Tijdens het onderzoek troffen wij een ME bus aan met aan de buitenzijde een beschadigd dak. Deze beschadiging betrof een deuk met in het midden een ongelijkmatig, langwerpig gat dat ter hoogte van de stroboscoop lichtunit linksvoor was gesitueerd. Dit gat had een doorsnede van ongeveer 40 centimeter en een maximale grootte van ongeveer 16 centimeter.

Tevens zagen wij dat het metalen dak van deze bus op de plek van de impact naar binnen gekruld was en dat de lak van het dak verdwenen was. De beschadigingen aan het dak passen bij het beeld dat men zou verwachten bij een beschadiging als gevolg van een explosie. Tevens zagen wij op de vloer van het tweede compartiment van de ME bus diverse onderdelen welke wij herkenden als onderdelen van een luidspreker, alsmede enkele stukken grijs hard plastic. Op de zitting van de bijrijdersstoel zagen wij een stukje metaal liggen. Eveneens zagen wij dat stukken bedrading, vermoedelijk afkomstig van de luidspreker, aanwezig waren op de hoofdsteun van de klapstoel achter de bestuurderstoel.

6. Een proces-verbaal van verhoord.d. 11 december 2012 van de

7. Een proces-verbaal van verhoord.d. 1 december 2012 van de

9 De verklaring vande verdachte.

10 Een proces-verbaal van bevindingend.d. 1 december 2012