Home

Parket bij de Hoge Raad, 16-05-2017, ECLI:NL:PHR:2017:547, 15/05012

Parket bij de Hoge Raad, 16-05-2017, ECLI:NL:PHR:2017:547, 15/05012

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
16 mei 2017
Datum publicatie
27 juni 2017
ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:547
Formele relaties
Zaaknummer
15/05012

Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde diefstal. “Gevoelige gegevens” in de zin van art. 126nf Sv? De OvJ vordert bij Holland Casino camerabeelden van specifieke pintransacties bij een geldautomaat waarop de politie vervolgens verdachte herkent. Hof: De vorderingen zagen i.c. niet op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging, zodat een vordering o.g.v. art. 126nd Sv volstond. HR: art. 81.1 RO.

Conclusie

Nr. 15/05012

Mr. Machielse

Zitting 16 mei 2017

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De rechtbank Amsterdam heeft verdachte op 7 april 2015 voor: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk en tot een taakstraf van 140 uur. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het vonnis omschreven. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld en het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van eerste aanleg op 20 oktober 2015 met enige aanvullingen en correcties bevestigd.

2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel betoogt dat verdachte had moeten worden vrijgesproken omdat de camerabeelden die in de casino's zijn gemaakt gekoppeld zijn aan de persoonsgegevens van de bezoekers en aldus als gevoelige gegevens zijn aan te merken. Het hof is volgens de schriftuur niet ingegaan op dat gevoerde verweer.

3.2. Bewezenverklaard is dat

“verdachte op tijdstippen in de periode van 20 februari 2014 tot en met 01 maart 2014 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit geldautomaten heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , waarbij verdachte telkens het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruikmaken van pinpassen."

3.3. Het hof heeft overweging 4.1.3 van het vonnis van de rechtbank met een wijziging overgenomen. In die overweging heeft de rechtbank de inhoud van de volgende wetsbepalingen weergegeven:

"Artikel 126nd, eerste en tweede lid Sv:

officier van justitie in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan

worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens,

vorderen deze gegevens te verstrekken.

godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of

lidmaatschap van een vakvereniging.

Artikel 126nf eerste en derde lid Sv:

zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige

inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het belang van het

onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat

hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze

gegevens vorderen.

Artikel 8 Wbp:

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

(...)

f. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde

belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt,

tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder

het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

Artikel 16 Wbp:

Artikel 18 Wbp: