Parket bij de Hoge Raad, 23-05-2017, ECLI:NL:PHR:2017:583, 15/03584
Parket bij de Hoge Raad, 23-05-2017, ECLI:NL:PHR:2017:583, 15/03584
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 23 mei 2017
- Datum publicatie
- 5 juli 2017
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:583
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:1221, Gevolgd
- Zaaknummer
- 15/03584
Inhoudsindicatie
Oplichting verzekeraar door valse aangifte diefstal, art. 326 Sr. Bewezenverklaarde pleegperiode. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2016:2892. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover behelzende dat de verdachte in de periode van 21 augustus 2011 tot en met 26 september 2011 de verzekeringsmaatschappij heeft bewogen tot de afgifte van 999 euro, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Niet de toegebrachte schade noch het enkele in dwaling brengen met het doel van benadeling is voldoende voor voltooiing van oplichting. Daarvoor is daadwerkelijke afgifte nodig. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Conclusie
|
Nr. 15/03584 Zitting: 23 mei 2017 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 20 juli 2015 door het Gerechtshof Amsterdam wegens “oplichting” veroordeeld tot een taakstraf van 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof de benadeelde partij in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
-
Het cassatieberoep1 is ingesteld namens de verdachte en mr. R. van Leusden2, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel voert met drie klachten (die ik hieronder in een wat andere volgorde zal bespreken) aan dat de bewezenverklaring niet uit de door het hof gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat deze niet (voldoende) begrijpelijk is gemotiveerd.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“zij in de periode van 21 augustus 2011 tot en met 26 september 2011 te Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen, de verzekeringsmaatschappij [A] heeft bewogen tot de afgifte van 999 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk valselijk en bedrieglijk opgegeven een Apple MacBook als zijnde gestolen bij woninginbraak en vervolgens die MacBook als schade gedeclareerd, waardoor voornoemde [A] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.”
5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 22 augustus 2011, inhoudende (dossierpagina’s 1 en 2):
Op zondag 21 augustus 2011 kwam ik ter plaatse van het misdrijf te [a-straat 1], Amsterdam, bij een persoon die mij opgaf te zijn:
Achternaam : [achternaam betrokkene 1]
Voornamen : [voornamen betrokkene 1]
Hij deed aangifte terzake poging tot inbraak namens de benadeelde:
Achternaam : [achternaam verdachte]
Voornamen : [voornamen verdachte]
2. Een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal van aangifte van 21 september 2011, inhoudende (dossierpagina’s 8 en 9):
Aangever
Naam : [achternaam betrokkene 1]
Voornamen : [voornamen betrokkene 1]
Hij deed aanvullend aangifte middels per post ingestuurde goederenlijst terzake inbraak woning namens zichzelf en de benadeelde:
Naam : [achternaam verdachte]
Voornamen : [voornamen verdachte]
En verklaarde het volgende
Soort: Laptop Merk: Apple Type: Macbook Kleur: wit Serienummer:
Bijzonderheden: Intel core duo 2.4 GHZ
3. Een schriftelijk bescheid, zijnde een aangifte van [A] van 16 maart 2012 (dossierpagina’s 16, 17, 18 en 19), inhoudende:
Polisnummer: [001]
Schadenummer: [002]
Verzekeringnemer: [verdachte]
Geboren: in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966
Adres: [a-straat 1]
Woonplaats: [woonplaats]
Onder voornoemd polisnummer staat te name van verzekeringnemer [verdachte] met ingang van 27 maart 1991 een inboedelverzekering geregistreerd bij [A].
Op 26 september 2011 ontving [A], via tussenpersoon [betrokkene 2], een schademelding van verzekeringnemer [verdachte] inhoudende een diefstal schadeclaim ten gevolge van een inbraak in perceel [a-straat 1], [woonplaats].
Bij onderdeel 4 "gegevens beschadigde en/of vermiste voorwerpen" op dit schadeaangifte formulier wordt verwezen naar bijgevoegd politierapport.
De inbraak zou hebben plaatsgevonden in de periode 21 augustus 2011 tussen 00.01 en 02.00 uur.
Middels de aanvullende aangifte d.d. 21 september 2011 blijkt dat middels de eerder bedoelde inbraak van 21 augustus 2011 een groot aantal goederen meer ontvreemd werden uit de woning van [verdachte].
Ter vaststelling van het juiste schadebedrag werd door [A] op 12 oktober 2011 aan het expertisebureau CED BrandVaria BV uit Capelle aan den IJssel de opdracht gegeven onderzoek te doen en de schade vast te stellen.
Tijdens het expertise-onderzoek sprak de expert onder meer op 13 oktober 2011 met verzekeringnemer [verdachte]. Zij stelde aan de expert kopieën van aankoopnota's ter hand, waarmee zij het voormalig bezit van de ontvreemde goederen aantoonde.
Uit het expertise-rapport blijkt verder dat verzekerde, [verdachte] mondeling akkoord ging met het door de expert vastgestelde schadebedrag.
Een kopie van het expertiserapport, alsmede de door [verdachte] overgelegde kopieën van de aankoopnota ’s zijn als bijlage 3, 4.1 t/m 4.16 hierbij gevoegd.
Op basis van de schadevaststelling door de expert en overeenkomstig de polisvoorwaarden (de maximeringen van de schadevergoeding en het eigen risico) werd op 31 januari 2012 aan verzekerde [verdachte] een bedrag van € 5.513,00 overgemaakt als schadevergoeding voor de geleden diefstalschade.
Op basis van de in dit dossier bevindende aankoopnota's, waarvan kopieën door [verdachte] aan de expert ter beschikking waren gesteld werd nader onderzoek gedaan. Het onderzoek richtte zich op de aankoopnota van iCentre met betrekking tot de geclaimde Apple MacBook Intel Core 2 Duo 2,4 GHZ computer.
Aankoopnota van iCentre (bijlage 4.6)
Op 29 februari 2012 werd door een medewerker van de afdeling Speciale Zaken van [A] telefonisch navraag gedaan bij iCentre te Amstelveen. Op basis van het factuurnummer en de datum werd bekend, dat op 8 januari 2011 de door verzekeringnemer [verdachte] geclaimde Apple MacBook was gekocht door:
- [betrokkene 3].
Door iCentre Amstelveen werd ten behoeve van ons onderzoek een kopie van de originele nota ter beschikking gesteld. Deze nota is als bijlage 7 hierbij gevoegd.
Op woensdag 7 maart 2012, omstreeks 16.10 uur, spraken wij, aangevers, met [betrokkene 3] in Duivendrecht. Wij toonden haar een kopie van de aankoopnota van iCentre met haar naam er op.
[betrokkene 3] herkende de nota en deelde ons- mede, dat zij inderdaad de MacBook in januari 2011 had gekocht als verjaardagscadeau voor hun dochter. Hun dochter zou deze MacBook nog steeds gebruiken en regelmatig mee nemen naar school.
Op woensdag 7 maart 2012 omstreeks 16.30 uur deelde [betrokkene 3] telefonisch aan een medewerker van de afdeling Speciale Zaken van [A] mede, dat de Apple MacBook, waarover wij met haar 20 minuten daarvoor hadden gesproken, nog gewoon in het bezit is van, haar dochter en dat er niets met deze MacBook aan de hand is.
4. Een schriftelijk bescheid, zijnde een expertiserapport van 2 december 2011 (dossierpagina’s 36, 38, 40), inhoudende:
Verzekeringnemer : [verdachte]
SCHADEVASTSTELLING
Na overleg met verzekerde hebben wij de schade als volgt vastgesteld:
Audio, video en computer
Apple Macbook wit - 999,00
AKKOORD
Verzekerde is mondeling met het vastgestelde schadebedrag akkoord gegaan.
AANTOONBAARHEID
Verzekerde heeft het bezit van de ontvreemde eigendommen aangetoond met aankoopnota’s, gebruiksaanwijzingen en contracten.
5. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 5 april 2012 (dossierpagina 70), inhoudende:
Op 5 april 2012 stelde ik een onderzoek in naar getuige [betrokkene 3] welke wordt genoemd in de aangifte welke is gedaan door verzekeringsmaatschappij [A].
Uit de Gemeentelijk Basisadministratie blijkt het te gaan om de volgende persoon:
[betrokkene 4].
6. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de getuige [betrokkene 4] van 15 april 2012 (dossierpagina’s 70, 71 en 75), inhoudende:
V: Ik heb u uitgenodigd om een verklaring af te leggen over de Macbook die u op 8 januari 2011 heeft aangeschaft. Door verzekeringmaatschappij [A] is er contact met u opgenomen. Wat is er in dit gesprek besproken?
A: Ja dat klopt. Er is eigenlijk niet zoveel besproken. Ze wilden kijken of de laptop nog in ons bezit was. Het was eigenlijk een heel kort gesprek.
V: Heeft u de Macbook nog in uw bezit?
A: Ja.
V: Heeft u de aankoopbon hier nog van?
A: Ja.
V: Waar heeft u de Macbook gekocht?
A: In de Apple winkel in Amstelveen.
V: Was dit op 8 januari 2011?
A: Ja.
V: Ik toon u nu de aankoopbon van de Macbook. Herkent u deze?
A: Ja, maar ik zie dat de naam van mijn dochter niet op de aankoopbon staat. Het gaat allemaal op naam.
7. Een op ambtsbelofte en ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 12 mei 2012 (dossierpagina 90), inhoudende:
V: Volgens de aangifte zijn er twee laptops en twee computers weggenomen.
A: Ja, vier computers in totaal waarvan twee laptops.
8. Een schriftelijk bescheid, zijnde een niet op naam gestelde factuur van iCentre van 8 januari 2011 (bijlage 4.6 bij de aangifte van [A]) (dossierpagina 46):
(...)
9. Een schriftelijk bescheid, zijnde een op naam van de getuige [betrokkene 3] gestelde factuur van iCentre van 8 januari 2011 (bijlage 7 bij de aangifte van [A]) (dossierpagina 61):
(...)”
6. Voorts heeft het hof ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen:
Standpunt verdediging
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, omdat hetgeen haar wordt verweten niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe - verkort samengevat - het volgende aangevoerd.
De verdachte verzamelde haar aankoopbonnen in een schoenendoos. De neef, die de verdachte hielp met het invullen van de lijst met gestolen goederen, noemde de onderscheidenlijke aankoopbonnen stuk voor stuk op, aangezien de schrijf- en leesvaardigheid van de verdachte onvoldoende is. De verdachte gaf vervolgens aan of het goed gerelateerd aan de door hem genoemde aankoopbon al dan niet was gestolen. De neef vroeg bij het zien van de aankoopbon van het betreffende Apple Macbook of de verdachte een “Apple” had die mogelijk was gestolen. De verdachte had verscheidene Apple apparaten (en computers) en bevestigde dat er een Apple-product van haar gestolen was, niet bedoelende het betreffende Apple Macbook. Bij het invullen van de lijst met gestolen goederen was er dus reeds sprake van een misverstand.
Toen een medewerker van [A] langskwam om de schade vast te stellen, heeft de verdachte hem de hele schoenendoos met aankoopbonnen overhandigd. Voornoemde medewerker heeft de verdachte uitdrukkelijk meegedeeld dat kopiebonnen niet in behandeling zouden worden genomen. De verdachte ging er daarom vanuit dat de kopiebonnen in de schoenendoos niet gebruikt zouden worden en heeft daar verder niet te lang bij stilgestaan, omdat zij wist dat er reeds genoeg originele bonnen in de schoenendoos zaten om tot het maximaal uit te keren bedrag te komen. De verdachte had derhalve geen opzet de verzekeraar te bewegen of uit te lokken tot afgifte van enig goed met de (kopie) aankoopbon van het Apple Macbook, nog daargelaten dat de verzekeraar met een kopiebon (formeel) nergens toe kon worden bewogen. Voorts zou de “beweging” tot uitkeren hoe dan ook hebben plaatsgevonden, aangezien de verdachte genoeg originele bonnen had overhandigd om tot uitkering van het maximaal te vergoeden bedrag te komen. Het was voor de verdachte derhalve volstrekt onnodig om te sjoemelen met aankoopbonnen.
Achteraf is duidelijk geworden hoe de aankoopbon van de Macbook bij de verdachte in de schoenendoos terecht is gekomen. [betrokkene 5], een vriend van de zoon van de verdachte, was bevriend met [betrokkene 3]: de eigenaresse van het Apple Macbook. Het Apple Macbook van [betrokkene 3] is door [betrokkene 5] getaxeerd bij de ex-man van de verdachte. Zodoende is er een kopie van de betreffende aankoopbon terecht gekomen bij de familie. Waarschijnlijk heeft de verdachte de aankoopbon in de schoenendoos gelegd en is zij er niet bewust van geworden wat voor bon het was, dan wel nam zij aan dat deze bon hoorde bij een van de computers van haar kinderen. Aldus steeds de raadsman.