Home

Parket bij de Hoge Raad, 13-03-2018, ECLI:NL:PHR:2018:564, 16/03557

Parket bij de Hoge Raad, 13-03-2018, ECLI:NL:PHR:2018:564, 16/03557

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2018
Datum publicatie
5 juni 2018
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:564
Formele relaties
Zaaknummer
16/03557

Inhoudsindicatie

Samenloop van medeplegen poging doodslag (art. 287 Sr) en openlijke geweldpleging in vereniging (art. 141 Sr) door slachtoffer tegen het hoofd te slaan en terwijl hij op de grond ligt tegen het hoofd te schoppen. Eendaadse of meerdaadse samenloop, art. 55.1 en 57 Sr? Belang bij cassatie? HR vat overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1111 t/m 1115 over eendaadse samenloop en voortgezette handeling samen en voegt daaraan het volgende toe. I.v.m. de toetsing in cassatie is van belang dat art. 55.1 en 56 Sr weliswaar het in een concreet geval geldende strafmaximum (mede) bepalen, maar dat binnen de grenzen van dat strafmaximum de strafoplegging door uiteenlopende factoren wordt bepaald, waaronder de concrete ernst van het feit en de persoon van verdachte. De feitenrechter is - binnen de grenzen van het strafmaximum - vrij in de keuze van de straf en de waardering van de factoren die hij daartoe van belang acht (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AY7805). Dientengevolge brengt de enkele omstandigheid dat de rechter ten onrechte is uitgegaan van meerdaadse i.p.v. eendaadse samenloop dan wel voortgezette handeling, nog niet met zich dat in die concrete zaak van onevenredige bestraffing sprake is. Hof heeft geoordeeld dat sprake is van meerdaadse samenloop. De bewezenverklaarde geweldshandelingen leveren evenwel een zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, terwijl de strekking van art. 141 en 287 Sr weliswaar enigszins uiteenloopt, maar niet dusdanig dat niet zou kunnen worden geoordeeld dat verdachte van die handelingen (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. 's Hofs oordeel is derhalve niet z.m. begrijpelijk. Dit leidt niet tot vernietiging omdat de opgelegde gevangenisstraf van twintig maanden ver onder het strafmaximum van tien jaren ligt dat zou gelden als van eendaadse samenloop zou worden uitgegaan terwijl het Hof ook in dat geval bij de waardering van de feiten gewicht mocht toekennen aan de omstandigheid dat het geweld openlijk is gepleegd. Verdachte heeft dus onvoldoende belang bij cassatie. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. belang bij cassatie.

Conclusie

Nr. 16/03557

Zitting: 13 maart 2018 (bij vervroeging)

Mr. B.F. Keulen

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 5 juli 2016 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. “medeplegen van een poging tot doodslag” en 2. “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Daarnaast heeft het hof een vordering van een benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte niet heeft gereageerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de bij de politie afgelegde verklaringen van de getuigen [betrokkene 9], [betrokkene 11] en [betrokkene 10] niet kunnen leiden tot de vaststelling dat de verdachte direct bij het delict betrokken is geweest.

  4. Ten laste van de verdachte is door het hof bewezen verklaard dat:

‘1.

hij op 6 november 2010 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1929) van het leven te beroven met dat opzet meermalen, met kracht, in het gezicht en op/tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en terwijl [slachtoffer] op de grond lag meermalen, met kracht, in het gezicht en tegen het hoofd heeft getrapt en/of geschopt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 06 november 2010 te Rotterdam, op of aan de openbare weg, de Chinese Tuin en/of de Indische Tuin, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1929), welk geweld bestond uit het

- meermalen, met kracht, in het gezicht en op/tegen het hoofd van [slachtoffer] stompen en/of slaan en

- terwijl [slachtoffer] op de grond lag meermalen, met kracht, in het gezicht en tegen het hoofd van [slachtoffer] trappen en/of schoppen.’

5. In de aanvulling op het verkort arrest, door het hof bijlage genoemd, zijn de volgende bewijsmiddelen opgenomen (met weglating van verwijzingen):

‘Ten aanzien van feiten 1 en 2

1. De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 27 mei 2014 verklaard - zakelijk weergegeven -:

Op 6 november 2010 was ik op de verjaardag van mijn stiefvader [betrokkene 1] , in de woning aan de [a-straat 1] in Rotterdam.

2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 8 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...) :

als de op 7 november 2010 afgelegde verklaring van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1929:

Ik doe aangifte van mishandeling gepleegd op zaterdag 6 november 2010 tussen 19.20 en 19.50 uur in de Chinese Tuin te Rotterdam.

Ik woon in een flatwoning aan de [a-straat 2] in Rotterdam. De flat grenst aan de Chinese Tuin.

Afgelopen zaterdag omstreeks 19.15 uur werd meerdere keren bij ons aangebeld. Ik ben naar beneden gegaan en naar de zijkant van het flatgebouw waar ik woon gelopen om die jongens aan te spreken. Voor ik er erg in had werd ik vol in mijn gezicht geslagen. Ik kreeg van meerdere kanten klappen. Hierdoor ben ik op de grond gevallen. Toen ik op de grond lag heb ik meerdere trappen tegen mijn borst en mijn hoofd gekregen.

Ik zag dat het om 4 jongens ging, die ik zag staan toen ik de hoek om kwam. Het waren allemaal blanke jongens. Een leeftijd vind ik moeilijk in te schatten. Tussen de 15 en 25 jaar oud schat ik.

Ik heb ten gevolge van de klappen mijn onderste kunstgebit verloren. Ik ben hartpatiënt en ik heb een pacemaker. Ik heb ten gevolge van de klappen en trappen die ik heb gekregen ook pijn op mijn borst. Ook heb ik behoorlijk veel pijn in mijn hoofd. Ik heb mijn neus gebroken door de klappen en trappen die ik heb gekregen en op drie plaatsen is mijn bovenkaak gebroken.

3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...):

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :

Ik woon op het adres [a-straat 1] te Rotterdam. [betrokkene 3] en ik gingen belletje trekken bij de man die woont aan de [a-straat 2] . Het verhaal is dat die man pedofiel zou zijn. Na het belletje trekken bij die man renden [betrokkene 3] en ik weg om de flat heen. Aan het eind van de flat, op de hoek met de Chinese Tuin en de Indische Tuin, zijn [betrokkene 3] en ik gesplitst. De man kwam naar buiten en ik hoorde hem op een agressieve manier schreeuwen. Ik belde mijn moeder terwijl ik aan het rennen was. Ik zei tegen mijn moeder dat ze naar beneden moest komen. Ik ben naar de ingang van mijn flat aan de Indische Tuin gerend. Buiten, vlak voor de deur van mijn flat, zag ik mijn moeder op de galerij staan. Ik riep: "daar is hij".

4. Een proces-verbaal van verhoor getuigen d.d. 6 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...):

als de op genoemde datum afgelegde verklaringen van [betrokkene 4] en [betrokkene 5] :

Omstreeks 19:30 uur zagen wij dat een oudere man achter twee jongens aanrende. Wij herkenden één van de jongens als zijnde [betrokkene 3] , woonachtig op het adres [b-straat 1] , ongeveer 15 jaar oud. Wij zagen de andere jongen naar de flat aan de Indische Tuin rennen. Wij zagen dat hij bij de flat naar boven keek en hoorden dat hij riep: "Kom naar beneden, hij staat daar om het hoekje".

Wij zagen dat uit de flat waar de jongen net had gestaan twee jongens kwamen rennen. Eén van de jongens liep direct naar de oudere man en wij zagen dat hij met zijn vuist de oudere man vol in het gezicht sloeg. Wij zagen dat de man op de grond viel en dat de jongens hem vervolgens schopten en sloegen.

5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - .zakelijk weergegeven - (...):

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 4] :

V: Je hebt gisteren verklaard dat de oude man achter 2 jongens aan rende, waaronder de jou bekende [betrokkene 3] . Waar ging die man heen?

A: Ik zag dat [betrokkene 3] en de andere jongen de parkeerplaats tussen mijn woning aan de Chinese tuin en de flats van de Indische Tuin op renden. Ik zag dat zij zich opsplitsten. Ik zag dat de oude man ook de parkeerplaats op rende. Ik zag de oude man op de parkeerplaats een beetje heen en weer lopen terwijl de jongens waren weggerend. Ik zag dat een jongen aan kwam rennen uit de richting van het begin van de straat. Ik zag dat hij zich toen een beetje inhield. Ik hoorde iemand zeggen, ik denk het vriendje met wie [betrokkene 3] was, "Daar staat ie". Ik zag dat die jongen die aan kwam rennen, verder rende richting de oude man en vervolgens die oude man vol met zijn vuist in het gezicht sloeg. Even later zag ik dat de oude man op de grond lag met zijn benen ingetrokken. Ik zag dat hij werd geschopt tegen zijn buik, borst en gezicht.

6. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...):

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 5] :

V; Je hebt gisteren verklaard dat de oude man achter 2 jongens aan rende, waaronder de jou bekende [betrokkene 3] . Waar ging die man heen?

A: Het vriendje van [betrokkene 3] rende over het grasveld gelegen tussen de flats aan de Indische Tuin, richting de flat die het meest dichtbij de Oosterse Tuin gelegen is. Die jongen bleef op het grasveld staan. Het vriendje van [betrokkene 3] riep vanaf het grasveldje tussen de flats omhoog. Ik zag dat het vriendje van [betrokkene 3] richting de oude man rende en de oude man aanwees. Vervolgens zag ik dat de twee jongens die uit de flat kwamen rennen, de man sloegen en schopten. Ik zag ook dat een van de jongens, toen de man op de grond lag, de man in zijn gezicht schopte. De jongens die uit de flat kwamen rennen en de oude man hebben mishandeld, waren groter en ouder dan het vriendje van [betrokkene 3] .

7. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 november 2010 van de politie Rotterdam-Rijnmond met nr. (...). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...):

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 6] :

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 7] :

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 8]:

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 9]:

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 9]:

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 10]:

als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 11]:

CONCLUSIE