Parket bij de Hoge Raad, 09-07-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1117, 17/02627
Parket bij de Hoge Raad, 09-07-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1117, 17/02627
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 5 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:1117
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1701
- Zaaknummer
- 17/02627
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid, art. 246. Sr. Is er sprake van “dwingen” tot dulden van ontuchtige handelingen, nu 17-jarig oppasmeisje zich slapend houdt op het moment dat buurman haar ’s nachts aanraakt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1998:ZD0980 m.b.t. bestanddeel ‘dwingen’. Van dwingen a.b.i. art. 246 Sr kan slechts sprake zijn indien verdachte heeft veroorzaakt dat slachtoffer in art. 246 Sr bedoelde handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan en dat opzet van verdachte daarop was gericht. Hof heeft zijn oordeel dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat verdachte zijn handelingen aanvankelijk verrichtte toen aangeefster nog sliep, terwijl Hof m.b.t. daarop volgende fase toen “zij wakker was geworden (en zich slapende heeft gehouden)”, niet heeft vastgesteld dat opzet van verdachte mede omvatte dat hij wakker geworden aangeefster tegen haar wil ontuchtige handelingen deed ondergaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 17/02627
Zitting 9 juli 2019