Parket bij de Hoge Raad, 10-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1277, 19/03651
Parket bij de Hoge Raad, 10-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1277, 19/03651
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 december 2019
- Datum publicatie
- 10 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:1277
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:185
- Zaaknummer
- 19/03651
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. OM-cassatie. Beklag tegen beslag, art. 94 en 552a Sv. Disproportionaliteit wegens tijdsverloop? Inbeslagname t.b.v. de waarheidsvinding van o.a. ongeveer 700 gegevensdragers bij verschillende klagers (niet-verdachten) naar aanleiding van verdenking van strafbare feiten binnen een motorclub. De rechtbank heeft het beklag gegrond verklaard ‘’ten aanzien van de gegevensdragers waarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen’’ omdat naar haar oordeel ‘’het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een half jaar, zwaarder moet wegen’’. Volgens de A-G is dit oordeel ontoereikend gemotiveerd omdat de rechtbank geen blijk heeft gegeven van een concrete en nauwkeurige belangenafweging. De rechtbank heeft o.a. niet voldoende kenbaar gemaakt in welk belang de klager precies wordt getroffen en waarom het beslag na een half jaar zo onevenredig zwaar drukt op de klager dat dit (niet nader omschreven) belang zwaarder moet wegen dan het belang van strafvordering. AG merkt ambtshalve op dat de wet niet voorziet in een voorwaardelijke gegrondverklaring en last tot teruggave zoals de rechtbank heeft bevolen. Conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank wat betreft de gedeeltelijke (voorwaardelijke) gegrondverklaring van het beklag. Samenhang met 19/03632, 19/03633, 19/03635, 19/03636, 19/03637, 19/03638, 19/03649, 19/03650 en 19/03774 waarin hetzelfde middel door het OM is voorgesteld.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/03651 B
Zitting 10 december 2019
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager 1] ,
geboren te op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager.
1 Inleiding
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 28 mei 2019 het door de klager ingediend klaagschrift ex art. 552a Sv tegen het op de voet van art. 94 Sv onder de klager gelegd beslag, deels gegrond verklaard en een last tot teruggave gegeven ‘’ten aanzien van de gegevensdragers waarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen.’’
Er bestaat samenhang met negen andere zaken. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Uit de gedingstukken blijkt dat het in deze zaak en in de samenhangende zaken gaat om het volgende. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de motorclub ‘ [A] MC’ hebben bij een grootschalige actie op 21 november 2018 op 40 locaties doorzoekingen plaatsgevonden, waarbij naast andere goederen, in totaal ongeveer 700 digitale gegevensdragers in beslag zijn genomen. Het onderzoek door politie en justitie naar de inbeslaggenomen gegevensdragers richt zich op het uitlezen daarvan en de (mogelijke) communicatie tussen klagers en degenen die in dit onderzoek als verdachte zijn aangemerkt. Het gaat daarbij om twee verdachten, een bestuurder van de motorclub, [betrokkene 1] (bijnaam: [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] . Zij worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie en betrokkenheid bij de liquidatie van [betrokkene 3] . Met betrekking tot de liquidatie zijn eerder vier verdachten aangehouden, waarvan drie lid van de motorclub [A] . De klager in deze zaak (geen verdachte) is lid van [A] MC.
De rechtbank heeft in de onderhavige zaak bij beschikking van 28 mei 2019 het beklag op grond van art. 552a Sv tegen de inbeslagneming van dertien gegevensdragers (waaronder een GPS-tracker) onder de klager gegrond verklaard per 28 juni 2019, indien daarover op die datum door het openbaar ministerie nog geen beslissing tot teruggave is genomen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens het openbaar ministerie en mr. H.H.J. Knol, plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
2 Het oordeel van de rechtbank
De beschikking van de rechtbank houdt onder meer het volgende in:
“De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
1. onder klager is op 21 november 2018 op het adres [a-straat 1] te Rotterdam een (groot) aantal goederen in beslag genomen (zie bijlage I voor de lijst van inbeslaggenomen goederen);
2. klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen.(...)Overwegingen
De raadsman van klager heeft in het klaagschrift aangevoerd dat klagers (te weten: [klaagster 2] en [klager 1] ) een normale baan hebben en daarnaast ook ondernemers c.q. ZZP-ers zijn. Hun computers, administratie en klantenbestanden zijn in beslaggenomen waardoor de voortzetting van hun ondernemingen nu onder grote druk zijn komen te staan. Klagers kunnen ook hun fiscale zaken niet regelen. Het is klagers niet bekend van welk strafbaar feit zij worden verdacht. Klagers nemen geen genoegen met deze gang van zaken en hebben recht op en belang bij de teruggave van deze goederen. Er is nooit afstand gedaan en het duurt allemaal onnodig lang, aldus de raadsman.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van een groot aantal goederen er op dit moment nog een onderzoeksbelang is. Dat maakt dat het OM zich verzet tegen de teruggave van:E.01.01.001 smartphone E.01.02.001 mobiele telefoon E.01.03.001 Ipad E.01.05.001 camera E.02.01.001 mobiele telefoon E.02.01.003 simkaart E.02.01.005 mobiele telefoon E.02.01.006 mobiele telefoon E.03.01.002 mobiele telefoon E.03.01.003 mobiele telefoon E.03.01.004 Iphone E.04.01.002.001 navigatie.
Bovenstaande digitale gegevensdragers konden niet volledig worden uitgelezen. Aangezien er nog geen inhoudelijk onderzoek plaats heeft kunnen vinden aan deze goederen, is het onderzoeksbelang nog onverkort van kracht. Het onderzoek richt zich op communicatie tussen klagers en verdachten in het onderzoek.
Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat alle gegevensdragers (tussentijds) zullen worden teruggegeven als deze zijn onderzocht. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift voor wat betreft deze goederen vooralsnog ongegrond dient te worden verklaard.
Ook ten aanzien van de GPS tracker heeft de officier van justitie zich ter zitting verzet tegen teruggave. Hoewel het bezit ervan niet strafbaar is, moet onderzocht worden of deze is gebruikt bij het plegen van strafbare feiten.
Wat betreft de overige goederen op bijlage I en het geldbedrag van € 450,00 dient het klaagschrift volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze goederen en het geldbedrag zijn geretourneerd.
De sleutels van Shurgard en All Safe (die vallen onder beslagcode E.02.01.008) zijn reeds teruggegeven aan klager op 4 december 2018 (zie bijlage 7).
De rechtbank overweegt dat na verkregen machtiging van de rechter-commissaris te Den Haag een groot aantal huiszoekingen zijn gedaan in het kader van een grootschalig onderzoek dat zich richt op de verdenking dat [A] MC een criminele organisatie is. In dat kader zijn als verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aangehouden. In hoger beroep zijn door het Gerechtshof te Den Haag geen ernstige bezwaren aangenomen voor voornoemde verdenking. Over de redenen dat bij klager en zijn partner huiszoeking is gedaan is in het kader van het onderzoeksbelang geen mededeling gedaan. Klager is en wordt evenwel tot op de dag van vandaag niet als verdachte in dit onderzoek aangemerkt. Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank niet veel langer de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de beëindiging van het beslag. Hoewel een groot aantal gegevensdragers in beslag is genomen en het begrijpelijkerwijs veel tijd kost om alles te doorzoeken is de rechtbank van oordeel dat het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een halfjaar, zwaarder moet wegen. De rechtbank stelt een termijn van één maand waarbinnen het onderzoek dient te worden afgerond. De rechtbank zal het klaagschrift dan ook per 28 juni 2019 gegrond verklaren ten aanzien van de gegevensdragers waarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen en de teruggave daarvan gelasten.Wat betreft de overige goederen op bijlage I, het geldbedrag van € 450,00 en de sleutels dient het klaagschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze goederen en het geldbedrag zijn geretourneerd aan klager.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beklag per 28 juni 2019 gegrond ten aanzien van de volgende goederen, indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen:
E.01.01.001 smartphone E.01.02.001 mobiele telefoon E.01.03.001 Ipad E.01.05.001 camera E.02.01.001 mobiele telefoon E.02.01.003 simkaart E.02.01.005 mobiele telefoon E.02.01.006 mobiele telefoon E.03.01.002 mobiele telefoon E.03.01.003 mobiele telefoon E.03.01.004 Iphone E.04.01.002.001 navigatie E.01.01.004 GPS tracker;
- gelast de teruggave van het inbeslaggenomene, te weten
E.01.01.001 smartphone E.01.02.001 mobiele telefoon E.01.03.001 Ipad E.01.05.001 camera E.02.01.001 mobiele telefoon E.02.01.003 simkaart E.02.01.005 mobiele telefoonE.02.01.006 mobiele telefoon E.03.01.002 mobiele telefoon E.03.01.003 mobiele telefoon E.03.01.004 Iphone E.04.01.002.001 navigatie E.01.01.004 GPS tracker;aan klager, indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen;- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag ten aanzien van de overige goederen op bijlage I, het geldbedrag van € 450,00 (bijlage 6), en de sleutels van Shurgard en All Safe (E.02.01.008).’’
3 Het middel
Het middel komt op tegen de (gedeeltelijke) gegrondverklaring van het klaagschrift en is gebaseerd op twee klachten.
Primair wordt aangevoerd dat uit de overwegingen van de rechtbank niet expliciet blijkt dat zij de maatstaf heeft aangelegd dan wel heeft toegepast die geldt bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag.1 Dit brengt volgens de steller van het middel mee dat de bestreden beschikking ontoereikend is gemotiveerd.2
Subsidiair wordt gesteld dat het oordeel van de rechtbank dat "het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een half jaar, zwaarder moet wegen", zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is. Daarbij wordt gewezen op rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de weging van de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag in het kader van de beklagprocedure.3
Uit deze jurisprudentie leidt de steller van het middel af dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake is van onrechtmatig voortduren van beslag op grond van disproportionaliteit vanwege het verstreken tijdsverloop na de inbeslagname. Van de beklagrechter mag dan worden verlangd dat hij blijk geeft van een zorgvuldige belangenafweging door aandacht te besteden aan de bijzonderheden van het geval en daarbij helder motiveert waarom de persoonlijke belangen van klager in casu zwaarder dienen te wegen dan het strafvorderlijk belang bij handhaving van het beslag.4
In het onderhavige geval heeft de officier van justitie blijkens het voorlopig standpunt OM aangevoerd dat:
(i) op 21 november 2018 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar [A] MC op veertig locaties doorzoekingen ter inbeslagneming hebben plaatsgevonden, waaronder op het adres van klager,
(ii) klager geen verdachte is,
(iii) de onder klagers inbeslaggenomen gegevensdragers zullen worden onderzocht op (mogelijke) communicatie tussen klagers en de verdachte(n) in het onderzoek,
(iv) nader onderzoek dient plaats te vinden naar de strafbaarheid van de inbeslaggenomen GPS tracker,
(v) het onderzoeksbelang zich verzet tegen teruggave van de goederen aan klager,
(vi) bij de doorzoekingen op de veertig locaties in totaal ca. 700 digitale gegevensdragers in beslag zijn genomen, en
(vii) het volledig uitlezen van deze gegevensdragers een tijdrovende klus is, waardoor teruggave langer dan normaal op zich laat wachten.
Door te oordelen dat "het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een half jaar, zwaarder moet wegen" heeft de rechtbank volgens de steller van het middel onvoldoende oog gehad voor de omvang en de complexiteit van het te verrichten onderzoek aan alle inbeslaggenomen voorwerpen. Daarnaast heeft de rechtbank niet aangeduid welke kennelijk zwaarder wegende belangen van de klager dan in het geding zijn en waarom het belang van strafvordering, welk belang is gelegen in het kunnen onderzoeken van de inbeslaggenomen voorwerpen ten behoeve van de waarheidsvinding, daarvoor moet wijken. Uit de overwegingen van de rechtbank blijkt niet van enige afweging van de belangen van de klager ten opzichte van de belangen van strafvordering, terwijl de rechtbank ook overigens geen aandacht heeft besteed aan de bijzonderheden van het geval. De motivering van de rechtbank schiet volgens de steller van het middel daardoor tekort.