Parket bij de Hoge Raad, 10-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1430, 18/05488
Parket bij de Hoge Raad, 10-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1430, 18/05488
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 december 2019
- Datum publicatie
- 4 februari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:1430
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:190
- Zaaknummer
- 18/05488
Inhoudsindicatie
Diefstal met braak, art. 311.1.5 Sr. N-o verklaring in h.b. o.g.v. art. 416.2 Sv. Heeft hof verzuimd uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op aanhoudingsverzoek? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934 m.b.t. voorlopig oordeel op vóór tz. gedane aanhoudingsverzoeken i.v.m. effectuering aanwezigheidsrecht verdachte of t.b.v. verkrijging machtiging a.b.i. art. 279.1 Sv. Hof heeft met de overweging “dat formeel gezien geen sprake is van een aanhoudingsverzoek” kennelijk als oordeel tot uitdrukking gebracht dat het vóór de tz., door de niet gemachtigde raadsman gedane aanhoudingsverzoek niet geldt als verzoek tot aanhouding van het onderzoek ttz. waarop hof uitdrukkelijk en gemotiveerd diende te beslissen. Dat oordeel is onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/05488
Zitting 10 december 2019 (bij vervroeging)