Parket bij de Hoge Raad, 25-06-2019, ECLI:NL:PHR:2019:671, 18/01807
Parket bij de Hoge Raad, 25-06-2019, ECLI:NL:PHR:2019:671, 18/01807
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Datum publicatie
- 27 juni 2019
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:671
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1692
- Zaaknummer
- 18/01807
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op sieraden, gelegd onder een ander dan klaagster. Voorwaardelijke ongegrondverklaring mogelijk? Volgens de AG voorziet de wet niet in een voorwaardelijke beslissing op een klaagschrift ex art. 552a Sv. Is de rechter van oordeel dat het belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, dan dient hij het klaagschrift waarin de teruggave van die voorwerpen wordt verzocht ongegrond te verklaren. Is daarvan geen sprake dan dient teruggave te worden gelast. Primair stelt de AG zich op het standpunt dat de rechtbank het klaagschrift op ontoereikende gronden ongegrond heeft verklaard adviseert de Hoge Raad dienovereenkomstig te beslissen.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/01807
Zitting 25 juni 2019
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de klaagster.
Inleiding
1. De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 19 januari 2018 het klaagschrift van de klaagster, strekkende tot teruggave aan haar van de sieraden die onder een ander in beslag zijn genomen, onder voorwaarde ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bepaald dat bij niet voldoening aan die voorwaarde, de rechter de teruggave aan de klaagster van alle sieraden gelast.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel bevat een klacht over de omstandigheid dat de rechtbank de ongegrond-verklaring van het klaagschrift aan een voorwaarde heeft verbonden. Het tweede middel is gericht tegen de gronden die de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan die voor-waardelijke beslissing. Ik zal de middelen in omgekeerde volgorde bespreken, nu dit mijns inziens meer recht doet aan de volgorde die rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift moet hanteren.
De behandeling van en de beslissing op het klaagschrift
3. De klaagster heeft op 30 oktober 2017 een klaagschrift ingediend waarin zij de teruggave verzoekt van de sieraden die op 25 september 2017 onder haar ex-partner, [betrokkene 1] , in beslag zijn genomen. Dit klaagschrift is voor het eerst op 18 december 2017 in raadkamer behandeld. De behandeling is toen in verband met lopend onderzoek aangehouden. Het proces-verbaal van de behandeling vermeldt met betrekking tot de aanhouding het volgende:
“De officier van justitie:
Er loopt nog een onderzoek naar de echtheid van de inbeslaggenomen sieraden. Indien uit dit onderzoek straks blijkt dat het om originele sieraden gaat met een beperkte waarde, dan kunnen deze sieraden worden teruggegeven aan klaagster. Deze sieraden werden inbeslaggenomen omdat ze vermoedelijk een waarde vertegenwoordigen. Voornoemd onderzoek zou binnen nu en één maand klaar kunnen zijn.
Raadsman:
Ik verzoek om aanhouding van de zaak, gelet op voornoemd onderzoek met betrekking tot de d.d. 25 september 2017 inbeslaggenomen sieraden.
De officier van justitie:
Ik zal mij niet verzetten tegen aanhouding van de zaak.
De rechter zal, gehoord de raadsman van klaagster en de officier van justitie, het onderzoek schorsen tot 19 januari 2018 te 11.25 uur, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om het rapport, opgemaakt naar aanleiding van het onderzoek naar echtheid van voornoemde sieraden, aan dit dossier toe te voegen en te doen toekomen aan de raadsman van klaagster.”
4. De behandeling in raadkamer is op 19 januari 2018 voortgezet. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal houdt in:
“Officier van justitie:
Naar aanleiding van de eerdere behandeling van onderhavig klaagschrift d.d. 18 december 2017, is het dossier aangevuld met een overzicht van de inbeslaggenomen sieraden, waaruit blijkt dat een gedeelte echte sieraden betreffen. Momenteel is er in deze nog geen sprake van conservatoir beslag, maar het openbaar ministerie is ten aanzien hiervan in afwachting van de beslissing van de rechter-commissaris in strafzaken alhier.
Raadsman:
Ik heb inderdaad een overzicht gekregen van sieraden, maar kan hieruit niet opmaken of dit de sieraden van mijn cliënte betreffen. Er is in deze sprake van klassiek beslag in de zin van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, ten behoeve van de waarheidsvinding. Nu niet is gebleken dat deze sieraden niet eerlijk zouden zijn, is er geen reden om het beslag nog langer te handhaven. Deze sieraden dienen te worden teruggegeven aan mijn cliënte. Zij heeft deze sieraden haar hele leven al gehad en kan dit met foto’s aantonen.
Officier van justitie:
De zaaksofficier van justitie heeft mij verzekerd dat voornoemd overzicht betrekking heeft op deze sieraden. Het eindproces-verbaal is nog niet gereed, maar het is niet onaannemelijk dat er in deze conservatoir beslag zal worden gelegd en een ontnemingsvordering zal volgen.
Klaagster:
Deze sieraden zijn mijn eigendom. Ik ben momenteel 52 jaar oud en heb van jongs af aan altijd mijn sieraden bewaard. Ik heb geen betaalbonnen meer van deze goederen, maar ik weet precies om welke sieraden het gaat. Deze sieraden betreffen geen recente cadeaus, ik heb ze zeker al meer dan 20 jaar.
Raadsman:
Onderhavige zaak werd op 18 december 2017 aangehouden ten behoeve van een rapportage omtrent de echtheid van deze sieraden, maar ik heb dit rapport niet aangetroffen. Het gaat hier om eerlijke sieraden, hetgeen geen beletsel kan zijn voor de teruggave aan cliënte. Er is in deze geen sprake van conservatoir beslag in de zin van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering, waardoor u zich daarover ook niet kunt uitlaten.
De rechter sluit het onderzoek en zal direct uitspraak doen.”
5. De bestreden beschikking houdt in:
“De officier van justitie heeft zich ter zitting van de openbare raadkamer op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven, nu uit het aangehecht overzicht is gebleken dat een gedeelte van de sieraden echt is en een waarde vertegenwoordigt, weliswaar nog geen sprake is van conservatoir beslag (94a Sv), maar het openbaar ministerie daartoe een vordering machtiging conservatoir beslag heeft gedaan, momenteel in afwachting is van de beslissing daarop van de rechter-commissaris alhier en het derhalve niet onaannemelijk is dat er later een ontneming zal volgen.
De raadsman heeft zich ter zitting van de openbare raadkamer op het standpunt gesteld dat het beslag dient te worden opgeheven en de sieraden dienen te worden teruggegeven aan klaagster, nu er in deze sprake is van klassiek beslag (94 Sv), het openbaar ministerie in de gelegenheid is gesteld om onderzoek naar de sieraden te doen, niet is gebleken dat deze sieraden niet echt zijn of van misdrijf afkomstig, er momenteel geen sprake is van conservatoir beslag en de rechtbank zich derhalve hierover niet kan uitlaten.
De beoordeling
Het klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na de inbeslagneming.
De rechter is van oordeel dat het belang van strafvordering zich op dit moment nog verzet tegen teruggave van voornoemde sieraden, nu de ex-partner van klaagster ( [betrokkene 1] ) kennelijk wordt verdacht van witwassen, het momenteel niet duidelijk is of deze sieraden nog nodig zijn voor onderzoek en het openbaar ministerie in afwachting is van de beslissing van de rechter-commissaris op de vordering machtiging conservatoir beslag in deze.
Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren, onder de voorwaarde dat het openbaar ministerie binnen 2 weken na deze uitspraak duidelijkheid zal verschaffen over het conservatoir beslag in deze. In het geval het openbaar ministerie hieraan niet voldoet, en genoemde voorwaarde niet wordt vervuld, gelast de rechter de teruggave van alle sieraden.
DE BESLISSING
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond, onder de voorwaarde dat het openbaar ministerie binnen 2 weken na deze uitspraak duidelijkheid zal verschaffen over het conservatoir beslag in deze. In het geval het openbaar ministerie hieraan niet voldoet, en genoemde voorwaarde niet wordt vervuld, gelast de rechter de teruggave van alle sieraden aan [klaagster] , klaagster.”