Parket bij de Hoge Raad, 08-12-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1275, 19/00453
Parket bij de Hoge Raad, 08-12-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1275, 19/00453
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 december 2020
- Datum publicatie
- 17 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:1275
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:368
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1085
- Zaaknummer
- 19/00453
Inhoudsindicatie
Profijtontneming w.v.v. uit feitelijk leiddinggeven aan witwassen, het (mede)plegen van valsheid in geschrift en het gebruik maken van een vals geschrift. Ontvankelijkheid cassatieberoep. HR herhaalt relevante vooropstellingen uit ECLI:NL:HR:2016:2654 m.b.t. instelling van beroep in cassatie door bepaald gevolmachtigde advocaat d.m.v. schriftelijke bijzondere volmacht aan griffiemedewerker (art. 450.3 Sv). Schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.3 Sv van advocaat aan griffiemedewerker bevindt zich niet bij de stukken. Dit leidt in deze zaak evenwel niet tot oordeel dat cassatieberoep n-o is. HR slaat daarbij acht op het volgende. De griffiemedewerker heeft een akte cassatie opgemaakt. Deze akte houdt in als verklaring van die medewerker dat hij schriftelijk gemachtigde is van betrokkene en dat hij bepaaldelijk is gevolmachtigd om namens betrokkene cassatie in te stellen. Advocaat heeft kenbaar gemaakt dat hij niet beschikt over een (kopie van de) ondertekende “volmacht instellen cassatie, maar dat advocaat die het beroep heeft ingesteld zich nog wel kan herinneren dat door de strafgriffie van het hof is bevestigd dat fax met de ondertekende schriftelijke bijzondere volmacht daar is ingekomen. Gelet op dit samenstel van omstandigheden houdt HR het ervoor dat advocaat voorafgaand aan het opmaken van akte alsnog een schriftelijke volmacht aan de griffiemedewerker heeft doen toekomen en dat deze schriftelijke volmacht later in het ongerede is geraakt. Het in het ongerede raken van schriftelijke volmacht dient niet ten nadele van betrokkene te strekken. Betrokkene is ontvankelijk in zijn beroep. HR houdt iedere verdere beslissing aan en stelt AG in de gelegenheid om zich alsnog uit te laten over voorgestelde cassatiemiddelen. CAG: anders. Samenhang met 19/05509.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/00453 P
Zitting 8 december 2020