Parket bij de Hoge Raad, 07-04-2020, ECLI:NL:PHR:2020:330, 18/04126
Parket bij de Hoge Raad, 07-04-2020, ECLI:NL:PHR:2020:330, 18/04126
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 april 2020
- Datum publicatie
- 8 april 2020
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:330
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:934
- Zaaknummer
- 18/04126
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld in woning, art. 312 Sr. 1. Het middel van verdachte klaagt dat het hof bij zijn oordeel dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM ten onrechte tot uitgangspunt heeft genomen dat de berechting van de zaak in h.b. binnen 2 jaar had moeten plaatsvinden. 2. Namens de b.p.’s zijn verschillende klachten opgeworpen die klagen over de gedeeltelijke n-o van de vorderingen van de b.p.’s. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing maar uitsluitend w.b. de beslissing m.b.t. de vorderingen van de b.p.’s en de strafoplegging. Samenhang met 18/04126.”
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/04126
Zitting 7 april 2020