Parket bij de Hoge Raad, 19-05-2020, ECLI:NL:PHR:2020:500, 18/04476
Parket bij de Hoge Raad, 19-05-2020, ECLI:NL:PHR:2020:500, 18/04476
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 19 mei 2020
- Datum publicatie
- 20 mei 2020
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:500
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1057
- Zaaknummer
- 18/04476
Inhoudsindicatie
Aanvullende conclusie AG m.b.t. klachten b.p.’s over n-o verklaring c.q. afwijzing van hun vorderingen in de cold case-zaak t.z.v. de verkrachting en doodslag van Nicole van den Hurk in 1995. 1. Noopt art. 8 EVRM ertoe dat in de wetgeving wordt voorzien in een recht op (immateriële) schadevergoeding aan de nabestaanden die een familielid verliezen t.g.v. het onrechtmatig handelen of nalaten van een ander? 2. Heeft hof verzuimd om de wet ‘naar redelijkheid uit te leggen’ dan wel om te anticiperen op regelgeving waarin stieffamilie kan worden ontvangen in een vordering tot vergoeding van schade t.g.v. het overlijden van een naaste? De conclusie luidt dat de namens de b.p.’s voorgestelde middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Aanvulling op ECLI:NL:PHR:2020:398.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/04476
Zitting 19 mei 2020