Home

Parket bij de Hoge Raad, 21-12-2021, ECLI:NL:PHR:2021:1209, 20/01083

Parket bij de Hoge Raad, 21-12-2021, ECLI:NL:PHR:2021:1209, 20/01083

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2021
Datum publicatie
21 december 2021
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:1209
Formele relaties
Zaaknummer
20/01083

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Art. 42 Sr jo. art. 7 lid 1 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere politieambtenaren. Veroordeling politieagent wegens schieten op man die, na een lange achtervolging en waarschuwingsschoten, rennend over een weiland aan aanhouding probeert te ontkomen. Heeft hof terecht en voldoende gemotiveerd verweer verworpen dat vuurwapengebruik politieagent was geoorloofd op basis van art. 7, eerste lid, Ambtsinstructie? Strekt tot verwerping.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/01083

Zitting 14 december 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 13 maart 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens “poging tot zware mishandeling” veroordeeld tot het verrichten van een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van vijfentwintig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door twaalf dagen hechtenis, met een proeftijd van een jaar.1

2. Namens de verdachte heeft mr. G.G.J.A. Knoops, advocaat te Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.

De zaak

3. Op basis van de bewijsvoering kan de zaak als volgt worden geschetst. De verdachte is een politieagent die in de nacht van 8 op 9 januari 2015 betrokken was bij een relatief langdurige en grootscheepse achtervolging van een Citroen Berlingo door tenminste vier politiewagens op de snelweg A1 in de richting van Deventer vanuit Zwolle. De achtervolging vond plaats nadat in het “cat-systeem” van de politie een zogenoemde “aandachtsvestiging”2 was gekomen op de Citroen Berlingo. Nadat de bestuurder van die Citroen Berlingo meerdere keren de opdracht op het matrixbord “volgen politie” niet had opgevolgd, is door de politie een achtervolging ingezet waarbij de personenauto uiteindelijk langs meerdere wegafzettingen van de politie is gereden. In de personenauto bevond zich, als passagier op de bijrijderstoel, [slachtoffer], het later door de verdachte beschoten slachtoffer.Tijdens de achtervolging werden “spullen” uit de auto gegooid en heeft de auto meerdere keren naar links gestuurd toen een achtervolgende politieauto, die zwaailichten voerde, de auto links probeerde in te halen. In de bebouwde kom vertoonde de bestuurder van de Citroen Berlingo gevaarlijk rijgedrag bijvoorbeeld door meteen linksaf te gaan op een rotonde en zo hard over de drempels te rijden dat de vonken onder de Citroen vandaan kwamen. Nadat een collega van de verdachte via de meldkamer toestemming had verkregen om een zogenoemde “geforceerde stop” uit te voeren, is de achtervolgde auto bij de derde “geforceerde stop”, tot stilstand gekomen. [slachtoffer] is toen aan de kant van de bijrijder de auto uitgestapt en na een korte worsteling met een collega van de verdachte, weggerend waarna de achtervolging door de politie te voet is voortgezet.Bij het uitstappen hield het later beschoten slachtoffer “iets donkerkleurigs in zijn rechterhand” vast waarvan niet goed te zien was wat het was, maar het had volgens de verdachte “de grootte dat hij het in één hand kon houden”.Bij de achtervolging te voet door een grasveld hebben twee collega’s van de verdachte in totaal drie waarschuwingsschoten gelost en de verdachte tenminste tweemaal twee waarschuwingsschoten. Bij de achtervolging is [slachtoffer] in een grasveld uitgegleden en weer opgestaan om vervolgens een sloot in te springen en over het prikkeldraad aan de overkant van het water het aansluitende weiland verder op te rennen. Kort daarop is op dezelfde plek als waar [slachtoffer] was uitgegleden een collega van de verdachte uitgegleden en weer opgestaan. Vervolgens heeft de verdachte tegen de net gevallen en weer opgestane collega geroepen dat hij moest wachten en heeft de verdachte – aangekomen bij de sloot waar het latere slachtoffer in was gesprongen en zijn vlucht had voortgezet – gericht geschoten op [slachtoffer] die zich toen op ongeveer twintig meter afstand bevond. De man is daarbij in zijn teen geraakt. De verdachte heeft aangevoerd dat zijn vuurwapengebruik geoorloofd was op basis van art. 7, eerste lid, Ambtsinstructie en daarmee heeft gehandeld ter uitvoering van een wettelijk voorschrift als bedoeld in art. 42 Sr. Het hof heeft dit beroep verworpen. De drie middelen hebben alle betrekking op de uitleg die het hof heeft gegeven aan art. 7, eerste lid, Ambtsinstructie en de motivering waarmee het hof het beroep daarop heeft verworpen.

De bewezenverklaring en bewijsvoering

Wettelijk kader

Het eerste middel

Het tweede middel

Het derde middel

Slotsom