Home

Parket bij de Hoge Raad, 09-03-2021, ECLI:NL:PHR:2021:230, 19/05920

Parket bij de Hoge Raad, 09-03-2021, ECLI:NL:PHR:2021:230, 19/05920

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 maart 2021
Datum publicatie
9 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:230
Formele relaties
Zaaknummer
19/05920

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Moord op broer van kroongetuige in Marengo-proces. Enige middel verdachte betreft omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Vier middelen b.p's. Middel 1 klaagt over oordeel hof dat bp’s n-o zijn in hun vordering v.zv. die betrekking heeft op vordering tot vergoeding van de kosten voor berekenen gederfde levensonderhoud. AG wijdt algemene beschouwingen aan de bewijsregels die de vordering b.p. beheersen. Middelen 2, 3 en 4. Klachten over niet-toewijzing van shockschade. Conclusie strekt tot verwerping van de middelen van de b.p.'s.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/05920

Zitting 9 maart 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

De procedure in cassatie

1. De verdachte is bij arrest van 16 december 2019 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1. “moord”, 2. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” en 3. “schuldheling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27(a) Sr. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een negentiental in beslag genomen voorwerpen, en heeft het beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de tien benadeelde partijen, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3. Namens drie benadeelde partijen heeft mr. R. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur in totaal vier middelen van cassatie voorgesteld. Mr. Bektesevic heeft hierop bij verweerschrift gereageerd.

Waarover gaat deze zaak?

4. Deze strafzaak betreft de moord op de broer van de kroongetuige. In de ochtend van 29 maart 2018 werd [slachtoffer], de broer van de kroongetuige in het Marengo-proces, [betrokkene 1], door schoten om het leven gebracht. Dat gebeurde in zijn bedrijf in Amsterdam-Noord. De verdachte is de schutter. Hij heeft de moord bekend. De rechtbank legde de verdachte 20 jaar gevangenisstraf op; het hof heeft, zoals gezegd, in hoger beroep 28 jaar gevangenisstraf opgelegd. Ook kwamen volgens het hof twee nabestaanden die (indirect) getuige zijn geweest van de moord in aanmerking voor vergoeding van shockschade. De kinderen van [slachtoffer] kregen een vergoeding voor gederfd levensonderhoud.

Het namens de verdachte voorgestelde middel

De namens benadeelde partijen voorgestelde middelen

Het eerste middel

De vordering van NN7

De vorderingen van NN8 en NN9

Het tweede, derde en vierde middel

Vergoeding van immateriële schade

De overwegingen van het hof

Het tweede middel

Het derde middel

Het vierde middel

Slotsom