Home

Parket bij de Hoge Raad, 01-06-2021, ECLI:NL:PHR:2021:516, 20/02728

Parket bij de Hoge Raad, 01-06-2021, ECLI:NL:PHR:2021:516, 20/02728

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juni 2021
Datum publicatie
1 juni 2021
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:516
Formele relaties
Zaaknummer
20/02728

Inhoudsindicatie

Conclusie A-G. Beklag, beslag auto ex art. 94 Sv. Miscommunicatie over tijdstip zitting waardoor klager en diens raadsvrouw niet bij de behandeling in raadkamer aanwezig waren. Schending beginselen van behoorlijke procesorde i.h.b. hoor en wederhoor? A-G meent van wel. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 20/02728 B

Zitting 1 juni 2021

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de klaagster.

1 Het cassatieberoep

1.1.

De rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 20 augustus 2020 het klaagschrift, strekkende tot teruggave van een personenauto, te weten een Audi S7 Sportback, ongegrond verklaard.

1.2.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld over de behandeling in raadkamer.

1.3.

Het beklag heeft betrekking op een beslag dat in een strafzaak tegen een ander dan de klager is gelegd op een Audi S7 Sportback. De klager, die niet de beslagene is, stelt eigenaar te zijn van deze auto. Het klaagschrift is op 20 augustus 2020 in raadkamer behandeld.

2 Het middel

2.1.

Geklaagd wordt dat de behandeling in raadkamer ten onrechte buiten de aanwezigheid van de klager en zijn raadsvrouw heeft plaatsgevonden zodat sprake is geweest van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.

2.2.

Daartoe is aangevoerd dat de klager en diens raadsvrouw weliswaar op een juiste manier voor de raadkamerzitting zijn opgeroepen, maar dat voorafgaande aan de zitting was besloten de zitting op een later tijdstip te houden vanwege verhindering van de raadsvrouw. Desalniettemin heeft de zitting door een miscommunicatie wel op het oorspronkelijke tijdstip plaatsgevonden, waardoor de klager en zijn raadsvrouw niet in de gelegenheid zijn geweest om het klaagschrift nader toe te lichten, hetgeen nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gewezen beschikking meebrengt.1

2.3.

Het proces-verbaal van de raadkamerzitting houdt in:

“Aan de orde is het klaagschrift op de voet van artikel 552a van het Wetboek van strafvordering (Sv) van:

[klaagster] , klager,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

wonende te [plaats] , [a-straat 1] ,

voor deze zaak domicilie kiezende te 3111 AX Schiedam, Tuinlaan 120 ten kantore van zijn raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart.

De klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De raadsvrouw, mr. K.C. van de Wijngaart, is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De belanghebbende, [betrokkene 1] , is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

(...)

De rechter spreekt de beslissing van de rechtbank uit. Dit proces verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

Later in de ochtend is de raadsvrouw verschenen, zij had in een eerder stadium aan de griffie van de rechtbank verzocht om een ander tijdstip voor de behandeling van de zaak wegens een andere zitting. Hiervoor heeft zij akkoord gekregen. Door een misverstand is het veranderde tijdstip niet doorgegeven aan de officier van justitie en de samenstelling van de rechtbank, zodat zij ten onrechte in afwezigheid van de raadsvrouw en de klager het beklag hebben behandeld.”

2.4.

De beschikking houdt het volgende in:

Procedure

Op 22 april 2020 is op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een klaagschrift ingediend.

Het klaagschrift is op 20 augustus 2020 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. H. van Galen is gehoord.

De klager en de raadsvrouw zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

(...)

Later in de ochtend is de raadsvrouw van klager verschenen. Zij had in een eerder stadium aan de griffie van de rechtbank verzocht om een ander tijdstip voor de behandeling van de zaak wegens een andere zitting. Hiervoor heeft zij akkoord gekregen. Door een misverstand is het veranderde tijdstip niet doorgegeven aan de officier van justitie en de samenstelling van de rechtbank, zodat zij in afwezigheid van de raadsvrouw en de klager het beklag hebben behandeld.”

3 Beoordeling van het middel

3.1.

De beschikking bevat geen nadere overweging over de consequenties van het gerezen misverstand over het tijdstip van de zitting. Op grond van hetgeen hiervoor uit de stukken is weergegeven, moet worden aangenomen dat aan de raadsvrouw is toegezegd dat de behandeling van het klaagschrift in de raadkamer op een later tijdstip zou plaatsvinden. Dit brengt mee dat de klager en de raadsvrouw ervan uit mochten gaan dat de zaak op het eerdere afgesproken tijdstip op 20 augustus 2020 niet zou worden behandeld. Door deze wijze van handelen heeft de rechtbank aan de klager en zijn raadsvrouw de gelegenheid ontnomen zich uit te laten over het klaagschrift. De rechtbank heeft daarmee gehandeld in strijd met de beginselen van behoorlijke procesorde, in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor.2 Het middel klaagt daarover dan ook terecht.

4 Conclusie