Parket bij de Hoge Raad, 02-02-2021, ECLI:NL:PHR:2021:72, 20/01886
Parket bij de Hoge Raad, 02-02-2021, ECLI:NL:PHR:2021:72, 20/01886
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 2 februari 2021
- Datum publicatie
- 2 februari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:72
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:629
- Zaaknummer
- 20/01886
Inhoudsindicatie
Conclusie Advocaat-Generaal. Herzieningszaak Arnhemse Villamoord. Veroordeling door het hof in 2000 wegens een overval op een woning op 2 september 1998 waarbij een persoon om het leven is gekomen en een ander gewond is geraakt. Als novum is aangevoerd de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. De AG besteedt aandacht aan het procesverloop in de zaak die heeft geleid tot veroordeling door het hof. De herzieningsaanvraag verwijst onder meer naar het boek ‘De Arnhemse Villamoord’ van H. Israëls e.a. maar volgens de AG kan dat niet als een (nieuw) deskundigenoordeel worden aangemerkt. Daarnaast behandelt de AG het advies van de ACAS (Adviescommissie afgesloten strafzaken) dat in vier van de zaken is uitgebracht en waarnaar de herzieningsaanvraag ook verwijst. In dat advies is de veroordeling als “(potentieel) onveilig” aangemerkt. Volgens de AG is dat niet de maatstaf waarmee het herzieningsverzoek moet worden beoordeeld. Wel onderzoekt de AG uitgebreid de bewijsconstructie van het hof en de vraag of het hof bekend was met de in de aanvraag genoemde elementen waaruit zou kunnen blijken dat de veroordelingen als onveilig zouden moeten worden aangemerkt. Daarbij komen ook de door de politie gemaakte video-opnamen van de verhoren van de verdachten aan bod en gaat de AG in op de algemene problematiek van valse bekentenissen. De AG concludeert dat een andere rechter op basis van het beschikbare bewijsmateriaal wellicht tot een vrijspraak gekomen zou zijn maar dat dit de veroordeling nog niet ‘onveilig’ maakt en dat dit ook geen aanleiding is voor herziening. Omdat het hof zich uitgebreid heeft gebogen over de wijze van verhoren en over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring, die nu is ingetrokken, kan die nieuwe verklaring niet als een nieuw gegeven in de zin van art. 457 Sv worden aangemerkt. Daarom adviseert de AG de Hoge Raad om de herzieningsaanvraag ongegrond te verklaren.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/01886 H
Zitting 2 februari 2021
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de aanvrager.
1 Inleiding
De aanvrager is bij in kracht van gewijsde gegaan1 arrest van 12 december 2000 door het gerechtshof te Arnhem wegens 1. subsidiair “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest. Verder is de vordering van de benadeelde partij toegewezen en is aan de aanvrager een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Namens de aanvrager heeft mr. A.S. van der Biezen, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij brief gedateerd 19 juni 2020 een aanvraag tot herziening van de genoemde uitspraak ingediend. Bij de aanvraag zijn zeven bijlagen (producties) gevoegd. Een ontbrekende bijlage is nadien bij faxbericht gedateerd 26 november 2020 aan de Hoge Raad toegezonden.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/00985 H, 20/01228 H, 20/01711 H, 20/03887 H, 20/03889 H, 20/03891 H en 20/03892 H. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
2 Waarover gaat deze zaak?
Op 2 september 1998 vond er tussen 19.00 en 20.00 uur een gewelddadige overval plaats in een villawoning aan de [a-straat] in Arnhem. Bij deze overval is de bewoonster, [slachtoffer 1] , doodgeschoten. Op een andere vrouw, [slachtoffer 2] , die op dat moment de woning bezocht, is ook geschoten. Zij is daardoor gewond geraakt. Slachtoffer [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij, toen zij de woning binnenkwam, de bewoonster met een onbekende manspersoon zag staan. Zij werden vervolgens beiden door deze man naar de slaapkamer gedirigeerd en hen werd verzocht om op het bed te gaan liggen. Er is daarna tweemaal op de hoofden van de vrouwen geschoten, als gevolg waarvan [slachtoffer 1] is overleden en [slachtoffer 2] een schampschot aan haar hoofd opliep. Uit de woning zijn enkele bankpasjes en wat geld weggenomen. Ook is een zogenaamde gouden slavenarmband buitgemaakt.
Voor deze overval zijn acht mannen veroordeeld, te weten [medeveroordeelde 9] , [medeveroordeelde 1] , [aanvrager] , [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 4]2, [medeveroordeelde 5] , [medeveroordeelde 6] en [medeveroordeelde 8] . In de zaken van deze mannen, met uitzondering van [medeveroordeelde 8] , zijn herzieningsaanvragen ingediend.
[medeveroordeelde 7] was door de rechtbank eveneens veroordeeld voor deze overval. Na zijn overlijden, ten tijde van de behandeling van het hoger beroep, heeft het hof in zijn zaak de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. In de zaak van [medeveroordeelde 7] is namens een nabestaande een herzieningsaanvraag ingediend.
Een tiende man, [betrokkene 1] , is in Nederland niet vervolgd, omdat een aan Duitsland gericht uitleveringsverzoek niet is gehonoreerd. Wel zijn de Duitse autoriteiten een (eigen) strafrechtelijk onderzoek naar [betrokkene 1] gestart op verdenking van betrokkenheid bij de genoemde overval. Dat Duitse onderzoek, waarop ik hierna nog zal ingaan, heeft niet tot een vervolging geleid.
Deze zaak staat bekend als de “Arnhemse Villamoord”.
3 Opsporingsonderzoek
Op de plaats delict zijn twee kogels (kaliber 7.65 mm) en twee hulzen gevonden. Ook zijn er een paar vingerafdrukken gevonden in de villa. Reeds op 6 november 1998 worden deze vingerafdrukken vergeleken met de vingerafdrukken van zeven personen, waaronder [medeveroordeelde 9] , [medeveroordeelde 4] , [medeveroordeelde 6] , [medeveroordeelde 5] en [medeveroordeelde 8] . Dit levert geen resultaat op. Nadien worden deze vingerafdrukken ook met de vingerafdrukken van de andere veroordeelden vergeleken, ook dan zonder resultaat.
Het duurt uiteindelijk meer dan een half jaar voordat in deze zaak een verdachte wordt opgepakt. Op 8 maart 1999 wordt [medeveroordeelde 9] aangehouden. In de daaropvolgende weken worden ook de andere veroordeelden aangehouden. Ten tijde van de verhoren van de veroordeelden had het politieonderzoek onder meer een getuigenverklaring opgeleverd waarin door de getuige was gezien dat op de avond van het misdrijf tussen 19.30-19.45 een donkerblauwe of mogelijke zwarte Volkswagen Golf de inrit van de villa opreed en op dat moment een man (signalement: getinte huidskleur, 30-35 jaar, geen baard of snor, donker haar, bol gezicht, klein stevig postuur) langs het fietspad stond die keek hoe genoemde Volkswagen de inrit inreed.3 En een getuigenverklaring inhoudende dat de getuige iets na 19.00 uur op de [b-straat] een personenauto zag staan met daarachter, bij de openstaande kofferbak, een manspersoon met donker haar en vermoedelijk een snor en zittend op de achterbank nog een tweede manspersoon.4 De aangehouden verdachten zijn veelvuldig door de politie verhoord. Op een zeker moment – ten tijde van zijn vijfde verhoor als verdachte – heeft [medeveroordeelde 6] een grotendeels bekennende verklaring afgelegd, waarin hij tevens voor de andere verdachten belastend verklaart. Ook [aanvrager] heeft op enig moment een bekennende verklaring afgelegd, maar daarop is hij later – in wisselende bewoordingen – teruggekomen. Van een groot deel van de verhoren van de verdachten zijn door de politie video-opnames gemaakt. De videobanden van die opnames bevinden zich in het dossier.