Home

Parket bij de Hoge Raad, 23-12-2022, ECLI:NL:PHR:2022:1242, 22/00407

Parket bij de Hoge Raad, 23-12-2022, ECLI:NL:PHR:2022:1242, 22/00407

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23 december 2022
Datum publicatie
13 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:1242
Formele relaties
Zaaknummer
22/00407

Inhoudsindicatie

Procesrecht; verzoek om mondelinge behandeling in hoger beroep (art. 87 lid 8 Rv); motivering en maatstaf afwijzing verzoek

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/00407

Zitting 23 december 2022

CONCLUSIE

E.M. Wesseling-van Gent

In de zaak

R.M. van der Zwan q.q.

tegen

1. [verweerder 1]

2. [verweerster 2]

1 Aanduiding partijen en korte inhoud cassatieberoep

1.1

Eiser tot cassatie wordt hierna aangeduid als Van der Zwan en verweerders in cassatie als [verweerders]

1.2

Deze zaak gaat in cassatie uitsluitend over de vraag of het hof het verzoek van Van der Zwan om een mondelinge behandeling (ongemotiveerd) mocht afwijzen.

2 Feiten en procesverloop

2.1

Hoewel in deze zaak uitsluitend het procesverloop in hoger beroep van belang is, vermeld ik kort waarop de zaak betrekking heeft, en het procesverloop in eerste aanleg.

Feiten 1

2.2

Op 17 juli 2019 is tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het [onroerend goed] . Van der Zwan was de verkopende partij en [verweerders] waren de kopende partij.

2.3

In de kop van de koopovereenkomst is vermeld: “Model koopovereenkomst voor een bestaande eengezinswoning (model 2018). Vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM, VastgoedPro, VBO Makelaar, de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis.”

2.4

Artikel 16 van de hiervoor vermelde koopovereenkomst luidt als volgt:

Bedenktijd. De koper die een natuurlijke persoon is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft bedenktijd om deze koopovereenkomst te ontbinden. De bedenktijd duurt drie dagen en begint om 0.00 uur van de dag die volgt op de dag dat de door partijen ondertekende koopovereenkomst (in kopie) aan koper ter hand gesteld is. Indien de bedenktijd op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. De bedenktijd wordt, zo nodig, zoveel verlengd, dat daarin ten minste twee dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn. Als koper binnen de bedenktijd de koopovereenkomst wil ontbinden, moet hij ervoor zorgen dat de ontbindingsverklaring verkoper of diens makelaar voor het einde van de bedenktijd bereikt.”

2.5

[verweerders] hebben tijdig een beroep gedaan op ontbinding van de koopovereenkomst op basis van het hiervoor geciteerde artikel 16.

Procesverloop in eerste aanleg 2

2.6

Bij inleidende dagvaarding van 19 november 2019 heeft Van de Zwan [verweerders] gedagvaard voor de rechtbank Den Haag en daarbij een verklaring voor recht gevorderd dat aan [verweerders] geen beroep op de wettelijke bedenktermijn toekomt en dat de koopovereenkomst derhalve niet tijdig door hen is ontbonden. Aan deze vordering heeft Van der Zwan primair ten grondslag gelegd dat [verweerders] in het kader van de koopovereenkomst hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf en zij geen beroep kunnen doen op de mogelijkheid tot ontbinding gedurende de bedenktijd van artikel 16.

2.7

[verweerders] hebben als verweer aangevoerd dat zij niet hebben gehandeld in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf en dat zij met recht een beroep kunnen doen op artikel 16 van de koopovereenkomst.

2.8

De rechtbank heeft de vordering bij vonnis van 19 augustus 2020 afgewezen. Procesverloop in hoger beroep3

2.9

Van der Zwan is, onder aanvoering van vijf4 grieven, van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof Den Haag.

2.10

[verweerders] hebben de grieven bestreden.

2.11

Daarna heeft Van der Zwan het hof bij brief van 21 mei 2021 (bestemd voor de rol van 25 mei 2021) verzocht om een mondelinge behandeling/comparitie van partijen “teneinde partijen in de gelegenheid te stellen aan het hof alle relevante informatie te verstrekken en zo nodig een minnelijke regeling te beproeven.”5

2.12

Blijkens het roljournaal heeft het hof dit verzoek bij rolbeslissing van 15 juni 2021 afgewezen.6

2.13

Het hof heeft vervolgens, samengevat, bij arrest van 9 november 2021 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.

2.14

Van der Zwan heeft van de rolbeslissing van 15 juni 2021 (hierna: de rolbeslissing) en van het arrest van 9 november 2021 (hierna: het bestreden arrest) tijdig7 cassatieberoep ingesteld. Bij de procesinleiding zijn producties gevoegd. [verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping en hun standpunt schriftelijk toegelicht.Van der Zwan heeft gerepliceerd.

3 Ontvankelijkheid

3.1

Vanwege de aard van het verzoek8 dient de rolbeslissing m.i. als een tussenarrest te worden aangemerkt, waarvan op grond van art. 401a lid 2 Rv gelijktijdig met het eindarrest beroep in cassatie kan worden ingesteld.

4 Bespreking van het cassatiemiddel

5 Conclusie