Home

Parket bij de Hoge Raad, 29-11-2022, ECLI:NL:PHR:2022:1252, 21/02249

Parket bij de Hoge Raad, 29-11-2022, ECLI:NL:PHR:2022:1252, 21/02249

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
24 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:1252
Formele relaties
Zaaknummer
21/02249

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Samenhang met 21/02250 en 21/02452. Middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat de verdachte niet ontvankelijk is in het hoger beroep op grond dat onder de schriftelijke bijzondere volmacht een handtekening ontbreekt. Middel slaagt: het oordeel van het hof dat het verzuim om de volmacht te ondertekenen niet voor gedekt kan worden gehouden en leidt tot niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep, is onder de gegeven omstandigheden niet zonder meer begrijpelijk. Conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/02249

Zitting 29 november 2022

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte

Inleiding

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 12 mei 2021 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Er bestaat samenhang met de zaken 21/02250 en 21/02452. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat de verdachte niet ontvankelijk is in het hoger beroep.

5. Voordat ik tot een bespreking van het middel overga, zal ik eerst het procesverloop en de overwegingen van het hof met betrekking tot de ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep weergeven.

Het procesverloop

6. Uit de stukken van het geding blijkt, voor zover relevant, het volgende procesverloop:

(i) De politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft op 18 december 2019 vonnis gewezen in de onderhavige zaak.

(ii) De akte hoger beroep vermeldt dat namens de verdachte op 30 december 2019 beroep is ingesteld tegen het vonnis van 18 december 2019 door een griffiemedewerker bij voormelde rechtbank. De akte houdt tevens in dat deze griffiemedewerker daartoe gemachtigd is “blijkens de aan deze akte gehechte volmacht”.

(iii) Aan de akte is gehecht een e-mailbericht van T.R. Oude Veldhuis, advocaat te Hengelo, waarin zij de griffier verzoekt hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 18 december 2019. Een handtekening onderaan het e-mailbericht is niet zichtbaar. Ik citeer:

“SCHRIFTELIJKE VOLMACHT INSTELLEN HOGER BEROEP

Het bestreden arrest

“Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het middel

Het juridisch kader

De beoordeling van het middel

Slotsom