Parket bij de Hoge Raad, 25-01-2022, ECLI:NL:PHR:2022:57, 20/02899
Parket bij de Hoge Raad, 25-01-2022, ECLI:NL:PHR:2022:57, 20/02899
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 januari 2022
- Datum publicatie
- 26 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:57
- Formele relaties
- Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHSHE:2020:4159
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:338
- Zaaknummer
- 20/02899
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. (1)Terechte klacht over oordeel hof dat bezit, verspreiden en aanbieden van kinderporno (art. 240b Sr) gedragingen bevat die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van art. 14b lid 2 Sr (verhoging proeftijd); (2) Slagende klacht over formulering bijzondere voorwaarde ex art. 14c lid 2 sub 14; onbegrensde vorm van toezicht vormt volgens AG een te vergaande inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/02899
Zitting 25 januari 2022
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Het cassatieberoep
De verdachte is bij arrest van 8 september 2020 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 “een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt” en onder 2 “een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en aanbieden, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 6 jaar onder de algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het arrest.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.
2 Samenvatting feiten en procesverloop
De feiten in deze zaak kunnen als volgt worden samengevat. Door het hof is geoordeeld dat de verdachte zich gedurende een periode van bijna vijfeneenhalf jaar heeft beziggehouden met het via internet verzamelen van digitale foto- en filmbestanden, waaronder ook kinderpornografie. Naast het in bezit hebben van de kinderpornografie, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verspreiden en aanbieden hiervan. Het hof heeft aan de opgelegde gevangenisstraf van de verdachte op grond van art. 14b lid 2 Sr een proeftijd van 6 jaar verbonden omdat het bezit en het verspreiden van kinderporno bijdraagt aan een verwerpelijke industrie waarbij ernstige inbreuk wordt gemaakt op de onaantastbaarheid van het lichaam van minderjarigen. Naast de opgelegde gevangenisstraf heeft het hof bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke deel van de straf verbonden.
De verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank veroordeeld wegens kortweg i) het in bezit hebben van een gegevensdrager met kinderpornografische afbeeldingen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte is gemaakt en ii) het verspreiden en aanbieden van een kinderpornografische afbeelding, meermalen gepleegd. Door de verdachte is hoger beroep ingesteld en het hof is tot een andere bewezenverklaring gekomen dan de rechtbank, maar heeft de verdachte evengoed veroordeeld wegens de in randnummer 1.1 gekwalificeerde misdrijven.
3 Het eerste middel
Het eerste middel klaagt dat het hof de strafoplegging onvoldoende met redenen heeft omkleed, nu het oordeel van het hof dat is voldaan aan de in art. 14b lid 2 Sr genoemde voorwaarde dat “er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen” niet begrijpelijk is. Het hof heeft geen feiten en omstandigheden vastgesteld waaruit gedragingen van de verdachte kunnen worden afgeleid die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van art. 14b lid 2 Sr, terwijl de misdrijven waaronder het bewezenverklaarde is gekwalificeerd ook niet zonder meer kunnen worden gekarakteriseerd als misdrijven die dergelijke gedragingen omvatten.
In het bestreden arrest heeft het hof ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat:
“1.hij in de periode van 9 mei 2012 tot en met 5 december 2017, te Eindhoven, gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten - een desktop computer (beslagcode 430845), - een DVD met opschrift 'misc 06' (beslagcode 430943) bevattende foto's, video's en films, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een vinger/hand en/of een voorwerp vaginaal penetreren van haar eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnamen: [naam 1] ; 000a_webcam-tits_and_ [naam 2] bijlage 1 collectiescan bladzijde 98 van het dossier) en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van de borst van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een (ander) persoon, en/of het met de/een vinger/hand, en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnamen: -001_ [naam 3] .jpg; [naam 4] and [naam 5] first time 2, bijlage 1 collectiescan, bladzijde 99 dossier) en/of het geheel en/of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: 000_0136.jpg; Look away to smiles (78).jpg; set01-564.jpg, bijlage I collectiescan, bladzijde 99 en 100 van het dossier) en/ofhet zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnamen: [naam 6] , bijlage 1 collectiescan bladzijde 100 van het dossier) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;2. hij in de periode van 24 mei 2016 tot en met 24 augustus 2016 te Eindhoven elf afbeeldingen, te weten fotoafbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een vinger en/of hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnamen; [naam 7] (2); img. 10-1; img. 12-1; img. 13-1; img.20-1, bijlage 1 collectiescan, bladzijde 113 dossier) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen [naam 8] (33); img.5-1; img.8-1; img.11-1; img. 14-1; img.23-1, bijlage 1 collectiescan bladzijde 113 van het dossier).”
Ten aanzien van de strafoplegging heeft het hof het volgende overwogen:
“Op te leggen strafDe verdediging heeft bepleit aan de verdachte geen lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar de verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 of 3 maanden, gecombineerd met een maximale taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van 6 jaren waaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende. De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna vijfeneenhalf jaren beziggehouden met - kort gezegd - het verzamelen van digitale foto- en filmbestanden, bevattende onder meer afbeeldingen van kinderporno, via het internet. Onder verdachte is een enorme hoeveelheid pornografisch materiaal aangetroffen, waaronder naar schatting 1.000 digitale foto- en filmbestanden bevattende afbeeldingen van seksuele handelingen waarbij geregeld jonge kinderen zijn betrokken. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het meermalen verspreiden van in totaal elf kinderpornografische afbeeldingen, door deze in een chatgesprek te delen met andere bezoekers. Door aldus te handelen heeft verdachte indirect het vervaardigen van kinderporno, waarbij vaak zeer jonge kinderen door volwassenen aan vaak zeer verregaande seksuele handelingen worden onderworpen, bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik kan - zoals algemeen bekend - leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade aan de slachtoffers. Mede om die reden dient het seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie daarvan te worden tegengegaan. Daarnaast dient het in omloop brengen van beeldmateriaal dat seksueel misbruik van jeugdigen suggereert te worden bestraft vanwege de mogelijke schadelijke effecten daarvan. De verdachte heeft zich van het vorenstaande kennelijk geen rekenschap gegeven en zich slechts laten leiden door zijn eigen belangen. Het hof heeft bij de straftoemeting ten nadele van de verdachte meegewogen dat hij, blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 juni 2020, betrekking hebbende op het justitieel verleden van de verdachte, voorafgaand aan het bewezenverklaarde eerder, te weten op 21 juli 2009, ter zake van een soortgelijk feit onherroepelijk door een strafrechter is veroordeeld. De verdachte is destijds veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaren. Voorts blijkt uit voornoemd uittreksel dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd tijdens een lopende proeftijd van een onherroepelijke veroordeling wegens eveneens het bezitten van kinderpornografische bestanden. Het voorgaande heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich schuldig te maken aan de onderhavige feiten. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij sinds 20 jaren voor hetzelfde softwarebedrijf werkt, waar gokspellen worden gemaakt. Hij woont in een huurwoning, heeft geen schulden en is niet verslaafd aan alcohol en/of drugs. Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Alle omstandigheden afwegende acht het hof - met de rechtbank - oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaren passend en geboden. Het hof zal eveneens de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk deel van de straf verbinden. Ten aanzien van de duur van de proeftijd geldt dat met het bezit en het verspreiden van kinderporno de verdachte heeft bijgedragen aan een verwerpelijke industrie waarbij, zoals algemeen bekend, ernstige inbreuk wordt gemaakt op de onaantastbaarheid van het lichaam van minderjarigen. Op grond van artikel 14b, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht kan de proeftijd daarom langer dan 3 jaren bedragen. Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Art. 14b lid 2 Sr1 luidt:
“2. De proeftijd bedraagt ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan ten hoogste tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.”
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 28 maart 2017,2 voorafgegaan door een uitvoerige conclusie van mijn ambtgenoot Hofstee over wat binnen de kaders van art. 14b (lid 2 en 3) Sr en art. 240b Sr dient te worden verstaan onder een “misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen”,3 geoordeeld dat het verwerven en zich toegang verschaffen tot, alsmede het in bezit en voorraad hebben van kinderporno geen gedragingen bevat die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De Hoge Raad kwam vervolgens tot de conclusie dat het oordeel van het hof dat niet werd voldaan aan de in art. 14b lid 2 Sr genoemde voorwaarde dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting en ook niet onbegrijpelijk is.
In het licht van het voorgaande is niet zonder meer begrijpelijk dat het bewezenverklaarde onder 1 door het hof is aangemerkt als ‘een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen’, zoals bedoeld in art. 14b lid 2 Sr. Dat in de onderhavige zaak, anders dan in de aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad naast het in bezit hebben ook sprake is van het verspreiden en aanbieden van kinderpornografie, maakt dit, gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad, niet anders.4 Daarmee is ook niet zonder meer begrijpelijk dat het bewezenverklaarde onder 2 door het hof is aangemerkt als een delict waarop het uitzonderingscriterium als bedoeld in art. 14b lid 2 Sr van toepassing is.
Het middel slaagt.