Parket bij de Hoge Raad, 13-09-2022, ECLI:NL:PHR:2022:772, 21/05015
Parket bij de Hoge Raad, 13-09-2022, ECLI:NL:PHR:2022:772, 21/05015
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 13 september 2022
- Datum publicatie
- 15 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:772
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:1568
- Zaaknummer
- 21/05015
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Procedure van dubbele volmacht (art. 450.1.b Sv). Volmacht tot instellen
h.b. aan griffiemedewerker betreft e-mail van advocaat met handtekening. Middelen richten zich tegen oordeel hof dat verdachte n-o is in h.b. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/05015
Zitting 13 september 2022
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 26 november 2021 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Beide middelen richten zich tegen het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger-beroep.
4. Voordat ik tot een bespreking van de middelen overga, zal ik eerst het procesverloop en de overwegingen van het hof met betrekking tot de ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep weergeven.
Het procesverloop
5. Uit de stukken van het geding blijkt, voor zover relevant, het volgende procesverloop:
(i) De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, heeft op 2 maart 2020 vonnis gewezen in de onderhavige zaak.
(ii) De akte hoger beroep vermeldt dat namens de verdachte op 3 maart 2020 beroep is ingesteld tegen het vonnis van 2 maart 2020 door een griffiemedewerker bij voormelde rechtbank. De akte houdt tevens in dat deze griffiemedewerker daartoe gemachtigd is “blijkens de aan deze akte gehechte volmacht”.
(iii) Aan de akte is gehecht een e-mailbericht van J.J.J.L. Maalsté d.d. 3 maart 2020, waarin hij de griffier verzoekt hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 2 maart 2020. De handtekening onderaan dit e-mailbericht is niet zichtbaar.
(iv) Bij e-mailbericht van 4 maart 2021 heeft een juridisch medewerker van het hof J.J.J.L. Maalsté het volgende bericht:
“Geachte heer Maalsté,
In de bovenstaande zaak is per e-mail hoger beroep ingesteld (zie bijlage).
Onder de in de e-mail opgenomen volmacht is geen handtekening zichtbaar.
Zou u mij daarom het originele e-mailbericht kunnen sturen?”
(v) Bij e-mailbericht van 7 juni 2021 heeft J.J.J.L. Maalsté een afschrift van de e-mail van 3 maart 2020 naar het hof gezonden. Dit e-mailbericht bevat onderaan een (afbeelding van) de handtekening van J.J.J.L. Maalsté en houdt onder meer het volgende in:
“Bij deze bericht ik u dat zich in bovengenoemde zaak tot mij heeft gewend cliënt, [verdachte] , met het verzoek namens hem hoger beroep in te (doen) stellen tegen de beslissing van de meervoudige strafkamer van 2 maart 2020, van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle in bovengenoemde zaak welke aldaar is behandeld.
Cliënt heeft ondergetekende bepaaldelijk gevolmachtigd om dit hoger beroep ter zake in te stellen.
Namens cliënt machtig ik door deze de griffier bepaaldelijk om dit hoger beroep in te stellen en cliënt stemt in met het door uw medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep. Het afschrift van de oproeping in hoger beroep voor cliënt kan worden toegezonden op het door hem opgegeven adres zijnde het kantooradres van ondergetekende aan de Al-Masoedilaan 144, 3526 GZ te Utrecht.
Ik verzoek u beleefd een en ander spoedig af te wikkelen en mij een kopie van de akte rechtsmiddel te doen toekomen.
(...)
met vriendelijke groet en hoogachting,
mr. Julien J. J. L. Maalsté
(...)”