Parket bij de Hoge Raad, 29-11-2022, ECLI:NL:PHR:2022:981, 21/01818
Parket bij de Hoge Raad, 29-11-2022, ECLI:NL:PHR:2022:981, 21/01818
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 november 2022
- Datum publicatie
- 30 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:981
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:230
- Zaaknummer
- 21/01818
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Veroordeling wegens art. 170 sub 1 en 2 Sr en poging tot art. 157 sub 1 en 2 Sr. Sprake van “te duchten levensgevaar” door het wegnemen van koperen gasleidingen, waardoor gas de – leegstaande – woning in stroomde? AG bespreekt relevante jurisprudentie en daaruit af te leiden gezichtspunten. Dit leidt tot de slotsom dat de veroordeling naar zijn mening in stand kan blijven. Conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/01818
Zitting 29 november 2022
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 23 april 2021 het vonnis van de rechtbank Gelderland van 22 augustus 2019 bevestigd behalve voor wat betreft de strafoplegging en met aanvulling van gronden. De verdachte was bij voormeld vonnis veroordeeld wegens 1. "eendaadse samenloop van: een gebouw opzettelijk beschadigen terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is; en poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is" en 2. “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tol de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”. Het hof heeft aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel komt op tegen de bewijsvoering van het onder 1 tenlastegelegde.
3.1 Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
“hij op of omstreeks 11 maart 2018 te [plaats] , een gebouw, te weten een woning gelegen aan de [a-straat 1] aldaar, opzettelijk heelt beschadigd, door in/uit dat gebouw, één of meerdere gasleidingen te vernielen en weg te nemen, terwijl hiervan:
- gemeen gevaar voor goederen (die woning en/of belendende woning(en)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en
- levensgevaar voor anderen (medewerkers van de gealarmeerde hulpdiensten die in die woning aanwezig waren en personen die aanwezig waren in de directe omgeving van die woning), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was:
en
hij op of omstreeks 11 maart 2018 te [plaats] , ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing te veroorzaken in een woning gelegen aan de [a-straat 1] , terwijl daarvan:
- gemeen gevaar voor goederen (die woning en/of belendende woning(en)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen (medewerkers van de gealarmeerde hulpdiensten die (even later) in die woning aanwezig waren en personen die aanwezig waren in de directe omgeving van die woning), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet:
- een of meerdere gasleidingen in voornoemde woning heeft weggenomen (waardoor dat gas vrijelijk kon stromen), en
- (vervolgens) voornoemde woning heeft verlaten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;”
3.2 Het door het hof bevestigde vonnis bevat, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, de volgende (PROMIS-)bewijsoverweging (met weglating van voetnoten):
“De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 11 maart 2018 kreeg de politie de melding dat er een gaslucht was waargenomen aan de [a-straat ] in [plaats] en dat er mogelijk sprake was van een gaslek in een leegstaande woning. Bij de woning was de brandweer al aanwezig. Die had geconstateerd dat de achterdeur van [a-straat 1] openstond toen zij arriveerden. De politie werd gevraagd de straat af te zetten tot een afstand van 50 meter van de woning met [a-straat 1] . De bewoners van [a-straat 2] moesten hun woning verlaten. De bewoners aan de overkant van de weg (geschatte afstand 30 meter) moesten in hun woning blijven en ramen en deuren sluiten. Volgens de bevelvoerder van de brandweer was er sprake van explosiegevaar. In de woning met [a-straat 1] was sprake van een gaslek. De leidingen uit de meterkast waren van de muur getrokken. Het percentage gas in de woning met [a-straat 3] (twee onder een kap met [a-straat 1] ) was dusdanig hoog dat ook daar explosiegevaar was. Volgens de officier van dienst van de brandweer was er sprake van een zeer gevaarlijke situatie voor zowel omwonenden als voor de hulpverleners ter plaatse.
Namens woningbouwvereniging [A] uit Ulft heeft [betrokkene 1] aangifte gedaan en verklaard dat de woningen aan de [a-straat 3] en [a-straat 1] in [plaats] op dat moment niet werden bewoond in verband met asbestsanering. [betrokkene 1] heeft gezien dat aan de achterzijde van de woning aan de [a-straat 1] een deur was geforceerd en dat de cilinder uit het slot was getrokken. In de kelderkast was de koperen waterleiding en gasleiding over een lengte van 3 meter weggenomen. Verder zijn een kraan en de watermeter weggenomen.
Uit het proces-verbaal sporenonderzoek blijkt dal alle toevoer koperen buizen van water en gasleidingen waren doorgeknipt en deels weggenomen.
Door de brandweer is een incident-rapportage opgemaakt. Daaruit komt naar voren dat het gas buiten te ruiken was. Bij het betreden van de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] ging de explosiegevaarmeter direct in alarm en toonde een waarde van 100% LEL. Dat betekent dat er 100% gas/lucht verhouding van de onderste explosiegrens gemeten wordt en er direct een daadwerkelijke explosie kan plaatsvinden.
Het betroffen meerdere 2/1 kap woningen aan dezelfde straatzijde welke deels leeg stonden en nog deels bewoond waren. De genoemde concentraties in combinatie met een ontstekingsbron kunnen al een explosie veroorzaken. In deze situatie zou dat waarschijnlijk tot totale ontzetting van de beide woningen onder hetzelfde dak hebben geleid. Daarnaast was er veel nevenschade aan omliggende woningen te verwachten als gevolg van de drukgolf en rondvliegend puin bij die explosie. Eventuele bewoners en hulpverleners in de directe omgeving zouden gewond zijn geraakt.
Het op onprofessionele wijze verwijderen van de gas- en waterleidingen heeft er direct toe geleid dat er vrije uitstroom heeft plaatsgevonden van zowel gas als water. Door de (langdurige) uitstroom van het gas heeft de woning zich volledig gevuld met gas. Vanwege het type woning (2/1 kap) is het gas ook via de zolder naar de naastgelegen woning gelopen. Ook in deze woning zijn zeer hoge concentraties gas gemeten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman beeft voor beide feiten vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat verdachte de feiten vanaf het begin heeft ontkend. Hij is daar niet geweest. Hij heeft die dag met zijn vriendin een pony opgehaald. Ten aanzien van de DNA-match heeft de raadsman betoogd dat de kans bestaat dat het betreffende spoor niet van verdachte afkomstig is. Dat kan het geval zijn als sprake is van verwantschap. In dat geval verandert volgens de raadsman het kanspercentage. De raadsman heeft verder naar voren gebracht dat niet is voldaan aan het bewijsminimum.