Parket bij de Hoge Raad, 08-12-2023, ECLI:NL:PHR:2023:1113, 23/00738
Parket bij de Hoge Raad, 08-12-2023, ECLI:NL:PHR:2023:1113, 23/00738
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 december 2023
- Datum publicatie
- 11 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:1113
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:52
- Zaaknummer
- 23/00738
Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht. Schending mededelingsplicht bij invullen (Model)gezondheidsverklaring bij aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering? Art. 7:928 lid 1 en lid 6 BW. Door het hof toegepaste maatstaf; motiveringsklachten. Begrip ‘in algemene termen vervatte vraag’.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/00738
Zitting 8 december 2023
CONCLUSIE
S.D. Lindenbergh
In de zaak
Aegon Schadeverzekering N.V.
tegen
[verweerder]
Partijen worden hierna verkort aangeduid als Aegon respectievelijk [verweerder] .
1 Inleiding en samenvatting
[verweerder] heeft bij het aanvragen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij de beantwoording van vragen in een (Model)gezondheidsverklaring niet gemeld dat hij in voorgaande jaren driemaal bij de huisarts is geweest voor onder andere concentratieproblemen en daarbij tweemaal door zijn huisarts naar een psycholoog is verwezen en die heeft bezocht. Ook heeft hij geen melding gemaakt van veranderingen in zijn gezondheidstoestand in de periode tussen het aanvragen en ingaan van de verzekering. Een week na het ingaan van de verzekering heeft [verweerder] zich ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten van overspannenheid. Aegon heeft uitkering geweigerd met een beroep op schending van de mededelingsplicht (art. 7:928 lid 1 BW). [verweerder] vordert nakoming van de verzekeringsovereenkomst zonder uitsluiting of clausulering van dekking. Centraal staat de vraag of [verweerder] de vragen 3 B en 3 M op de gezondheidsverklaring redelijkerwijs zo moest opvatten dat hij de bijbehorende hokjes moest aankruisen en daarbij de bezoeken aan de huisarts en psycholoog had moeten melden, zodat aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan. De rechtbank oordeelde bevestigend en wees de vorderingen van [verweerder] af. Het hof is van oordeel dat [verweerder] de hokjes niet hoefde aan te kruisen, omdat [verweerder] , kort gezegd, redelijkerwijs heeft kunnen en mogen begrijpen dat hij de hokjes alleen hoefde aan te kruisen als er sprake was of is geweest van een reële/daadwerkelijke aandoening, ziekte, klacht en/of gebrek. Omdat de huisarts en psychologen hem er steeds van hebben verzekerd dat er niets aan de hand was, heeft hij er redelijkerwijs van mogen uitgaan dat hem niets mankeerde.
Aegon komt in cassatie met rechts- en motiveringsklachten op tegen dit oordeel. Het middel vraagt daarbij in wezen om een feitelijke herbeoordeling van de wijze waarop [verweerder] de vragen redelijkerwijs mocht begrijpen. Daarnaast richt Aegon een rechts- en motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof dat de tekst achter ‘hokje M’ kan worden beschouwd als een in algemene termen vervatte vraag in de zin van art. 7:928 lid 6 BW. Ten slotte bevat het middel een motiveringsklacht gericht tegen het oordeel van het hof over de mededelingsplicht van [verweerder] ten aanzien van wijzigingen in zijn gezondheidstoestand in de periode tussen het invullen van de gezondheidsverklaring en het ingaan van de verzekering.
2 Feiten
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan.1
[verweerder] heeft een eenmanszaak: een klussenbedrijf. Hij heeft in 2018 een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij Aegon. Daarvoor heeft hij in februari 2018 een gezondheidsverklaring ingevuld en ondertekend. Vraag 3 van de gezondheidsverklaring2 luidt, op blad 2 van de verklaring, als volgt. In de linkerkantlijn is de volgende vraag vermeld:
‘Heeft u een of meer van de volgende aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken? Of heeft u deze gehad? Kruis dan het hokje voor de letter aan.’
Rechts daarnaast staat de volgende opsomming:
‘A. Aandoening, ziekte of klachten van de hersenen of zenuwen. Zoals beroerte, TIA, CVA, toevallen, epilepsie, spierziekte, oogzenuwontsteking, hoofdpijn, duizeligheid.
B. Aandoening, ziekte of klachten van psychische aard. Zoals depressie, schizofrenie, psychose, ADHD, overspannenheid, overwerktheid, angststoornis, slapeloosheid, hyperventilatie, burnout.
C. Aandoening, ziekte of klachten van hart en bloedvaten. Zoals hartinfarct, beklemming of pijn op de borst, verhoogde bloeddruk, hartkloppingen, vernauwing of ontsteking van bloedvaten, embolie.
D. Verhoogd cholesterol, suikerziekte, schildklierafwijking, jicht, stofwisselings- of stapelingsziekten, hormoonafwijkingen.’
Op blad 3 van de gezondheidsverklaring is in de linkerkantlijn de volgende opmerking vermeld:
‘Let op!
Kruis ook Ja aan als u:
- bij een huisarts, hulpverlener of arts bent geweest of als u deze heeft gebeld;
- bent opgenomen in het ziekenhuis, een psychiatrische inrichting of andere verpleeginrichting;
- geopereerd bent;
- nog medicijnen gebruikt. Of medicijnen heeft gebruikt;
- nog onder controle staat.’
De opsomming wordt op blad 3 als volgt vervolgd:
‘E. Aandoening, ziekte of klachten van longen of luchtwegen. Zoals astma, COPD, kortademigheid, pleuritis, bronchitis, langdurig hoesten, embolie.
F. Aandoening, ziekte of klachten van slokdarm, maag, darmen, lever, galblaas, alvleesklier.
G. Aandoening, ziekte of klachten van nieren, blaas, urinewegen, geslachtsorganen.
H. Vermoeidheidsklachten, slaapapneu-syndroom, soa (seksueel overdraagbare aandoening), hiv-infectie, andere infectieziekten.
I. Goed- of kwaadaardige zwelling of tumor, kwaadaardige aandoening, kanker, bloedziekte, bloedarmoede.
J. Aandoening, ziekte of klachten van spieren, ledematen of gewrichten (waaronder knie, heup, handen, schouders), reuma (acuut of chronisch), (kinder)verlamming, bekkeninstabiliteit of fybromyalgie. Kromme rug, rugklachten, rugpijn, spit, hernia, ischias, nekklachten of KANS (dit heette RSI). U moet dit ook aankruisen als u een botbreuk heeft gehad.
K. Aandoening, ziekte of klachten van huid, spataderen, open been, fistels, trombose.
L Aandoeningen, ziekte of klachten van neus, keel, bijholten, strottenhoofd of stemband, ogen of oren (bijvoorbeeld gehoorstoornis).
M. Aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken die niet onder de categorieën hierboven vallen.’
In de inleiding van de gezondheidsverklaring is vermeld dat de medisch adviseur van Aegon naar de antwoorden kijkt en haar adviseert of zij de verzekering wel of niet kan accepteren en, zo ja, onder welke voorwaarden. Daarbij is ook vermeld:
‘Vul alle vragen goed in
Dat is belangrijk. En dat bent u verplicht. Daarmee voorkomt u bijvoorbeeld dat:
[…]
- AEGON geen uitkering geeft bij arbeidsongeschiktheid.
Noem al u klachten. Oók als u denkt dat deze niet belangrijk zijn. Of als u niet bij een dokter bent geweest.’
In de toelichting bij de gezondheidsverklaring is onder meer vermeld:
‘[…]
Wat moet u vertellen?
Heeft u een bepaalde aandoening, ziekte, gebrek of klacht? Dan moet u dat altijd vertellen. Ook als dit lang geleden was. Het kan belangrijk zijn voor uw aanvraag.
Heeft u steeds minder klachten?
Heeft u van een bepaalde aandoening, ziekte, gebrek of klacht steeds minder last? Dan moet u dit ook vertellen. Daar houdt onze medisch adviseur rekening mee.
Het is belangrijk dat u op alle vragen eerlijk en volledig antwoord geeft. Dat bent u verplicht. Dat heet uw 'mededelingsplicht'. Daarmee voorkomt u dat
- u geen uitkering krijgt als u arbeidsongeschikt wordt;
- [...]
[…]
Verandert uw gezondheid?
U vult de gezondheidsverklaring in. En sluit uw verzekering af. Soms zit daar een paar weken tussen. Intussen kan uw gezondheid beter of slechter worden. U moet dit dan direct doorgegeven aan AEGON. Dit is uw mededelingsplicht. Geeft u de verandering niet door? Dan heeft dit misschien gevolgen. U leest meer hierover onder het kopje ‘Wat moet u vertellen?’.’
[verweerder] kruiste bij vraag 3 alleen het hokje voor ‘M’ aan, en in de bijlage vulde hij in dat het ging om een liesbreuk in 2016.
De verzekering ging in op 11 mei 2018.3 Op 17 mei 2018 heeft [verweerder] zich ziekgemeld met lichamelijke en psychische klachten van overspannenheid. Bij behandeling van zijn aanvraag om dekking te verlenen kwam naar voren dat [verweerder] in voorgaande jaren een paar keer bij de huisarts is geweest met vragen over zijn concentratieproblemen en verwezen is naar een psycholoog. Volgens Aegon had [verweerder] dit moeten melden in het vragenformulier en heeft hij – door dat niet te doen – zijn mededelingsplicht geschonden.
Uit het dossier blijkt over de medische historie van [verweerder] het volgende.
De huisarts zag [verweerder] op 1 maart 2012. [verweerder] was toen 15 jaar. De huisarts noteerde in het journaal4 als omschrijving ‘zorgen om broer’ en:
‘(S) Werk lukt niet zo goed, mn concentratiestoornissen, denkt veel aan situatie rond zijn 2 jaar oudere broer die is opgenomen.
[verweerder] is al erg ver met zijn opleiding tot timmerman 2. Slaapt slecht, wandelt wel met hond, maar sport weinig, loopt soms hard (weinig tijd en geen puf hiervoor)
(E) zorgen om zijn boer (ziekte)
(P) Werkt nu 40 uur, waarvan 8 uur op school (SBBO), sinds kort in [plaats] . Doet aan
mij een verzoek tot bemiddeling voor bijzonder verlof, om tijdelijk 6 uur ipv 8 uur per dag te mogen werken.
Dat verzoek ondersteun ik als huisarts van harte met het oog om zijn omstandigheden.’
De huisarts verwees [verweerder] in november 2013 naar een psycholoog. In de verwijsbrief5 staat vermeld:
‘Concentratieproblemen, langdurig bestaand. Wil eigen timmer/klusbedrijf gaan starten, wil zich beter kunnen focussen en interesseren wanneer iemand iets tegen hem zegt, dwaalt snel af in gedachten’
GZ-psycholoog [betrokkene 1] stuurde de huisarts van [verweerder] op 20 februari 20146 als terugkoppeling een intakerapportage (van de intake op 7 februari 2014) waarin onder meer is vermeld:
‘[…]
Reden van aanmelding:
vermoeden van ADD
Hulpvraag:
Ik was benieuwd wat ik kan doen aan die concentratieproblemen, trucjes willen krijgen. Nu als zzper meer verantwoordelijkheid, en met klanten kan ik niet dingen navragen enzo. wil geen stempel, mensen kijken anders tegen je aan. ik probeer er wel mee om te gaan.
Medicatie:
--
Beschrijvende diagnose:
Een 20-jarige thuiswonende man. werkend als zelfstandig timmerman, meldt zich met concentratieproblemen. Patiënt beschrijft zijn leven lang al moeite te hebben met zich te concentreren, hij leest ook niet graag en heeft moeite met taal. Eerdere vermoedens van dyslexie zijn door onderzoek in [plaats] uitgesloten. In de kindertijd had patiënt extra begeleiding voor zijn taalproblemen en maakte hij huiswerk met een remedial teacher. Hij was een erg sociaal en actief kind. Hij heeft de basisschool en middelbare school zonder doublures doorlopen. Patiënt wist al vroeg dat hij in de bouw wilde werken en heeft zonder problemen de opleiding tot timmerman afgerond. Momenteel is hij bezig met het opstarten van zijn eigen timmermansbedrijf. Patiënt is wel in staat om verplichtingen en afspraken na te komen en beschikt ook over goede organisatorische vaardigheden. Hij heeft een goede relatie met zijn 3 jaar jongere vriendin en is ook tevreden over zijn sociaal netwerk. Het functioneren van patiënt wordt enigszins gehinderd door de concentratieproblemen maar in onvoldoende mate om te kunnen spreken van langdurig structureel disfunctioneren op meerdere gebieden van het leven.
Conclusie:
Op basis van anamnese, heteroanamnese en vragenlijsten kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van de aanwezigheid van een aandachtstekortstoornis.
Behandelbeleid:
Daar er geen sprake is van de aanwezigheid van psychopathologie, wordt aan patiënt geen behandelaanbod gedaan. [...]’
In het huisartsenjournaal van contacten met [verweerder] staat bij 4 maart 2016:7 ‘Wil graag naar psycholoog, familie belast voor depressies’. Hij is toen verwezen naar een GZ-psycholoog en daar heeft hij één gesprek mee gehad. Op 9 augustus 2016 noteerde de huisarts:
‘[...] uitleg dat bepaalde zaken inderdaad geen ziekten zijn en dat daarvoor dan geen professionele hulp nodig is, zoals oude liefdes die weer contact zoeken e.d. Daarvoor zijn vrienden, familie of gesprekken in de kroeg’.
[betrokkene 2] , coach, trainer en GZ-psycholoog, schreef in een brief van 4 oktober 20188 aan de medisch adviseur van Aegon:
‘[…]
Ik heb dhr. [ [verweerder] , toevoeging A-G] eenmalig ontmoet op 9 juni 2016. Hij kwam toen bij mij met een verwijzing van de huisarts voor de Basis GGZ. Tijdens het kennismakingsgesprek was ik vanuit mijn professie als GZ-psycholoog niet in staat een As-1 diagnose vast te stellen. Daardoor heb ik hem voorgesteld het gesprek als coachingsgesprek te rekenen. Ik heb hem in dat gesprek enkele handvatten gegeven hoe om te gaan met zijn moeite om zijn ex-vriendin los te laten. Dhr. liet in oktober 2016 weten dat hij met deze tips voldoende uit de voeten kon en zag geen meerwaarde in een coachingstraject.
[...]’
In het huisartsenjournaal9 staat bij 17 mei 2018 vermeld:
’S Voelt zich niet zo lekker, wil graag lab. Lijkt overwerkt, sinds vandaag huilbuien heeft jarenlang met veel plezier en enthousiasme in zijn eenmansbedrijfje gewerkt (keukens verbouwen), agenda zit overvol
E Overwerkt […]’
En bij 13 juni 2018 is vermeld:
‘[…] Client heeft altijd met een hoog energieniveau hard gewerkt (oa. 30 clienten tegelijk bediend), is ws over een grens heengegaan, heeft wel wat signalen gehad, maar was nog niet zo duidelijk. Nu is hij ertegenaan gelopen en voelt zich lamgeslagen […]
E burnout, surmenage
[…]’
3 Procesverloop
Bij inleidende dagvaarding van 23 maart 2020 heeft [verweerder] Aegon in rechte betrokken voor de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank). Hij heeft, kort gezegd, gevorderd dat Aegon wordt veroordeeld om de verzekeringsovereenkomst na te komen zonder uitsluiting of clausulering van de dekking in verband met psychische klachten en dat de vermelding van zijn naam in de registers over verzwijging en fraude wordt verwijderd op straffe van het verbeuren van een dwangsom, met veroordeling van Aegon in de proceskosten. Hij heeft gesteld dat er geen stoornis of gebrek is vastgesteld en dat hij de vragen in de gezondheidsverklaring zo mocht opvatten dat alleen klachten die (na onderzoek) hebben geleid tot een diagnose en/of een behandeling gemeld hadden moeten worden.
Aegon heeft verweer gevoerd en daarbij tevens gesteld dat niet goed voorstelbaar is dat [verweerder] in de periode tussen het invullen van de gezondheidsverklaring en het ingaan van de verzekering (hierna ook: de tussenperiode) geen klachten heeft gehad. Aegon stelt dat als zij wel op de hoogte was geweest, dekking voor arbeidsongeschiktheid wegens psychische klachten zou zijn uitgesloten dan wel zou zijn geclausuleerd met de mogelijkheid van herbeoordeling.10 [verweerder] heeft betwist dat hij in de tussenperiode signalen heeft gehad die hij toen had moeten melden bij Aegon.11
Op 8 maart 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is door [verweerder] nog een productie in het geding gebracht. Van de mondelinge behandeling is, voor zover mij bekend, geen proces-verbaal opgemaakt.
Bij vonnis van 21 april 202112 heeft de rechtbank de vorderingen afgewezen en [verweerder] veroordeeld in de proceskosten. Naar het oordeel van de rechtbank had [verweerder] moeten begrijpen dat hij de concentratieproblemen waarmee hij in 2012 en 2013 bij de huisarts is geweest en het feit dat hij twee keer is verwezen naar een psycholoog had moeten melden bij vraag 3 van de gezondheidsverklaring, omdat daarin niet alleen is gevraagd naar klachten waarop een diagnose is gevolgd, maar naar alle klachten en contacten met artsen. Aegon heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat zij de verzekeringsovereenkomst niet of onder andere voorwaarden zou zijn aangegaan als [verweerder] de concentratieproblemen zou hebben gemeld.
In hoger beroep
Bij dagvaarding van 16 juli 2021 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld van het vonnis van de rechtbank bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof). Hij heeft een grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank over, kort gezegd, schending van zijn mededelingsplicht en een grief tegen het oordeel dat Aegon bij kennis van de ware stand van zaken de verzekering niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan. Aegon heeft verweer gevoerd.
Bij arrest van 3 mei 202213 heeft het hof een mondelinge behandeling gelast, die op 19 september 2022 heeft plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Beide partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd. Namens [verweerder] is nog gereageerd op het proces-verbaal.
Bij arrest van 29 november 202214 heeft het hof het vonnis van 21 april 2021 vernietigd en opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad,
- voor recht verklaard dat [verweerder] zijn precontractuele mededelingsplicht niet heeft geschonden en dat Aegon de verzekeringsovereenkomst zoals die ten tijde van de arbeidsongeschiktheid in 2018 bestond ongeclausuleerd dient voort te zetten
en Aegon veroordeeld:
- om haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst met [verweerder] na te komen, in het bijzonder om aan [verweerder] vanaf 17 juni 2018 gedurende zijn arbeidsongeschiktheid, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te voldoen;
- om binnen veertien dagen na betekening van het arrest zowel de registratie in het Gebeurtenissenregister als in het Interne Verwijzingsregister ongedaan te maken als van die ongedaanmaking verificatoire bescheiden aan [verweerder] over te leggen op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag tot een maximum van € 25.000,--;
- tot terugbetaling aan [verweerder] van alles wat [verweerder] op grond van het vonnis van 21 april 2021 aan Aegon heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2021 tot aan de dag van terugbetaling;
- tot betaling van de proceskosten en de nakosten;
en het verder gevorderde afgewezen.
Aan zijn oordeel dat [verweerder] zijn precontractuele mededelingsplicht, zoals bedoeld in art. 7:928 lid 1 BW, niet heeft geschonden heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd.
‘Het invullen van de gezondheidsverklaring
Het hof deelt het oordeel van de rechtbank dat de zaak zich op dit punt allereerst toespitst op de vraag of [verweerder] had moeten begrijpen dat hij bij vraag 3 van de gezondheidsverklaring hokje B dan wel M had moeten aankruisen en daarbij had moeten melden dat hij in 2012, 2013 en 2016 met concentratieproblemen bij de huisarts is geweest en dat hij twee keer is verwezen naar een psycholoog.
Hokje B
Het hof is van oordeel dat het [verweerder] niet kan worden aangerekend dat hij hokje B (“Aandoening, ziekte of klachten van psychische aard”) niet heeft aangekruist. Het hof baseert zijn oordeel op de volgende overwegingen.
Als uitgangspunt geldt dat [verweerder] op grond van artikel 7:928 lid 1 BW gehouden was om vóór het sluiten van de verzekeringsovereenkomst aan Aegon alle feiten mee te delen die hij kende of behoorde te kennen en waarvan […] naar hij wist of behoorde te begrijpen de beslissing van Aegon of, en zo ja, op welke voorwaarden zij de verzekering zou willen sluiten, afhing of kon afhangen. Indien de verzekering, zoals hier, [A-G: is aangegaan] op de grondslag van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst kan de verzekeraar zich er niet op beroepen dat de vragen niet zijn beantwoord of feiten waarnaar niet was gevraagd, niet zijn medegedeeld, en evenmin dat een in algemene termen vervatte vraag onvolledig is beantwoord, tenzij is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Naar vaste rechtspraak geldt daarbij dat [verweerder] de vragen in de vragenlijst heeft mogen opvatten overeenkomstig de zin die hij aan die vragen onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht toekennen.15 Hierbij is de context van het totale aanvraagformulier van belang.16
Het hof is van oordeel dat [verweerder] er terecht op wijst17 dat op pagina 2 van de gezondheidsverklaring (waarop de hokjes A tot en met D staan vermeld) er niet op wordt gewezen om ook “Ja” aan te kruisen als men bij een huisarts, hulpverlener of arts is geweest. Die opmerking/waarschuwing (Let op!) staat, anders dan Aegon in de conclusie van antwoord (randnummer 98) met de ingekopieerde passages suggereert, pas in de kantlijn op de volgende bladzijde. In de kantlijn naast de hokjes A tot en met D staat alleen de vraag/instructie: “Heeft u een of meer van de volgende aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken? Of heeft u deze gehad? Kruis dan het hokje voor de letter aan”.
Onduidelijk is waarom aan de vraag/instructie in de kantlijn niet direct de opmerking/waarschuwing is toegevoegd dat men de hokjes ook moet aankruisen als men bij een huisarts, hulpverlener of arts is geweest. Door die laatste opmerking/waarschuwing pas in de kantlijn op de volgende pagina, pagina 3, te plaatsen kan op zijn minst de indruk zijn gewekt dat de hokjes A tot en met D, alleen aangekruist hoefden te worden als er sprake was of is geweest van een reële/daadwerkelijke aandoening, ziekte, klacht en/of gebrek.
Doorgaans zal men een formulier met meerdere pagina’s immers van voor naar achter invullen. Om die reden zal een aspirant-verzekerde pagina 2 in overeenstemming met de daar gegeven instructie beginnen in te vullen. Vervolgens zal deze dan pas bij het invullen van pagina 3 de opmerking/waarschuwing zien dat men de hokjes ook moet aankruisen als men bij een huisarts, hulpverlener of arts is geweest. De stellingen van Aegon impliceren dat de aspirant-verzekerde zich dan dient te realiseren dat de instructie op pagina 2 niet compleet was en dient te worden aangevuld met de waarschuwing op pagina 3. Dat is (te) veel gevraagd van een gemiddelde lezer en het maakt de gezondheidsverklaring in ieder geval niet duidelijk en transparant. Als de vraag/instructie en de opmerking/waarschuwing boven het eerste hokje A zou zijn geplaatst, zou duidelijk zijn geweest dat de waarschuwing op alle hokjes betrekking had.
Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de hiervoor beschreven intransparantie/onduidelijkheid van de gezondheidsverklaring niet voor rekening van [verweerder] dient te komen. Gelet op de instructie op pagina 2 heeft [verweerder] redelijkerwijs kunnen, en ook mogen begrijpen dat hokje B alleen aangekruist hoefde[…] te worden als er sprake was of is geweest van een reële/daadwerkelijke aandoening, ziekte, klacht en/of gebrek. Omdat de huisarts en psychologen [verweerder] er steeds van hebben verzekerd dat er niets aan de hand was, heeft hij er redelijkerwijs van mogen uitgaan dat hem niets mankeerde.
De omstandigheid dat [verweerder] een tussenpersoon had en daarnaast de mogelijkheid had om Aegon vragen te stellen, kan er naar het oordeel van het hof niet toe leiden dat de onduidelijkheid van de gezondheidsverklaring toch voor rekening van [verweerder] dient te komen.
Aan het voorgaande voegt het hof nog toe dat het, los van het voorgaande, nog maar de vraag is of [verweerder] had moeten begrijpen dat concentratieproblemen beschouwd dienen te worden als “psychische klachten” als bedoeld bij hokje B. Weliswaar is de opsomming onder B niet limitatief, maar het is de vraag of [verweerder] heeft moeten begrijpen dat concentratieproblemen onder categorie B vielen. De aandoeningen die onder B worden vermeld zijn in hoofdzaak ernstige aandoeningen, waartoe [verweerder] concentratieproblemen niet direct hoefde te rekenen. Ook deze onduidelijkheid c.q. omissie in het aanvraagformulier dient dan ook voor rekening van Aegon te blijven.
Hokje M
Aegon stelt dat ook “Ja” aangekruist moet worden als men bij een huisarts, hulpverlener of arts [is] geweest en dat [verweerder] , gelet op de (in rechtsoverweging 2.6.1 en verder) vermelde bezoeken aan de huisarts/psycholoog, hokje M had moeten aankruisen en de vragen op de bijlage had moeten invullen. Het hof is echter van oordeel dat [verweerder] evenmin heeft hoeven begrijpen dat hij hokje M had moeten aankruisen.
In de eerste plaats is het, gelet op wat het hof onder 4.4 over de onduidelijkheid van de gezondheidsverklaring heeft overwogen, de vraag of [verweerder] zich heeft moeten realiseren dat hij ook bezoeken aan de huisarts, hulpverleners en artsen diende te vermelden die niet hebben geleid tot een diagnose en/of bevestiging van de klachten.
In de tweede plaats betreft hokje M een open vraag naar alle resterende aandoeningen, ziektes, klachten en/of gebreken. Dat betekent dat een aspirant-verzekerde ten aanzien van alle aandoeningen, ziekten, klachten en of gebreken die niet onder de categorieën A tot en met L vallen, feitelijk zijn complete huisartsenjournaal bij de gezondheidsverklaring zou moeten voegen. Dat kan redelijkerwijs niet van een aspirant verzekerde worden verwacht en deze hoeft dat redelijkerwijze ook niet in die zin te begrijpen.
[verweerder] heeft redelijkerwijs mogen begrijpen dat het in het kader van de vraag onder M gaat om huisarts-, hulpverlener en artsbezoeken die betrekking hadden op overige “aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken” die reëel zijn/waren. Zoals dat het geval was met de wel door [verweerder] onder M vermelde liesbreuk. Redelijkerwijze heeft [verweerder] niet hoeven begrijpen dat hij onder M ook de bezoeken aan de huisarts en psychologen had moeten vermelden, waarbij hem werd verteld dat er niets aan de hand was.
Het hof voegt hieraan nog toe dat [verweerder] ter zitting heeft opgemerkt dat hij graag toestemming zou hebben gegeven aan Aegon om inzage in het huisartsenjournaal en dat hij niks te verbergen had. Aegon heeft daarop geantwoord dat zij zo’n algemene machtiging/toestemming niet mag vragen. Dit biedt steun aan het oordeel van het hof dat van [verweerder] redelijkerwijs niet verwacht mocht worden dat hij ten aanzien alle overige “aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken” de facto alle informatie in zijn huisartsenjournaal diende te verstrekken.
Het hof voegt hier nog aan toe dat, zoals [verweerder] ook heeft aangevoerd, (hokje) M kan worden beschouwd als een in algemene termen vervatte – open – vraag zoals bedoeld in artikel 7:928 lid 6 BW. Bij (hokje) M wordt immers in zijn algemeenheid gevraagd naar overige aandoeningen, ziekten, klachten en/of gebreken. Ten aanzien van een dergelijke open vraag kan Aegon zich er niet op beroep[en] dat deze onvolledig is ingevuld, tenzij is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Dat laatste heeft Aegon niet gesteld en zo heeft zij [verweerder] ook niet behandeld; Aegon heeft de verzekering niet beëindigd en zij heeft – uit coulance – zelfs premie teruggestort aan [verweerder] .
De tussenperiode
Aegon wijst erop dat er in de gezondheidsverklaring op wordt gewezen dat als de gezondheid van een aspirant-verzekerde in de periode tussen het invullen van de gezondheidsverklaring en het ingaan van de verzekering (de tussenperiode) verandert, hij/zij dit direct aan Aegon dient door te geven (vgl. hiervoor onder punt 2.8).
Aegon stelt dat [verweerder] tussen het invullen van de gezondheidsverklaring en het ingaan van de verzekering (hierna: de tussenperiode) klachten moet hebben gehad die hij aan haar had behoren te melden. Aegon verwijst daarbij naar het journaal van de huisarts (hiervoor in punt 2.7 geciteerd), waarbij zij met name wijst op de passage: “(…) Client heeft altijd met een hoog energieniveau [hard] gewerkt (oa. 30clienten tegelijk bediend), is ws over een grens heengegaan, heeft wel wat signalen gehad, maar was nog niet zo duidelijk. Nu is hij ertegenaan gelopen en voelt zich lamgeslagen (…)”.
[verweerder] betwist dat hij in de tussenperiode klachten had, althans dat hij zich daarvan bewust is geweest. De opmerking in het journaal van de huisarts van 13 juni 2018 betekent volgens [verweerder] dat hij, nadat hij was ingestort, zich met terugwerkende kracht heeft gerealiseerd dat er signalen zijn geweest die duidden op een verandering in zijn gezondheid. Het is volgens hem heel gebruikelijk dat iemand een burnout pas herkent en onderkent als hij instort. [verweerder] verwijst op dit punt naar een actuele reclamecampagne waarin wordt gewaarschuwd dat mensen een burnout vaak niet voorvoelen en dat deze zich plotseling aandient.
Het hof is van oordeel dat uit het verslag van de huisarts niet zonder meer kan worden afgeleid [dat] [verweerder] voorafgaand aan zijn instorting zich bewust is geweest van de vermelde signalen. De zinsnede kan evenzeer betekenen dat [verweerder] , zoals hij stelt, zich na zijn instorting met terugwerkende kracht heeft gerealiseerd dat er signalen zijn geweest/dat hij signalen heeft gemist. De opmerking “maar was nog niet zo duidelijk” lijkt daar ook op te wijzen. Aegon heeft verder niet betwist dat mensen een burnout vaak pas opmerken als zij zijn ingestort. Nu er verder geen aanwijzingen zijn dat [verweerder] zich in de tussenperiode bewust is geweest van burnout-klachten is de stelling van Aegon op dit punt onvoldoende onderbouwd.
Niet kan worden aangenomen, en dit heeft Aegon ook niet gesteld, dat [verweerder] in strijd met zijn mededelingsplicht heeft gehandeld omdat hij de vermelde signalen had moeten onderkennen.’
In cassatie
Aegon heeft bij procesinleiding van 27 februari 2023 tijdig cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 29 november 2022. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Beide partijen hebben een schriftelijke toelichting genomen en zij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot repliek en dupliek.