Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2023, ECLI:NL:PHR:2023:1237, 22/02673
Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2023, ECLI:NL:PHR:2023:1237, 22/02673
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 5 maart 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:1237
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:302
- Zaaknummer
- 22/02673
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen schending geheimhoudingsplicht (art. 272 Sr). Verdachte en medeverdachte hebben Bibob-advies over verdachte verstrekt aan journalist. Klachten tegen verwerping beroep op n-o OM (wegens ontbreken klacht), de bewezenverklaring, de bewijsvoering en de kwalificatie. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02673
Zitting 19 december 2023
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte
-
De verdachte is bij arrest van 6 juli 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens ‘medeplegen van een opzettelijke schending van een wettelijke geheimhoudingsplicht’ veroordeeld tot en geldboete van € 500 subsidiair 10 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel bevat een aantal deelklachten, die (kort gezegd) op het ontbreken van een klacht, de bewijsvoering en de kwalificatiebeslissing betrekking hebben. Voorafgaand aan de bespreking van deze klachten geef ik delen van het bestreden arrest, de aanvulling, de appelschriftuur en de pleitnota weer.
Arrest, aanvulling, appelschriftuur en pleitnota
4. Het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:
‘Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging
Klachtvereiste
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich kortgezegd op het standpunt gesteld dat medeverdachte het Bibob-advies heeft gedeeld met een journalist om het handelen van de gemeente aan de kaak te stellen en niet om derden te schaden. Het tenlastegelegde feit is niet gericht tegen bepaalde personen. Om die reden is geen sprake van het klachtvereiste, zoals bedoeld in artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft kortgezegd aangevoerd dat ingevolge artikel 272, tweede lid, Sr voor vervolging van onderhavige feit een klacht nodig is van degene die door het schenden van het voorschrift, het geheim houden van het advies, wordt geraakt. Een dergelijke klacht ontbreekt. Derhalve dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de strafvervolging van verdachte.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een klachtvereiste. Het motief van medeverdachte om het Bibob-advies te delen is niet relevant voor het klachtvereiste. Indien het schenden van de geheimhoudingsplicht tegen een bepaald persoon is gepleegd, wordt het slechts vervolgd op de klacht van diegene. Echter, de geheimhoudingsplicht ingevolge artikel 28 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) dient een breder belang dan alleen de bescherming van derden. De geheimhoudingsplicht raakt in dit geval ook het algemeen belang, namelijk dat het doel van de Wet Bibob beter wordt gediend in geval instanties en personen die informatie verstrekken aan de opstellers van het advies ervan uit kunnen gaan dat die informatie vertrouwelijk blijft.
Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
(...)