Parket bij de Hoge Raad, 24-03-2023, ECLI:NL:PHR:2023:347, 22/02429
Parket bij de Hoge Raad, 24-03-2023, ECLI:NL:PHR:2023:347, 22/02429
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 maart 2023
- Datum publicatie
- 18 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:347
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:870, Gevolgd
- Zaaknummer
- 22/02429
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht. Schadevergoeding o.v.v. art. 6:162 BW wegens misleiding? Beroep op vrijwaringsverplichting stuit af op art. 6:248 BW?
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/02429
Zitting 24 maart 2023
CONCLUSIE
B.F. Assink
In de zaak
1. [Stichting Administratiekantoor] (hierna: STAK)
2. [eiser 2] (hierna: [eiser 2])
(hierna gezamenlijk: STAK c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
tegen
1. Recycling Solutions Investment Partners B.V. (hierna: Recycling Solutions)
2. EM Capital Partners B.V. (hierna: EM Capital)
3. [Holding] B.V. (hierna: [Holding])
(hierna gezamenlijk: [eiseres], in vrouwelijk enkelvoud)
Inleiding
Dit geding draait om door partijen over en weer ingestelde vorderingen. Door [eiseres] is onder meer een bedrag uit hoofde van vrijwaring gevorderd, door STAK c.s. onder meer schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Tegen de oordelen ter zake in hoger beroep richt STAK c.s. cassatieklachten. M.i. zonder vrucht.
1. De feiten1
1.1 [eiser 2] is enig aandeelhouder en middellijk bestuurder van Bisbeez B.V. (hierna: Bisbeez). [eiser 2] was tot en met 16 november 2015 via Avodah Management B.V. enig bestuurder en via Bisbeez enig aandeelhouder van [Holding] . [eiser 2] is vermogend en heeft in 2013 en 2014 in de Quote 500 gestaan.
1.2 [Holding] is (via haar dochtervennootschappen) gespecialiseerd in (de installatie van) apparatuur voor afvalscheiding, afvalverwerking en recycling.
1.3 Recycling Solutions was in het relevante tijdvak een dochtervennootschap van ABN AMRO Participaties Fund V B.V. Dit betrof een onderdeel van ABN AMRO Participaties (hierna: AAP). AAP was de participatiemaatschappij van ABN AMRO Bank N.V. (hierna: de bank). De bank was de huisbankier van [Holding] .
1.4 [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) is middellijk aandeelhouder en bestuurder van EM Capital. Met deze vennootschap participeert [betrokkene 1] in bedrijven (Recycling Solutions en EM Capital gezamenlijk hierna: de Investeerders).
1.5 [Holding] werd in november 2014 door de bank onder bijzonder beheer geplaatst. Daarbij drong de bank aan op toetreding van een kapitaalkrachtige partij.
1.6 Omstreeks mei 2015 is [eiser 2] in gesprek gegaan over een mogelijke participatie van AAP (middels Recycling Solutions) en [betrokkene 1] (middels EM Capital) in [Holding] . [betrokkene 1] was op dat moment werkzaam bij [A] .
1.7 In een e-mail van 16 mei 2015 heeft [eiser 2] [betrokkene 1] ingelicht over zijn groeiplannen voor, en mogelijk door te voeren interne optimalisaties bij, [eiser 2] Recycling Solutions B.V. (hierna: Recycling Solutions). Deze B.V. is een werkmaatschappij van [Holding] en fungeert als de ‘topholding’ van de [eiser 2] -onderneming.
1.8 Op 29 mei 2015 tekenden [eiser 2] en AAP een geheimhoudingsovereenkomst. Daarin is bepaald dat AAP door Chinese Walls gescheiden is van andere delen van de bank.
1.9 [A] heeft op 3 juli 2015 een opdrachtbevestiging gestuurd. Deze was gericht aan [eiser 2] Recycling Solutions en vermeldt, voor zover van belang:
“Graag bevestig ik hiermee de opdracht voor onze associé (...) [betrokkene 1] als adviseur van de DGA van [eiser 2] Recycling Solutions B.V.”
1.10 Een e-mail van 27 augustus 2015 van de bank aan [eiser 2] luidt, voor zover van belang:
“De afgelopen weken [is] er veel in de onderneming gaande mede door de kwetsbare liquiditeitspositie a.g.v. voortgaande substantiële verliezen in 2015. (...) wij (...) hebben (...) aangedrongen op de toetreding van een kapitaalkrachtige partij met adequaat management. Uw inspanningen hebben ertoe geleid dat [betrokkene 1] samen met ABN AMRO Participaties serieus overwegen om de meerderheid te verwerven in de onderneming (...)
ABN AMRO is gevraagd om de komende periode de “bevroren” obligolimiet ad thans eur 1.8 mln met eur 900/d te verruimen (...)
Wij zijn bereid om dit toe te staan onder de onderstaande voorwaarden:
i) (...)
ii) getoonde serieuze interesse van [betrokkene 1] en ABN AMRO Participaties, aan welke voorwaarde inmiddels is voldaan
iii) ontvangst van een onvoorwaardelijke borgstelling van u in prive groot euro 500/d vast te leggen in een nog op te stellen akte van borgstelling door ABN AMRO”
1.11 Eind augustus 2015 zijn bij [Holding] twee due diligence onderzoeken gestart. Sincerius voerde het financiële onderzoek uit, Traction Partners het economische.
1.12 Op 11 september 2015 is in het kader van de onderhandeling met AAP en [betrokkene 1] een letter of intent getekend. Ook hierin stond dat [eiser 2] in privé een borgstelling ten behoeve van de bank moest aangaan.
1.13 In een e-mail van 12 september 2015 heeft [eiser 2] de medewerkers van [Holding] , samengevat, als volgt ingelicht:
“Vrijdag 11 september heeft [betrokkene 1] een volledige volmacht van mij gekregen om als CEO op te treden van de onderneming. Hij zal proberen de continuïteit van de onderneming veilig te stellen door het bedrijf weer winstgevend te maken en een externe financier te vinden, die bereid is geld te steken in de onderneming.
(...) [betrokkene 1] zal proberen door drastische maatregelen te nemen het bedrijf weer winstgevend te maken en een externe financier te overtuigen, dat het bedrijf toekomst heeft.”
1.14 Op 28 september 2015 tekende [eiser 2] de borgstelling voor de bank.
1.15 Op 29 september 2015 vond een bespreking plaats ten kantore van AAP, waarin onder meer de uitkomsten van het due diligence onderzoek van Sincerius met [eiser 2] zijn besproken.
1.16 Begin november 2015 zijn de onderhandelingen met AAP en [betrokkene 1] over een mogelijke participatie in [Holding] onder spanning komen te staan.
1.17 Naar aanleiding van gesprekken die [eiser 2] in die periode voerde met Nimbus hands-on investors (hierna: Nimbus), heeft Nimbus op 6 november 2015 [eiser 2] het voorstel gedaan om € 5 miljoen in de onderneming te investeren waarbij zij 65% van de gewone aandelen in [Holding] zou verkrijgen evenals een aantal preferente aandelen. In haar voorstel is verder vermeld, voor zover van belang:
“Uitgangspunten:
U heeft aangegeven dat er sprake is van crediteuren overdruk en dat er een bedrag van 10 mio benodigd zal zijn om de onderneming weer op het juiste spoor te krijgen. Wij gaan ervan uit dat dit ingevuld gaat worden met Euro 5 mio vermogen en 5 mio bancair (al dan niet doorrollen van bestaande bankschuld).
(...)
Wij stellen het volgende voor:
(...)”
1.18 [eiser 2] heeft dit voorstel van Nimbus van de hand gewezen en het traject met Nimbus niet vervolgd.
1.19 Bisbeez heeft op 16 november 2015 haar aandelen in [Holding] overgedragen aan STAK. Daarna hield STAK 100% van de aandelen in [Holding] , terwijl aan Bisbeez certificaten van die aandelen waren uitgegeven.
1.20 Op 17 november 2015 is tussen de partijen in dit geding een investment agreement gesloten (hierna: de investment agreement). Op basis van art. 4.2 daarvan hebben op die dag tevens de volgende (rechts)handelingen plaatsgevonden, voor zover hier van belang: het wijzigen van de statuten van [Holding] ; een aandelenuitgifte door [Holding] ; het sluiten van een shareholders' agreement; het sluiten van een management agreement met (een vennootschap van) [eiser 2] ; en het benoemen van [betrokkene 1] als bestuurder van [Holding] . Nadien werden de gewone aandelen in [Holding] als volgt gehouden: STAK 15%, waarbij Bisbeez de certificaten van aandelen hield; Recycling Solutions 75%; en EM Capital 10%. Recycling Solutions hield nadien 100% van de preferente aandelen.
1.21 De partijen in dit geding zijn gedurende de totstandkomingsfase van de investment agreement ieder bijgestaan door professionele adviseurs.
1.22 In de investment agreement is neergelegd dat op deze overeenkomst Nederlands recht van toepassing is en dat de Nederlandse rechter bevoegd is bij geschillen over deze overeenkomst. Deze overeenkomst (met onder 6 de vrijwaringsverplichting van STAK c.s.) luidt, voor zover van belang:
“The undersigned:
5 [Holding] B.V. (...) (the “Company”).
The parties mentioned under sub 1 and sub 2 are hereinafter referred to as the “Investors”.
The parties mentioned sub 1 through 5 are hereinafter referred to as the “Parties” and individually as a “Party”.
Whereas:
(...)
D The Company is facing difficult times and needs to solve some severe problems threatening its continuity and therefor also the continuity of the Group. These problems include the composition of the management team, the cost level which is too high with a view to turnover and margin, lower sales, cashflow difficulties in general and breach of covenants with the financing banks in particular. As a result, the Company at this stage is not able to solve the cash flow problems, and therefor the continuity of the Group is at stake.
(...)
F (...) a limited due diligence investigation between 26 August 2015 and 25 September 2015 (...) revealed a more abrupt cashflow challenge, also in connection with a far larger backlog in payment obligations to creditors, than initially anticipated by the Investors. On the basis of the outcome of the due diligence investigation, (...), the Investors, subject to the terms and conditions set out in this agreement (...), are prepared to make equity investments in the Company as follows:
(...)
(...)
H The Parties acknowledge that the Investment is based on the assumption that it results in sufficient liquidity and liquidity reserves to safeguard the continuity of the Group in the short-term and in the long-term.
(...)
It is agreed as follows:
(...)
Issue Price
The issue Price Pref shall be EUR 1 per Pref. All payments in cash made by Recycling Solutions on the Prefs above the nominal value of the relevant Prefs shall be regarded as separate share premium account for the Prefs.
The issue Price Ordinary Shares shall be EUR 1 per Ordinary Share. All payments in cash made by an Investor on the Ordinary Shares above the nominal value of the relevant Ordinary Shares shall be regarded as separate share premium account for the Ordinary Shares.
(...)
5 Warranties
(...)
6 Indemnities
Indemnities
[Stichting Administratiekantoor] and [eiser 2] shall indemnify and hold harmless the Investors or, as the Investors may at their own discretion elect, the Company, on a euro for euro basis from and against all costs, Damages and liabilities arising from or in relation to:
(...)
(iii) any liability (including any claims, counter claims, damages, costs and expenses (such as legal costs and expenses) suffered by any of the Group Companies in connection with, or resulting from, the litigation/disputes with (i) [betrokkene 2] (...), (iii) Panda Waste (...), (iv) Reparco (...), [betrokkene 3] , (...) (vii) [betrokkene 4] (...)”
(...)
Limitations
(...)
the aggregate liability of [Stichting Administratiekantoor] and [eiser 2] in respect of a Breach of the (...) indemnifications in this clause 6 is limited to EUR 500.000.
If the Investors or the Company or any Group Company receives or recovers from a third party (including an opposing party in the respective litigation/disputes, or an insurer) a sum which is directly related to a claim as mentioned in clause 6.1 (iii), then any amount due by [Stichting Administratiekantoor] and/or [eiser 2] to the Investors or the Company or any Group Company in respect of a Breach of the Warranties and/or the indemnifications will be lowered with the amounts so received of recovered, less any costs, charges and expenses properly incurred by the Investors or the Company or any Group Company in recovering from the third party in respect of such claim.”
De Reparco-claim, aangeduid in art. 6.1 (iii) sub (iv) van de investment agreement, betrof een geschil tussen Reparco en [eiser 2] Recycling Solutions en zag op de levering van twee machines. Dit geschil heeft geleid tot een procedure voor de rechtbank Gelderland (hierna: de Reparco-procedure). Reparco stelde als eiseres in conventie dat (de) twee aan haar geleverde machines niet goed werkten en dat zij als gevolg daarvan schade had geleden. [eiser 2] Recycling Solutions stelde als eiseres in reconventie dat zij nog een bedrag van € 966.000,-- te vorderen had van Reparco ter zake van de machines.
Voordat uitspraak werd gedaan in de Reparco-procedure, heeft [betrokkene 5] een notitie opgesteld (hierna: de notitie [betrokkene 5]). [betrokkene 5] was op dat moment de huisadvocaat van [Holding] en tevens een kantoorgenoot van [betrokkene 6] , de advocaat die [eiser 2] had bijgestaan ten tijde van de totstandkoming van de investment agreement. De notitie [betrokkene 5] is per e-mail van 22 juni 2017 aan [eiser 2] gestuurd en had als onderwerp: "notitie stand van zaken Reparco 4 mei 2017”. Daarin staat over de vrijwaringsverplichting, voor zover van belang:
“Garanties [eiser 2]
Bij de overname van [eiser 2] en bij de participatie door AAP is door [eiser 2] een vrijwaring gegeven voor alle schade en kosten voortvloeiend uit de kwesties [betrokkene 2] , Panda Waste, Reparco, [betrokkene 3] en [betrokkene 7] . De vrijwaring is gelimiteerd op een bedrag van EUR 500.000,-. Het betreft een vrijwaring tegen schade als gevolg van cash out. Daarom is onder 6.3.3 in de overeenkomst kort gezegd bepaald dat op het bedrag waarvoor [eiser 2] garant staat in mindering strekken uit de genoemde claims ontvangen betalingen. Dat betekent dat bij het afhandelen van de zaak met gesloten beurzen er geen vordering op [eiser 2] uit hoofde van de vrijwaring te gelde kan worden gemaakt.
Voorts strekt ook in de procedure tegen [betrokkene 2] te incasseren EUR 140.000,- in mindering (...) op het vrijwaringsbedrag. Hetzelfde geldt mogelijk voor het bedrag van ongeveer EUR 100.000,- inzake Panda Waste. Dit bedrag was toegewezen, maar om commerciële redenen is van invordering afgezien en zijn met Panda Waste andere afspraken gemaakt.
Ik verwacht dat [eiser 2] zich er met succes op zal kunnen beroepen dat het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is beperkt is tot EUR 250.000,-, waarbij geldt dat [eiser 2] enkel een vordering op [eiser 2] heeft (los van de proces- en advocaatkosten) wanneer naar aanleiding van deze procedure daadwerkelijk moet worden betaald.”
Op 19 juli 2017 is uitspraak gedaan in de Reparco-procedure. [eiser 2] Recycling Solutions is in conventie veroordeeld tot betaling van € 745.642,61 in hoofdsom (inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten). Reparco is in reconventie veroordeeld tot betaling van € 126.000,-- voor een van de machines. Daardoor moest [eiser 2] Recycling Solutions per saldo nog € 619.642,61 aan Reparco voldoen, te vermeerderen met rente. De verschuldigde rente bedroeg (in totaal) € 80.385,--. De rechtbank Gelderland heeft de vordering van [eiser 2] Recycling Solutions in reconventie tot betaling van het restant van het openstaande bedrag voor de andere machine (van € 840.000,--) afgewezen. Dit heeft tot omzetverlies voor [eiser 2] Recycling Solutions geleid. Daarnaast heeft [eiser 2] Recycling Solutions € 65.776,73 aan (eigen) advocaatkosten voldaan voor het voeren van de Reparco-procedure en € 3.894,-- aan (eigen) griffierecht.
Bij brief van 12 augustus 2017 heeft [eiseres] jegens STAK c.s. aanspraak gemaakt op betaling van € 500.000,-- als bedoeld in art. 6.3.2 van de investment agreement. Deze brief luidt, voor zover van belang:
“Please find attached (...) the award rendered by the District Court of Gelderland, location Arnhem of 19 July 2017 between [eiser 2] Recycling and Reparco (''Award"). The (...) Court (...) has with the Award ordered [eiser 2] Recycling primarily to provide Reparco with payment of (i) EUR 644,000 due to a contractual fine, (ii) EUR 37,140 on firefighterscosts, (iii) EUR 48,802 on repairingcosts, (iv) EUR 6,559.85 on extra-judicial costs, and (v) EUR 9,140.75 on court fees. [eiser 2] Recycling is also ordered to pay statutory interest on claim (i) as of 1 July 2015, (ii) and (iii) as of 9 August 2016. Therefore the Award results in a payment obligation - prior to the calculation of the statutory interest amount due - of [eiser 2] Recycling of EUR 745,642.01.
(...)
The Investors and [Holding] are currently still in the process of assessing the amount of all costs (including expenses such as legal costs), liabilities and damages incurred as a result of the litigation/dispute with Reparco. In any case it exceeds the limit of aggregate liability of [Stichting Administratiekantoor] and [eiser 2] of EUR 500,000 pursuant to Clause 6.3.2 Investment Agreement.
Therefore the amount incurred as a consequence thereof have been preliminary assessed on EUR 500,000."
STAK c.s. heeft niets betaald.
Bij brief van 4 oktober 2017 heeft [eiseres] STAK c.s. aangemaand tot betaling van het bedrag van € 500.000,--.
2. Het procesverloop2
In eerste aanleg
Bij dagvaarding van 1 november 2017 heeft [eiseres] STAK c.s. gedagvaard en gevorderd dat, zakelijk weergegeven, de rechtbank voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad STAK c.s. hoofdelijk veroordeelt tot: (i) betaling van € 500.000,--, vermeerderd met wettelijke (handels)rente; (ii) betaling van € 4.275,50; en (iii) betaling van de kosten van het geding inclusief de nakosten.
STAK c.s. heeft verweer gevoerd en een eis in reconventie ingesteld. Ook hebben diverse andere procedurele verwikkelingen plaatsgevonden, uiteindelijk gevolgd door het eindvonnis van 16 januari 2019 van de rechtbank Amsterdam (hierna: het vonnis respectievelijk de rechtbank).3 Daarbij heeft de rechtbank, zakelijk weergegeven en onder meer: in conventie STAK c.s. hoofdelijk veroordeeld om binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis een bedrag van € 500.000,-- aan hoofdsom te voldoen aan [Holding] dan wel aan Recycling Solutions en EM Capital, conform de door [eiseres] bij de incassering kenbaar te maken keuze, te vermeerderen met wettelijke rente. En: in reconventie het door STAK c.s. gevorderde afgewezen.
In hoger beroep
Bij dagvaarding van 12 april 2019 is STAK c.s. in hoger beroep gekomen van onder meer het vonnis. Bij memorie van grieven, tevens akte wijziging van eis van 25 februari 2020 heeft STAK c.s. in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het gerechtshof Amsterdam (hierna: het hof) het vonnis vernietigt en opnieuw rechtdoende, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onder meer:
in reconventie (subsidiair):
- voor recht verklaart dat de Investeerders, althans EM Capital, althans Recycling Solutions, onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser 2] althans Bisbeez;
- de Investeerders veroordeelt tot betaling aan [eiser 2] van een bedrag aan schadevergoeding van € 3.800.000,--, althans van een bedrag aan schadevergoeding nader op te maken bij staat;4
in conventie:
- de vorderingen van [eiseres] alsnog afwijst en haar hoofdelijk veroordeelt tot terugbetaling van hetgeen [eiser 2] ter uitvoering van het vonnis aan haar heeft voldaan, te vermeerderen met wettelijke rente.
[eiseres] heeft verweer gevoerd (en van het vonnis incidenteel hoger beroep ingesteld, dat in cassatie niet meer aan de orde is). Ook hebben diverse andere procedurele verwikkelingen plaatsgevonden, uiteindelijk gevolgd door het bestreden arrest (hierna: het arrest).5 Daarbij heeft het hof, zakelijk weergegeven en onder meer, in het principaal hoger beroep het vonnis bekrachtigd.
Ik citeer uit het arrest:
“In principaal hoger beroep
Geschilpunt 1: Misbruik van omstandigheden en onrechtmatige daad