Parket bij de Hoge Raad, 29-08-2023, ECLI:NL:PHR:2023:741, 22/02728
Parket bij de Hoge Raad, 29-08-2023, ECLI:NL:PHR:2023:741, 22/02728
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2023
- Datum publicatie
- 29 augustus 2023
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:741
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:1700
- Zaaknummer
- 22/02728
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Shredderzaak. Doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen verbergen lijk met oogmerk om feit en oorzaak overlijden te verhelen (art. 151 Sr). Falende middelen over onder meer (1) rechtmatigheid WOD-traject en gebruik verklaringen verdachte voor bewijs en (2) bewezenverklaring en kwalificatie 'verbergen' lijk. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02728
Zitting 29 augustus 2023
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
Inleiding
-
De verdachte is bij arrest van 20 juli 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens onder 1 “doodslag” en onder 2 “medeplegen van een lijk verbergen met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de teruggave gelast van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en beslist over de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.
-
Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, acht middelen van cassatie voorgesteld.
De zaak
3. Deze zaak draait om de rol van de verdachte bij de verdwijning van [slachtoffer] begin januari 2002. Op 31 december 2001 was [slachtoffer] – samen met onder meer de verdachte – nog betrokken bij een drugstransport via Schiphol, waarbij na aankomst door anderen tevergeefs een poging is gedaan hem te rippen. Dat wordt door de verdachte niet betwist. Drie dagen later – op 3 januari 2002 – was [slachtoffer] spoorloos verdwenen, zoals blijkt uit de melding die zijn toenmalige partner in januari 2002 bij de politie deed. Het laatste contact tussen hen was een telefoongesprek in de avond van 2 januari 2002.
4. In de loop van januari 2002 kwam informatie binnen bij de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) over de verdwijning van [slachtoffer] . Die informatie hield in dat hij kort na de mislukte poging hem te rippen op 31 december 2001, was ontvoerd naar België. Hij zou daar zijn vermoord en gedumpt. Naar aanleiding van deze informatie heeft de politie eerst in 2002 en later opnieuw in 2011 onderzoek gedaan naar de verdwijning van [slachtoffer] , maar deze onderzoeken leverden geen concrete resultaten op. In november 2015 startte de politie het onderzoek dat uiteindelijk heeft geleid tot de onderhavige strafzaak tegen de verdachte. Gedurende dat onderzoek is de verdachte – samen met een inmiddels overleden medeverdachte – naar voren gekomen als persoon die met [slachtoffer] samenwerkte in het criminele milieu rondom het tijdstip van zijn verdwijning. In 2017 is een zogenaamd ‘Werken Onder Dekmantel’-traject (hierna: WOD-traject) ingezet. Een aantal undercoveragenten heeft zich in een periode van ongeveer zestien maanden – tussen oktober 2017 en februari 2019 – in de nabije omgeving van de verdachte en zijn vriendin begeven. Er was met name veelvuldig contact met de zich als liefdesstel voordoende undercoveragenten A-4083 en A-4084, die bij de verdachte en zijn vriendin bekend waren als ‘ [verbalisant 1] ’ en ‘ [verbalisant 2] ’. Tijdens het WOD-traject heeft de verdachte uiteindelijk tegenover undercoveragent ‘ [verbalisant 1] ’ een aantal verklaringen afgelegd die duiden op zijn betrokkenheid bij de verdwijning van [slachtoffer] . De resultaten uit het WOD-traject gaven aanleiding tot het aanhouden van de verdachte in 2019 op verdenking van moord of doodslag op [slachtoffer] en het wegmaken van diens stoffelijk overschot.
5. Op 2 maart 2021 is de verdachte door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van de betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] (moord of doodslag) en het verbergen en verborgen houden van diens stoffelijk overschot. De rechtbank oordeelde dat de belastende verklaringen die de verdachte tegenover undercoveragent ‘ [verbalisant 1] ’ had afgelegd, moesten worden uitgesloten van het bewijs. Het argument daarvoor was dat de tijdens het WOD-traject opgemaakte processen-verbaal – ook bezien in onderlinge samenhang met de verhoren van de betrokken undercoveragenten bij de rechter-commissaris – de rechtbank onvoldoende in staat stelden voldoende gedetailleerd te onderzoeken en beoordelen of de verdachte door misleiding en/of beloftes van de undercoveragenten, dan wel als gevolg van deze afhankelijkheidsrelatie tot de undercoveragenten, was beperkt in zijn verklaringsvrijheid.
6. In hoger beroep kwam het gerechtshof Amsterdam op 20 juli 2022 tot het oordeel dat de processen-verbaal en de verhoren bij de rechter-commissaris voldoende inzicht geven in het verloop van het WOD-traject om de rechtmatigheid daarvan te beoordelen en dat de belastende verklaringen van de verdachte uit het WOD-traject voor het bewijs konden worden gebruikt. Het hof kwam vervolgens – en dus anders dan de rechtbank – tot een veroordeling van de verdachte.
7. In cassatie wordt het arrest van het hof met acht middelen bestreden. De eerste vier middelen gaan over de afwijzing van het hof van verschillende verzoeken van de verdediging, die zien op het horen van getuigen, het benoemen van deskundigen en de inzage en het voegen van stukken in het dossier. Het vijfde middel klaagt over de verwerping van een verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het zesde middel richt zich tegen het oordeel van het hof over het WOD-traject en het gebruik van de gedurende dat traject door de verdachte afgelegde belastende verklaringen voor het bewijs. Het zevende middel richt zich tegen de bewezenverklaring en kwalificatie van het onder 2 tenlastegelegde voor zover deze inhouden dat de verdachte een lijk heeft verborgen. Tot slot bevat het achtste middel een klacht over de strafoplegging in verband met de gewijzigde regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling per 1 juli 2021.