Parket bij de Hoge Raad, 01-09-2023, ECLI:NL:PHR:2023:759, 22/03702
Parket bij de Hoge Raad, 01-09-2023, ECLI:NL:PHR:2023:759, 22/03702
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 september 2023
- Datum publicatie
- 29 september 2023
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:759
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:1378, Gevolgd
- Zaaknummer
- 22/03702
Inhoudsindicatie
Huwelijksvermogensrecht. Peildatum waardering aandelen BV. Is terecht geoordeeld dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat voor de waardering van de aan partijen toebehorende aandelen met het oog op de verdeling moet worden uitgegaan van de datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap (en niet de datum van de verdeling).
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/03702
Zitting 1 september 2023
CONCLUSIE
M.L.C.C. Lückers
In de zaak
[de man] ,
hierna: de man
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1 Inleiding en samenvatting
Deze huwelijksvermogensrecht zaak gaat in cassatie alleen nog over de peildatum voor de waardering van de aandelen in de onderneming waarvan de man directeur grootaandeelhouder is. De aandelen van deze onderneming zijn in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan de man toebedeeld. Zowel de rechtbank als het hof hebben op grond van de redelijkheid en billijkheid als peildatum voor de waardering van deze aandelen de datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap gehanteerd. Tegen dit oordeel komt de man in cassatie op. Mijns inziens treft het middel geen doel.
2 Feiten
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:1
i) Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd op 9 februari 1990.
ii) Het huwelijk van partijen is ontbonden op 11 oktober 2012 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 4 september 2012 in de registers van de burgerlijke stand.
iii) Tot de huwelijksgemeenschap van partijen behoorden de aandelen in [de holding] (hierna: de holding). De man is DGA van de holding.
3 Procesverloop
Voor zover in cassatie van belang heeft de man bij inleidende dagvaarding onder meer gevorderd een deskundigenbericht te bevelen voor wat betreft de waardering van de tot de ontbonden gemeenschap van goederen behorende aandelen in de holding. De vrouw heeft in reconventie gevorderd de aandelen in de holding aan de man toe te delen tegen de balanswaarde van € 4.956.280,- met veroordeling van de man de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen2. Nadat de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, bij tussenvonnis van 14 juni 2017 een deskundigenbericht heeft bevolen uitgaande van als peildatum voor de waardering van de aandelen de datum van ontbinding van de gemeenschap (conform de vordering van de vrouw)3, zijn nog een drietal tussenvonnissen gewezen (op 29 november 2017, 13 februari 2019 en op 24 april 2019). Na het uitbrengen van het deskundigenbericht (en aktewisseling tussen partijen) is op 30 september 2020 het eindvonnis gewezen waarbij onder meer de aandelen in de holding aan de man zijn toegescheiden tegen de door de deskundige berekende waarde per 15 oktober 2012 van € 3.755.786,- met veroordeling van de man om een bedrag van € 1.877.893,- aan de vrouw te betalen.4
De man is in principaal hoger beroep gekomen van de vonnissen van 26 oktober 2016, 14 juni 2017, 29 november 2017, 13 februari 2019, 24 april 2019 en 30 september 2020 bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De vrouw heeft incidenteel geappelleerd. Bij arrest van 19 juli 2022 (hierna: de bestreden uitspraak) heeft het hof onder meer de grieven (grieven 1a en 1b) van de man ten aanzien van de gehanteerde peildatum voor de waardering van de aandelen van de holding afgewezen en het vonnis van de rechtbank op dat punt bekrachtigd.
Bij procesinleiding van 6 oktober 2022 heeft de man tijdig cassatieberoep ingesteld. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben hun standpunt schriftelijk doen toelichten en daarna nog gerepliceerd en gedupliceerd.