Home

Parket bij de Hoge Raad, 22-09-2023, ECLI:NL:PHR:2023:828, 22/03011

Parket bij de Hoge Raad, 22-09-2023, ECLI:NL:PHR:2023:828, 22/03011

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22 september 2023
Datum publicatie
31 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:828
Formele relaties
Zaaknummer
22/03011

Inhoudsindicatie

Rechtspersonenrecht (art. 2:25 BW, art. 2:334t BW). Vermogensrecht (art. 3:45 BW, art. 3:166 BW). Verbintenissenrecht (art. 6:2 BW, art. 6:6 BW). Procesrecht (o.a. art. 24-25 Rv). Kan bij rechtshandeling contractuele verbintenis van rechtspersoon-schuldenaar ondeelbaar worden gemaakt voor hem en diens rechtsopvolgers bij juridische splitsing? Beroep door bank op rentebeding in geldleningsovereenkomst in strijd met redelijkheid en billijkheid? Relevant beroep gedaan op Pauliana i.v.m. hypotheekvestigingen?

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/03011

Zitting 22 september 2023

CONCLUSIE

B.F. Assink

In de zaak

1. Vesteda Investment Management B.V. (hierna: Vesteda IM)

2. Vesteda Project Development B.V. (hierna: Vesteda PD)

(hierna gezamenlijk: Vesteda, in vrouwelijk enkelvoud)

tegen

1. Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna, evenals haar rechtsvoorgangers voor zover relevant: Rabobank)

2. Mr. J. van der Hel q.q. (hierna: de curator)

De curator is als zodanig aangesteld in de faillissementen van de volgende rechtspersonen:

1. NPB Beheer B.V. (waarin Mega Projecten B.V. bij fusie is opgegaan) (hierna: NPB Beheer respectievelijk Mega Projecten)

2. Megahome.nl Grond B.V. (hierna: Megahome.nl Grond)

3. Megahome.nl Beheer B.V. (hierna: Megahome.nl Beheer)

4. NPB Onroerend Goed B.V. (hierna: NPB Onroerend Goed)

5. NPB Bouw B.V. (hierna: NPB Bouw)

6. NPB Bouwbedrijf B.V. (hierna: NPB Bouwbedrijf)

7. Mega Bouwbedrijf B.V. (hierna: Mega Bouwbedrijf)

8. Megahome.nl B.V. (hierna: Megahome.nl)

9. Megahome.nl Bouw B.V. (hierna: Megahome.nl Bouw)

(hierna gezamenlijk: de Megahome-vennootschappen)

Inleiding

In 2012 stelde Vesteda vorderingen in tegen de Megahome-vennootschappen (in 2016 failliet verklaard) en Rabobank, mede op grond van art. 3:45 BW. Vesteda’s vorderingen zijn in eerste aanleg deels toegewezen, in hoger beroep alsnog afgewezen. M.i. boekt haar principale cassatiemiddel deels succes (onderdelen 1-2), Rabobanks voorwaardelijk incidentele cassatieberoep geen.

1 Feiten

In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten, ontleend aan rov. 2.1-2.20 van het eindvonnis van de rechtbank Overijssel (hierna ook: de rechtbank) van 21 augustus 2019 (hierna: het vonnis).1 Bij die feitenvaststelling in eerste aanleg sluit het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna ook: het hof) zich aan, zo blijkt uit rov. 3 van het in cassatie bestreden arrest van het hof van 10 mei 2022 (hierna: het arrest).2

1.1

Op 13 juni 2001 zijn Vesteda Management B.V. (hierna: Vesteda Management) en Mega Projecten een samenwerkingsovereenkomst aangegaan op grond waarvan onder meer Vesteda Management financiering verstrekte aan Mega Projecten ten behoeve van woningbouw in Emmen (hierna: de Samenwerkingsovereenkomst).

1.2

Bij akte van 28 december 2001 heeft Vesteda Management rechten uit overeenkomsten met derden verkocht aan Vesteda PD.

1.3

Bij juridische fusie van 21 december 2002 is Vesteda Management opgegaan in Vesteda Groep B.V., die op haar beurt bij juridische fusie van 22 februari 2012 is opgegaan in Vesteda IM.

1.4

Tussen verschillende Megahome-vennootschappen en Rabobank bestond een financieringsrelatie. Bij financieringsovereenkomst van 24 juli 2007 is de toen bestaande financiering uitgebreid tot een krediet in rekening-courant ter hoogte van € 125 miljoen. Als schuldenaar (debiteuren) staan in de financieringsovereenkomst vermeld: NPB Beheer, Mega Projecten, Mega Onroerend Goed B.V.,3 Mega Planontwikkeling B.V.,4 NPB Onroerend Goed, NPB Bouwbedrijf en NPB Bouw. Tot zekerheid had Rabobank drie hypotheken verkregen met een zekerheidsbereik van ongeveer € 25 miljoen.

1.5

Bij brief van 20 februari 2009 schreef Rabobank aan NPB Beheer in de persoon van [betrokkene 1] onder meer:

“Op 6 februari jl. hadden wij een bespreking bij u op kantoor. (…) In deze bespreking hebben wij aangegeven niet bereid te zijn de aan u verstrekte financiering per 1 juli 2009 te continueren, althans niet op de huidige voorwaarden en op basis van de huidige zekerhedenpositie. (…) Mede op basis van de gewijzigde economische omstandigheden en het niet gehaald hebben van de verkoopeis van 180 kavels hebben wij besloten om de aan u verstrekte financiering niet te continueren. (…) Door u in een vroegtijdig stadium van ons besluit op de hoogte te stellen, nemen wij de vereiste zorgvuldigheid in acht. Tevens bieden wij u bijtijds de gelegenheid om hetzij de nieuwe voorwaarden waaronder wij eventueel wel bereid zijn de financiering te continueren te bespreken dan wel om naar een nieuwe financier over te stappen.”

1.6

Bij akte van 28 mei 2009 is een deel van het vermogen van Mega Projecten afgesplitst naar Megahome.nl.

1.7

Op 3 juni 2009 is Megahome.nl Grond opgericht.

1.8

Op 5 en 17 juni 2009 hebben onder meer Mega Projecten en NPB Onroerend Goed percelen grond geleverd aan Megahome.nl Grond voor een koopsom van ongeveer € 50 miljoen.

1.9

Op 22 juli 2009 is het vermogen van NPB Beheer afgesplitst naar Megahome.nl Beheer en Megahome.nl Grond.

1.10

Bij juridische fusie van 23 juli 2009 is Mega Projecten opgegaan in NPB Beheer.

1.11

Bij brief van 1 oktober 2009 schreef Rabobank aan NPB Beheer in de persoon van [betrokkene 1] onder meer:

“Met referte aan onze bespreking van 26 augustus 2009, doen wij u bijgaand de voorwaarden toekomen waaronder wij bereid zijn aan u een financiering te verstrekken c.q. voort te zetten. (…)

(…)

1 Geen verlenging

De financieringsovereenkomst zelf, die dateert van 24 juli 2007, gaat er vanuit dat de financiering jaarlijks - stilzwijgend - gecontinueerd wordt. Dat in de loop der jaren de continuatie stilzwijgend heeft plaatsgevonden, doet niets af aan het recht van de Rabobank om de continuatie jaarlijks te bezien en daarover een besluit te nemen. Uit het schrijven van 20 februari 2009 blijkt dat de Rabobank daartoe niet meer bereid was. (…)

(…)

De Rabobank heeft in februari 2009 besloten om de financiering te beëindigen (althans niet op dezelfde voorwaarden te verlengen).”

1.12

Op 9 maart 2010 is door Rabobank conservatoir beslag gelegd op tal van onroerende zaken van Megahome.nl.

1.13

Bij brief van 8 april 2010 heeft Rabobank aan NPB Beheer, Megahome.nl Beheer en Megahome.nl Grond een aanbod gedaan tot aanpassing van de financiering (hierna: het financieringsaanbod van 8/9 april 2010). In de brief met bijlagen staat onder meer:

“Bijgaand zenden wij u ons aanbod voor de aanpassing van uw financiering ad EUR 125.000.000,--. (…) Dit aanbod is geldig tot en met vrijdag 9 april a.s. (…)

Kredietnemer : NPB Beheer B.V.

Megahome.nl Beheer B.V.

Megahome.nl Grond B.V.

Mededebiteur : Alle (directe en indirecte) dochtermaatschappijen waarin Kredietnemer een meerderheidsaandeel heeft. Hierin ook begrepen de afgesplitste vennootschappen.

(…)

Zekerheden : Tot meerdere zekerheid van alle huidige en toekomstige vorderingen die de Rabobank uit welke hoofde dan ook heeft of zal krijgen op de Kredietnemer en/of Mededebiteuren worden de volgende zekerheden gevestigd:

Hypotheekrecht eerst in rang op de registergoederen eigendom van Kredietnemer en/of Mededebiteuren (…)”

1.14

Met het financieringsaanbod van 8/9 april 2010 werd het reeds verstrekte krediet in rekening-courant van € 125 miljoen gesplitst in een lening van € 100 miljoen en een krediet in rekening-courant van € 25 miljoen. Het aanbod is op 9 april 2010 door [betrokkene 1] namens de vermelde kredietnemers aanvaard.

1.15

Op 15 april 2010 hebben NPB Beheer, Megahome.nl Grond en Megahome.nl Beheer rechten van hypotheek verstrekt aan Rabobank tot een bedrag van € 125 miljoen exclusief renten en kosten, zijnde € 167.750.000,-- inclusief renten en kosten. Deze hypotheekrechten zijn, op drie percelen na, gevestigd op percelen grond van Megahome.nl Grond.

1.16

Op 30 juni 2010 heeft [betrokkene 1] namens diverse Megahome-vennootschappen een overeenkomst van geldlening ondertekend (hierna: de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010). Hierin staat onder meer:

“h. Lening : het bedrag van de geldlening onder deze overeenkomst tot een maximum van EUR 100.000.000,00 (zegge éénhonderd miljoen in Euro;

(…)

j. Offerte : de door Kredietnemer geaccepteerde financieringsaanbieding d.d. 08-04-2010, [kenmerk]

(…)

Artikel 5 VERTRAGINGSRENTE

Indien enig bedrag niet tijdig door een Debiteur wordt voldaan, is die Debiteur in aanvulling op de geldende rente een vertragingsrente verschuldigd van 2% (zegge: twee procent) op maandbasis te berekenen over het betreffende bedrag dat die Debiteur nog dient te voldoen vanaf de dag van verschuldigd worden tot de dag der voldoening, (…)”

1.17

Rabobank is een procedure gestart tegen onder meer NPB Beheer, Megahome.nl, Megahome.nl Grond, NPB Onroerend Goed en Megahome.nl Beheer. De rechtbank Overijssel heeft bij vonnis van 4 september 2013 Rabobank grotendeels in het gelijk gesteld en gedaagden in die procedure onder meer veroordeeld tot betaling van € 125.545.433,75.5 Rabobank heeft beslag gelegd op onroerende zaken van deze gedaagden en vanaf mei 2015 zijn percelen grond van gedaagden executoriaal geveild. De executieopbrengst is in depot gesteld bij een notaris. Als belanghebbenden bij de verdeling van de executieopbrengst zijn onder meer Rabobank, Vesteda en Nebo Vastgoed B.V. (hierna: Nebo) vermeld.

1.18

NPB Beheer, Megahome.nl en Megahome.nl Grond hebben Vesteda gedagvaard en vorderden, kort gezegd, afname van percelen grond door Vesteda op grond van de Samenwerkingsovereenkomst. Vesteda vorderde in reconventie terugbetaling van een geldlening. De rechtbank Noord-Nederland heeft drie tussenvonnissen gewezen. Vesteda is hiervan in hoger beroep gegaan. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overwoog bij arrest van 2 februari 2016 onder meer:6

“6.15 Derhalve komt het hof tot het oordeel dat voor alle door Vesteda gefinancierde kavels geldt dat die niet in productie zijn genomen, terwijl de financiering meer dan 10 jaar geleden is verstrekt. Mitsdien is de lening thans opeisbaar en staat Vesteda in zoverre in haar recht.

(…)

6.25

Het hof komt gelet op het vorenstaande tot een uitleg van het contract die afwijkt van wat de rechtbank daaromtrent heeft overwogen en die ook afwijkt van wat partijen daaromtrent hebben betoogd. Beide partijen krijgen deels gelijk, NPB c.s. waar het de afnameverplichting betreft en Vesteda waar het gaat om de aflossing van de financiering.”

1.19

Het geschil is verwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, waarna dit geding om na te melden redenen is geschorst.

1.20

Bij arrest van 7 juli 2016 is Megahome.nl door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden failliet verklaard. NPB Beheer, Megahome.nl Grond en Megahome.nl Beheer zijn bij vonnis van 20 juli 2016 door de rechtbank Overijssel failliet verklaard. NPB Onroerend Goed is bij vonnis van 21 december 2016 door de rechtbank Overijssel failliet verklaard. Mr. J. van der Hel is benoemd tot curator in deze faillissementen.

2 Procesverloop (op hoofdlijnen)

2.1

Bij inleidende dagvaarding van 21 augustus 2012 heeft Vesteda - zakelijk weergegeven - gevorderd dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat de bij akte van 15 april 2010 door NPB Beheer en Megahome.nl Grond ten behoeve van Rabobank gevestigde hypotheek op de betreffende percelen jegens Vesteda nietig is, althans deze vernietigt;

2. voor recht verklaart dat de sub 1 hiervoor bedoelde hypothecaire inschrijving jegens Vesteda waardeloos is;

met veroordeling van NPB Beheer, Megahome.nl Grond en Rabobank in de proceskosten.

2.2

Op 31 oktober 2012 hebben NPB Beheer en Megahome.nl Grond een conclusie van antwoord genomen, net als Rabobank. Zij concluderen elk tot afwijzing van de vorderingen van Vesteda, met veroordeling van Vesteda in de proceskosten.

2.3

Op 9 januari 2013 heeft Vesteda gerepliceerd, gevolgd door conclusies van dupliek van zowel NPB Beheer en Megahome.nl Grond als van Rabobank.

2.4

De comparitie van partijen is bepaald op 11 december 2013, nadat de rechtbank de zaak voor dagbepaling bij tussenvonnis7 naar de rol had verwezen. Deze comparitie heeft kennelijk geen doorgang gevonden, zo leid ik af uit het procesverloop dat de rechtbank heeft weergegeven in rov. 1.1 van het vonnis.8

2.5

Op 7 juli 2016 is Megahome.nl failliet verklaard, gevolgd door faillietverklaring van andere Megahome-vennootschappen op 20 juli 2016 en op 21 december 2016.

2.6

Op 8 augustus 2018 heeft Vesteda op de voet van art. 118 Rv de curator opgeroepen te verschijnen in het geding - waarin naast Rabobank reeds NPB Beheer en Megahome.nl Grond waren gedagvaard - in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Megahome.nl Beheer.

2.7

Tegen roldatum 24 september 2018 heeft Vesteda een akte genomen, te weten haar “Akte ter gelegenheid van de comparitie, tevens houdende aanpassing van de eis en overlegging producties”. Na vermeerdering van eis vorderde zij - zakelijk weergegeven - bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. a. te vernietigen de door NPB Beheer en Megahome.nl Grond alsmede Megahome.nl Beheer op 9/10 april 2010 met Rabobank gesloten overeenkomst;

b. althans voor zover deze overeenkomst strekt tot het daarbij als debiteur toetreden van Megahome.nl Grond en/of het daarin opnemen voor die vennootschap van de verplichting hypotheek te verstrekken;

c. alsmede te vernietigen de bij akte van 15 april 2010 door Megahome.nl Grond ten behoeve van Rabobank gevestigde hypotheken;

d. althans bovengenoemde rechtshandelingen nietig te verklaren;

2. elke gedaagde te gebieden binnen zeven dagen na dit vonnis bovengenoemde hypotheekvestigingen ongedaan te maken en in de registers door te (doen) halen op straffe van verbeurte van een hoofdelijk aan Vesteda verschuldigde dwangsom van € 500.000,-- per dag;

3. voor recht te verklaren dat de inschrijving van de sub 1.c hiervoor bedoelde hypotheken jegens Vesteda waardeloos is en haar te machtigen het te wijzen vonnis in de openbare registers te doen inschrijven;

4. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

2.8

Bij akte gedateerd 17 september 2018 heeft Rabobank gereageerd op Vesteda’s akte.

2.9

Uit het opschrift van Vesteda’s akte begrijp ik dat op 24 september 2018 een comparitie van partijen zou plaatsvinden. Ook deze comparitie heeft kennelijk geen doorgang gevonden, zo leid ik af uit het procesverloop dat de rechtbank heeft weergegeven in rov. 1.1 van het vonnis.

2.10

Op 23 januari 2019 heeft Vesteda op de voet van art. 118 Rv de curator opgeroepen te verschijnen in het geding als curator in de faillissementen van NPB Onroerend Goed, Megahome.nl, Mega Bouwbedrijf, Megahome.nl Bouw, NPB Bouw en NPB Bouwbedrijf.

2.11

Op 11 februari 2019 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden.9

2.11.1

Ter zitting heeft Vesteda een akte genomen, waarin zij onder meer haar eis vermeerderde door aan haar vordering toe te voegen:

3.a de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 te vernietigen althans nietig te verklaren, althans de buitengerechtelijke vernietiging daarvan te aanvaarden, een en ander voor zover het betreft de opneming in die overeenkomst van Megahome.nl als debiteur van Rabobank en van art. 5 (inzake de vertragingsrente);

2.11.2

Bij het sluiten van de comparitie is de zaak verwezen naar de rolzitting van 10 april 2019 voor het nemen van een akte door alle partijen, uitsluitend met betrekking tot de vermeerdering van eis (met bijlagen), zowel wat betreft toelaatbaarheid als de inhoud.

2.11.3

Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt. Daarop is gereageerd door de curator, Rabobank en Vesteda. De door hen voorgestelde correcties zijn doorgevoerd in de tekst van het proces-verbaal. Deze reacties zijn daaraan als bijlage aangehecht.10

2.12

Op 10 april 2019 hebben de curator, Rabobank en Vesteda elk een akte genomen.

2.13

Op 9 juli 2019 is de comparitie voortgezet, waarbij de curator, Rabobank en Vesteda elk gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen. Van de voortgezette comparitie is proces-verbaal opgemaakt, waarop elk van de partijen heeft gereageerd. De door hen voorgestelde correcties/aanvullingen zijn (vrijwel geheel) doorgevoerd in de tekst van het proces-verbaal. Deze reacties zijn daaraan als bijlage aangehecht.11

2.14

Op 21 augustus 2019 heeft de rechtbank bij het vonnis12 als volgt beslist:

De rechtbank:

5.1.

vernietigt de door NPB Beheer B.V., Megahome.nl Grond B.V. en Megahome.nl Beheer B.V. op 8/9 april 2010 met de Rabobank gesloten financieringsovereenkomst;

5.2.

vernietigt de bij akte van 15 april 2010 door Megahome.nl Grond B.V. ten behoeve van de Rabobank gevestigde rechten van hypotheek;

5.3.

gebiedt gedaagden om binnen acht weken na dit vonnis de hypotheken neergelegd in de hypotheekakte van 15 april 2010 ongedaan te maken en in de registers door te (doen) halen;

5.4.

verklaart voor recht dat de inschrijving van de bij akte van 15 april 2010 verleende hypotheekrechten jegens Vesteda waardeloos is;

5.5.

machtigt Vesteda dit vonnis in de openbare registers te doen inschrijven;

5.6.

verklaart Vesteda niet ontvankelijk in haar vordering tot vernietiging van de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010, althans deze nietig te verklaren, althans de buitengerechtelijke vernietiging daarvan te aanvaarden, een en ander voor zover het betreft de opneming in die overeenkomst van Megahome.nl B.V. als debiteur van de Rabobank en van art. 5 (inzake de vertragingsrente);

5.7.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten en begroot de proceskosten aan de zijde van Vesteda tot op heden op € 18.166,00;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.8.

verklaart de onderdelen van dit dictum met nummers 5.1, 5.2, 5.3, 5.5, 5.7 en 5.8 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.”

[de tweede “5.8” is een verschrijving in het origineel, A-G]

In hoger beroep

2.15

Bij exploten van 21 november 2019 is Rabobank in hoger beroep gekomen van het vonnis.

2.16

Bij memorie van grieven van 21 april 2020 richtte Rabobank grieven tegen de ontvankelijkverklaringen (grief I) en tegen de door de rechtbank aangenomen paulianeuze handelingen (grief II), en formuleerde zij een veeggrief (grief III).

2.17

Op 28 juli 2020 heeft de curator een memorie van antwoord genomen.

2.18

Op dezelfde dag heeft ook Vesteda een memorie van antwoord genomen, bij welke gelegenheid zij tevens incidenteel hoger beroep heeft ingesteld van het vonnis en haar eis heeft vermeerderd.

2.18.1

Vesteda vorderde vernietiging van de in rov. 5.6 van het vonnis uitgesproken niet-ontvankelijkverklaring en vorderde dat het hof, opnieuw recht doende:

1. a.1 het rentebeding in art. 5 van de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 (inzake de vertragingsrente) zal vernietigen, althans nietig, althans ongeldig zal verklaren, althans voor recht zal verklaren dat Rabobank daarop jegens Vesteda geen beroep toekomt;

a.2 althans voor recht zal verklaren dat aan Rabobank, met betrekking tot de daarop gebaseerde rente, jegens Vesteda geen beroep toekomt bij de verdeling van het depot voor zover Rabobank en Vesteda bij dat depot belanghebbenden zijn;

b. zal vernietigen, althans nietig, althans ongeldig zal verklaren het bij de geldleningsovereenkomst van 30 juni 2010 opnemen van Megahome.nl als debiteur van Rabobank voor de bestaande schuld van andere Megahome-vennootschappen.

2.18.2

Verder vermeerderde Vesteda haar eis met de volgende vorderingen:

2. te vernietigen, althans nietig, althans ongeldig te verklaren de overdracht van gronden door NPB Beheer (toen Mega Projecten genaamd) van 5 en 17 juni 2009 aan Megahome.nl Grond en van 10 juni 2009 aan Megahome.nl Beheer, indien en voor zover zulks niet reeds is gebeurd in de procedure die bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden thans aanhangig is onder zaaknummer 200.265.697;13

3. voor recht te verklaren dat de op 15 april 2010 door Megahome.nl Grond ten gunste van Rabobank gevestigde hypotheek wegens onbevoegdheid van de hypotheekgever ongeldig is voor zover het betreft de op 5 en 17 juni 2009 door Mega Projecten (thans NPB Beheer genaamd) aan Megahome.nl Grond overgedragen gronden, zijnde de in de hypotheekakte van 15 april 2010 met de nummers 1 t/m 8, 10 t/m 21 en 24 t/m 28 aangegeven gronden;

2.19

Op 8 september 2020 heeft de curator een memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep genomen.

2.20

Op 6 oktober 2020 heeft Rabobank een memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep genomen.

2.21

Op 17 november 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden,14 waarbij de curator, Rabobank en Vesteda elk gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan proces-verbaal is opgemaakt (hierna: het p-v).

2.22

Bij het arrest van 10 mei 202215 heeft het hof het vonnis vernietigd en al het door Vesteda gevorderde afgewezen. Verder heeft het hof, uitvoerbaar bij voorraad: Vesteda veroordeeld tot terugbetaling aan Rabobank van hetgeen is betaald/verhaald op grond van het vonnis; Vesteda veroordeeld in Rabobanks proceskosten; en Rabobank gemachtigd het arrest in de openbare registers te doen inschrijven. Tot slot heeft het hof verstaan dat in de relatie tot de curator geen proceskostenveroordeling volgt. En het meer of anders gevorderde afgewezen.

In cassatie

2.23

Bij procesinleiding van 10 augustus 2022 heeft Vesteda (tijdig) cassatieberoep ingesteld van het arrest. Bij akte ‘corrigendum’ van 23 augustus 2022 wenste Vesteda enkele verschrijvingen in de procesinleiding te corrigeren.

2.24

Op 28 oktober 2022 heeft Rabobank verweer gevoerd en voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld van het arrest, waartegen Vesteda op 25 november 2022 verweer heeft gevoerd.

2.25

Vesteda en Rabobank hebben elk op 3 maart 2023 hun stellingen schriftelijk doen toelichten, op 31 maart 2023 gevolgd door re- en dupliek.

2.26

De curator is in cassatie niet verschenen, aan hem is verstek verleend.

3 Bespreking van het principale cassatiemiddel

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep(…)het verlenen van hypotheekrechten op 15 april 2010 voor €167,5 miljoen (Pauliana I) en het aanvaarden van een financieringsaanbod van 8 april 2010 voor € 125 miljoen (Pauliana II)

51 Met betrekking tot de vertragingsrente wordt nader het volgende aangevoerd.Rabo maakt ter zake van de vertragingsrente van 2% per maand aanspraak op € 90 mln. en heeft bij de curator een vordering ter zake van “vertragingsrente” ingediend van € 90 mln. respectievelijk € 97 mln.(…)Rabo is kennelijk reeds vanaf 2012 enorme bedragen aan “vertragingsrente” gaan berekenen. Tussen 2012 en de faillissementen heeft Rabo via executies € 27,5 mln. (hypotheken) en ca. € 32 mln. (vonnis) te gelde gemaakt.Hoewel dus een totaalopbrengst werd gerealiseerd van ca. € 60 mln.stelt Rabo dat haar vordering dankzij de vertragingsrente in die tijd toenam van € 123 mln. in 2012naar € 197 mln. in 2016Alle proportie en redelijkheid zijn zoek.

4 Bespreking van het voorwaardelijk incidentele cassatiemiddel

5 Conclusie