Parket bij de Hoge Raad, 25-10-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1139, 24/00805
Parket bij de Hoge Raad, 25-10-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1139, 24/00805
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2024
- Datum publicatie
- 19 november 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1139
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1893
- Zaaknummer
- 24/00805
Inhoudsindicatie
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerste fase. Ondernemingskamer treft, op verzoek vennootschap en OK-bestuurder, nadere onmiddellijke voorzieningen (ge- en verboden, versterkt met dwangsom) ter waarborging volle werking eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen o.v.v. art. 2:349a lid 2 BW. O.a. klachten over omvang getroffen voorzieningen, bereik art. 2:8 lid 1 BW en territoriale reikwijdte enquêterecht.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/00805
Zitting 25 oktober 2024
CONCLUSIE
B.F. Assink
In de zaak
1 [eiseres 1] Ltd. (hierna: [eiseres 1] ),
2. [eiser 2] (hierna: [eiser 2], en samen met [eiseres 1] : [eiseres 3], in vrouwelijk enkelvoud),
3. [eiser 3] (hierna: [eiser 3]),
tegen
1 [verweerder 1] (hierna: [verweerder 1] ),
2. [verweerster 2] B.V. (hierna: [verweerster 2]),
3. [OK-bestuurder] (hierna: [OK-bestuurder] , en samen met [verweerster 2] : [verweerster], in vrouwelijk enkelvoud),
4. [verweerster 4] B.V. (hierna: [verweerster 4]),
5. [OK-beheerder] (hierna: [OK-beheerder] of de OK-beheerder).
Inleiding
Deze zaak komt voort uit een geschil tussen de aandeelhouders van [verweerster 2] , een joint venture tussen [verweerder 1] en [eiseres 1] . Op 20 juli 2023 heeft de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (hierna: de OK) bij beschikking een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [verweerster 2] . Bij wege van onmiddellijke voorziening heeft de OK toen ook, onder meer, [OK-bestuurder] als bestuurder van [verweerster 2] benoemd. Nadien heeft de OK, bij afzonderlijke beschikking van 6 december 2023, een verzoek van [eiseres 1] om bepaalde nadere onmiddellijke voorzieningen te treffen, afgewezen en het zelfstandige tegenverzoek van [verweerster] om bepaalde nadere onmiddellijke voorzieningen te treffen, toegewezen (met enige aanpassing). Tegen deze toewijzing komen [eiseres 3] en [eiser 3] in cassatie op, m.i. zonder succes.
1 Feiten
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten als weergegeven in rov. 2.1-2.44 van de bestreden beschikking1 (hierna: de beschikking). Ik merk daarover het volgende op.
Structuur van de [verweerster 2] -groep
In rov. 2.3-2.7 van de beschikking zet de OK de structuur van de [verweerster 2] -groep uiteen. Daar verwijs ik kortheidshalve naar. Ik volsta hier met het citeren van de (beknopte) samenvatting daarvan die de OK geeft in rov. 2.1, eerste alinea van de beschikking:
“ [verweerster 2] staat aan het hoofd van een groep Duitse (personen)vennootschappen die zich bezighouden met het beleggen in en het beheren van onroerend goed in Duitsland. [verweerster 2] is een joint venture tussen [verweerder 1] en [eiseres 1] . Tot in 2021 verrichtte [verweerder 1] het operationele management binnen de groep, terwijl [eiseres 1] (een in Israël gevestigd investeringsvehikel) zich hoofdzakelijk bezighield met het aantrekken van investeerders ten behoeve van de financiering van de vastgoedprojecten van de [verweerster 2] -groep. [eiser 3] is bestuurder van [eiseres 1] , zijn broer [eiser 2] (hierna: [eiser 2] ) bekleedt bestuursfuncties in (klein)dochtervennootschappen van de [verweerster 2] -groep”.
Wat voorafging aan de OK-beschikking van 20 juli 2023
In rov. 2.8-2.19 van de beschikking zet de OK uiteen wat voorafging aan haar beschikking van 20 juli 20232 in de onderhavige, door [verweerder 1] geëntameerde enquêteprocedure (hierna: de juli-beschikking). Daar verwijs ik kortheidshalve naar. Ik volsta hier met het citeren van de (beknopte) samenvatting daarvan die de OK geeft in rov. 2.1, tweede alinea van de beschikking:
“Nadat verdenkingen tegen [verweerder 1] waren gerezen van onregelmatigheden, begaan als bestuurder van (klein)dochtervennootschappen van [verweerster 2] , zijn als gevolg van ingrijpen door [verweerster 4] , destijds de enige bestuurder van [verweerster 2] , de bestuursbevoegdheden van [verweerder 1] bij een dochtervennootschap beperkt en heeft [eiseres 1] , via de aan haar gelieerde [eiser 2] , meer invloed binnen die dochtervennootschap en de daaronder ressorterende kleindochtervennootschappen gekregen. Het geschil tussen [verweerder 1] en [eiseres 1] is daarna geëscaleerd en heeft tot een patstelling in [verweerster 2] en haar groep geleid. Zo had [verweerster 2] vanaf 4 augustus 2022 geen bestuur omdat [verweerder 1] en [eiseres 1] het niet eens konden worden over de invulling daarvan. Zij raakten verder verwikkeld in een groot aantal procedures in - vooral - Duitsland, met als inzet onder meer wie in welke Duitse groepsvennootschap bevoegd was tot vertegenwoordiging. Die patstelling had nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering bij de [verweerster 2] -groep”.
De juli-beschikking
In deze situatie heeft de OK de juli-beschikking gegeven. Daarbij heeft zij onder meer:
- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [verweerster 2] over de periode vanaf 1 januari 2021, in het bijzonder naar de in rov. 3.6-3.8 van de juli-beschikking genoemde onderwerpen;
- in verband met het in rov. 3.18 van de juli-beschikking bepaalde, en kort gezegd, de benoeming van een onderzoeker en de vaststelling van het onderzoeksbudget aangehouden;
- bij wijze van onmiddellijke voorziening op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, en vooralsnog voor de duur van het geding, [OK-bestuurder] benoemd tot bestuurder van [verweerster 2] en bepaald dat de gewone aandelen van [verweerder 1] en [eiseres 1] in [verweerster 2] met ingang van 20 juli 2023 ten titel van beheer zijn overgedragen aan [OK-beheerder] .
Gebeurtenissen na de juli-beschikking
In rov. 2.20-2.44 van de beschikking zet de OK gebeurtenissen na de juli-beschikking uiteen. Daar verwijs ik kortheidshalve naar. Ik volsta hier met het citeren van de (beknopte) samenvatting daarvan die de OK geeft in rov. 2.1, derde en vierde alinea van de beschikking:
“De door haar bij [verweerster 2] benoemde onafhankelijke OK-bestuurder heeft de aandeelhoudersbevoegdheden van [verweerster 2] in haar Duitse dochtervennootschappen gebruikt om het ertoe te leiden dat het bestuur van die dochtervennootschappen nu bestaat uit drie personen: [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) als onafhankelijk bestuurder met zelfstandige en volledige vertegenwoordigingsbevoegdheid en daarnaast [verweerder 1] en [eiser 2] , die ieder slechts tot vertegenwoordiging bevoegd zijn samen met [betrokkene 1] . [betrokkene 1] heeft zijn zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid vervolgens gebruikt om het ertoe te leiden dat de besturen van de Duitse kleindochtervennootschappen dezelfde samenstelling en bevoegdhedenverdeling hebben gekregen.
[eiseres 1] verzoekt de Ondernemingskamer thans andere, althans nadere onmiddellijke voorzieningen te treffen, die er in essentie toe strekken dat de invloed van [eiseres 1] (al dan niet via [eiser 2] ) op het beleid binnen de [verweerster 2] -groep wordt vergroot en die van de OK-bestuurder en [betrokkene 1] op dat beleid verdwijnt, althans wordt beperkt. [verweerster 2] en de OK-bestuurder verzoeken de Ondernemingskamer daarentegen juist om (bij wijze van nadere onmiddellijke voorzieningen) aan [eiseres 3] en [eiser 3] bepaalde ge- en verboden op te leggen, teneinde een effectieve werking van de eerder door de Ondernemingskamer getroffen onmiddellijke voorzieningen te waarborgen”.