Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1404, 24/00997
Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1404, 24/00997
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 december 2024
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1404
- Zaaknummer
- 24/00997
Inhoudsindicatie
Verzoek bewind en mentorschap meerderjarige; digitaal bijwonen mondelinge behandeling; instemming partijen vereist?; motiveringsplicht?
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/00997
Zitting 20 december 2024
CONCLUSIE
E.B. Rank-Berenschot
In de zaak
1 [verzoeker 1] (hierna: [verzoeker 1] ),
2. [verzoeker 2] (hierna: [verzoeker 2]),
verzoekers tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn
tegen
1 [de moeder] (hierna: moeder),
2. [verweerster 1] (hierna: [verweerster 1]),
3. [verweerder 2] (hierna: [verweerder 2]),
verweerders in cassatie,
advocaat: mr. A.C. de Bakker
1 Inleiding en samenvatting
In deze zaak hebben de broers [verzoeker 1] en [verzoeker 2] verzoeken ingediend tot instelling van een bewind over de goederen van hun moeder en tot instelling van een mentorschap ten behoeve van haar. Anders dan de rechtbank, heeft het hof deze verzoeken afgewezen.
In cassatie klagen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] in de eerste plaats dat het hof heeft toegestaan dat moeder, hun zuster [verweerster 1] en hun broer [verweerder 2] (en hun advocaat) via een videoverbinding hebben deelgenomen aan de mondelinge behandeling van het hoger beroep op 1 november 2023 (onderdeel 1). Volgens het onderdeel is dit ten onrechte, nu art. 2 Tijdelijke wet COVID-19 op dat moment reeds was vervallen en [verzoeker 1] en [verzoeker 2] niet met video-deelname hebben ingestemd, maar daartegen bezwaren hebben geuit. Voor het geval die klachten niet slagen, wordt bovendien geklaagd dat het hof bij zijn toets of het instellen van een bewind en/of mentorschap ten aanzien van moeder noodzakelijk is, onvoldoende acht heeft geslagen op stellingen van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] met betrekking tot de geestelijke toestand van moeder ten tijde van het opmaken van haar levenstestament en de ernstig verstoorde familieverhoudingen (onderdelen 2 en 3).
Mijns inziens slagen reeds enkele klachten uit het eerste onderdeel.
Deze zaak hangt samen met het cassatieberoep onder zaaknummer 24/00999. Die zaak, waarin ik vandaag eveneens concludeer, heeft betrekking op het door [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ingediende verzoek tot het instellen van een bewind over de goederen van hun broer [verweerder 2]