Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1411, 24/01401
Parket bij de Hoge Raad, 20-12-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1411, 24/01401
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 december 2024
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1411
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:763
- Zaaknummer
- 24/01401
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht. Opzegging van duurovereenkomsten. Aanvulling van leemte inzake contractuele opzegregeling, specifiek opzegtermijn, op basis van aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW). Toerekenbare tekortkoming door opzegging met te korte opzegtermijn. Verwijzing naar schadestaatprocedure.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/01401
Zitting 20 december 2024
CONCLUSIE
B.F. Assink
In de zaak
DPD (Nederland) B.V. (hierna: DPD),
tegen
1 Get Moving B.V. (hierna: Get Moving),
2. Bosch Transport B.V. (hierna: Bosch Transport, en samen met Get Moving: Get Moving c.s., in vrouwelijk enkelvoud).
Inleiding
DPD en Get Moving c.s. hebben raamovereenkomsten gesloten. Eind 2018 heeft DPD deze opgezegd, met inachtneming van de daarin genoemde opzegtermijn van één maand. In hoger beroep is DPD veroordeeld om aan Get Moving c.s. schadevergoeding te betalen (art. 6:74 BW), omdat DPD jegens Get Moving c.s. een langere opzegtermijn had moeten hanteren. Daarbij speelt de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in art. 6:248 lid 1 BW. Daartegen komt DPD in cassatie op, m.i. zonder succes.
1 Feiten
In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten, ontleend aan rov. 3.1-3.6 van het bestreden arrest (hierna: het arrest).1
(i) Zowel Get Moving als Bosch Transport exploiteert een transportbedrijf gericht op pakketbezorging aan huis. DPD voert een expeditiebedrijf. Get Moving is in 2008 in opdracht van DPD pakketten gaan vervoeren. Bosch Transport is vanaf 2011 pakketten voor DPD gaan vervoeren. In dit kader zijn tussen DPD en Get Moving c.s. diverse raamovereenkomsten gesloten.
(ii) De laatste raamovereenkomst tussen DPD en Bosch Transport is op 19 december 2012 ondertekend en in werking getreden, die tussen DPD en Get Moving is op 1 januari 2013 ondertekend en in werking getreden. Deze raamovereenkomsten “tot vervoer van pakketten” (hierna: de Overeenkomsten) hebben dezelfde inhoud.
(iii) In de Overeenkomsten is onder meer het volgende bepaald:
“Artikel 27 Inwerkingtreding en duur van de Overeenkomst
(...)27.2. De Overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van één jaar en wordt daaropvolgend telkens stilzwijgend verlengd voor de duur van telkens één jaar.
Zowel de Expediteur als de Ondernemer kan de Overeenkomst opzeggen. Opzegging dient schriftelijk te geschieden tegen het einde van de maand en met een opzegtermijn van één maand.”
(iv) Op 28 november 2018 heeft DPD telefonisch aan Get Moving c.s. medegedeeld dat de Overeenkomsten worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand. Bij e-mailberichten van 28 en 30 november 2018 (met bijgevoegde brieven van 29 november 2018) heeft DPD de opzegging tegen 1 januari 2019 bevestigd.
(v) Ondanks e-mailcorrespondentie, waarin Get Moving c.s. aan DPD heeft verzocht het besluit tot opzegging te herzien, heeft DPD volhard in dit besluit. Op 31 december 2018 heeft DPD aan Get Moving c.s. de laatste opdrachten verstrekt.2
2 Procesverloop
Bij dagvaarding van 30 april 2020 heeft Get Moving c.s. een procedure tegen DPD aanhangig gemaakt bij de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank). Get Moving c.s. vorderde, samengevat en voor zover in cassatie van belang, betaling van schadevergoeding door DPD uit hoofde van wanprestatie onder de Overeenkomsten.
Daarna heeft DPD een conclusie van antwoord genomen.
Op 20 december 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Partijen hebben spreekaantekeningen doen overleggen.
Bij vonnis van 2 februari 2022 (hierna: het vonnis) heeft de rechtbank, samengevat, de vorderingen van Get Moving c.s. afgewezen.
In hoger beroep
Bij dagvaarding van 15 maart 2022 is Get Moving c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het hof).
Daarna: heeft Get Moving c.s. een memorie van grieven tevens houdende vermindering van eis genomen; heeft DPD een memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel genomen; en heeft Get Moving c.s. een memorie van antwoord in incidenteel appel genomen.
Op 15 november 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.3 Partijen hebben spreekaantekeningen doen overleggen.
Op 16 januari 2024 heeft het hof het arrest uitgesproken. Daarbij heeft het hof, rechtdoende in principaal en incidenteel hoger beroep (rov. 4, dictum):
- het vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende, samengevat:
- DPD veroordeeld om aan Get Moving c.s. schadevergoeding te betalen;
- bepaald dat de schade in een art. 612 Rv-procedure zal worden opgemaakt en vereffend;
- DPD niet-ontvankelijk verklaard in het incidenteel hoger beroep;
- DPD veroordeeld in de proceskosten;
- het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het (in hoger beroep) meer of anders gevorderde, afgewezen.
Voor de daaraan ten grondslag liggende beoordeling door het hof verwijs ik naar het arrest, in het bijzonder rov. 3.14-3.52. Onderdeel daarvan zijn rov. 3.17 en 3.39:
“3.17. Primair stellen Get Moving c.s. zich op het standpunt dat aan de opzegging op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) nadere eisen gesteld hadden moeten worden, in die zin dat aan de opzegging een langere opzeggingstermijn verbonden had moeten worden. De tekortkoming in de wijze van opzeggen vertaalt zich volgens Get Moving c.s. in de verplichting tot het voldoen van schadevergoeding door DPD. (...)(...)3.39. Het voorgaande [kort gezegd: rov. 3.18-3.38, A-G] betekent dat DPD toerekenbaar is tekortgeschoten jegens Get Moving c.s. door conform de opzegregeling de overeenkomsten op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Op basis van deze toerekenbare tekortkoming kunnen Get Moving c.s. aanspraak maken op vergoeding van de hieruit voor hun voortvloeiende schade (artikel 6:74 BW).”4
In cassatie
Bij procesinleiding van 10 april 2024 heeft DPD (tijdig) cassatieberoep ingesteld van het arrest. Vervolgens heeft Get Moving c.s. een verweerschrift ingediend, strekkende tot verwerping van het cassatieberoep. Partijen hebben daarna hun standpunten schriftelijk doen toelichten. DPD heeft nog gerepliceerd.