Home

Parket bij de Hoge Raad, 05-03-2024, ECLI:NL:PHR:2024:234, 22/03658

Parket bij de Hoge Raad, 05-03-2024, ECLI:NL:PHR:2024:234, 22/03658

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2024
Datum publicatie
6 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:234
Formele relaties
Zaaknummer
22/03658

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Art. 302 Sr. Feit van algemene bekendheid. Slagend middel over oordeel hof dat geven van harde vuistslag in gezicht naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans in het leven roept dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel oploopt nu het hoofd een uiterst kwetsbaar lichaamsdeel is. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/03658

Zitting 5 maart 2024

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

Inleiding

  1. De verdachte is bij arrest van 29 september 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens “zware mishandeling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof beslist over de vordering van de benadeelde partij.

  2. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, advocaten te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

De zaak

3. Uit de bewijsvoering van het hof blijkt het volgende. De destijds 17-jarige aangever hield het verkeer tegen zodat zijn vader met zijn vrachtwagen achteruit de weg op kon rijden. De verdachte reed met zijn auto om de verdachte heen, terwijl de aangever door zijn hand op en neer te bewegen, gebaarde dat de verdachte rustiger moest rijden. Daarbij raakte de aangever de auto van de verdachte. Hierop is de verdachte gestopt en naar de aangever toe gestapt. Voordat de aangever iets kon zeggen, heeft de verdachte het slachtoffer een vuistslag in het gezicht gegeven. Als gevolg hiervan heeft de aangever een gebroken jukbeen en een breuk in het botgebied tussen oogkas, neus en bijholte opgelopen.

4. Door de politierechter is de verdachte, zoals ook door de officier van justitie was gevorderd, vrijgesproken van zware mishandeling en veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. De politierechter achtte niet bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

5. In hoger beroep waren zowel het openbaar ministerie als de verdediging eveneens van oordeel dat het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet kon worden bewezen. Het hof dacht daar anders over. Het heeft dat opzet wel bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld wegens zware mishandeling. Daarover gaat het cassatiemiddel.

Het middel

Slotsom