Parket bij de Hoge Raad, 26-03-2024, ECLI:NL:PHR:2024:345, 22/03157
Parket bij de Hoge Raad, 26-03-2024, ECLI:NL:PHR:2024:345, 22/03157
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 26 maart 2024
- Datum publicatie
- 5 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:345
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1007
- Zaaknummer
- 22/03157
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Mensenhandel. Middel 1 klaagt over ontoereikend gemotiveerde bewezenverklaring feit 1 nu hof in strijd met art. 6 EVRM verklaring van (inmiddels overleden) getuige heeft gebruikt voor bewijs zonder uitoefening ondervragingsrecht verdediging en heeft verzuimd te motiveren waarom compensatieverzoek kan worden gepasseerd. Bespreking beoordelingskader art. 6 (lid 3, sub d) EVRM en driestappentoets EHRM-jurisprudentie. Voor zover middel 1 ziet op motiveringsverzuim ten aanzien van compensatieverzoek, is het terecht voorgesteld. Hoeft niet tot cassatie te leiden nu mag worden aangenomen dat bewezenverklaring feit 1 mede mede steunt op verklaringen van twee getuigen inzake feit 3. Middel 2 klaagt over ontoereikend gemotiveerde bewezenverklaring feit 1, sub 9. Middel 2 faalt nu het berust op verkeerde lezing bestreden arrest en feitelijke grondslag mist. Middel 3 bevat een slagende klacht over overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/03157
Zitting 26 maart 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
Inleiding
1. De verdachte is bij arrest van 15 augustus 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “mensenhandel” en “mensenhandel, terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 1 van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest. Bovendien heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals bepaald in het bestreden arrest.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. M. Rafik, advocaat te Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste en tweede middel richten zich tegen de bewezenverklaring van feit 1 en bevatten beide de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd. Het derde middel klaagt over de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsvoering
4. Ten laste van de verdachte heeft het hof ten aanzien van feit 1 bewezen verklaard dat:
“1. hij in de periode van 1 juli 2010 tot en met 1 november 2010 in Nederland en België,
[slachtoffer] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land, te weten België, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3)
en
[slachtoffer] door dwang, door geweld, door dreiging met geweld, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4)
en
[slachtoffer] door dwang, door geweld, door dreiging met geweld, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer] met of voor een derde (sub 9).
Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode:
- een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer] en
- voornoemde [slachtoffer] onderdak verschaft en
- voornoemde [slachtoffer] meermalen naar een prostitutieplek vervoerd en
- die [slachtoffer] onder druk gezet en dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer] geuit en
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt en
- de werkzaamheden en/of werktijden van die [slachtoffer] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en
- die [slachtoffer] gezegd/voorgehouden dat het door haar met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geld voor haar gespaard/bewaard zou worden en
- die [slachtoffer] gedwongen/bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen.”
5. Het hof heeft deze bewezenverklaring doen steunen op de volgende bewijsmiddelen:
“Met betrekking tot feit 1:
Aangifte [slachtoffer] d.d. 13 juli 2011 (bron I, map 5)
(...)
[p. 46] (...) Ik denk dat ik toen 2 weken bij [verdachte] [het hof begrijpt hier en hierna telkens: de verdachte] woonde en tot op dat moment was het niet over prostitutie gegaan. Omdat ik de huur van mijn eigen huisje aan de [a-straat] niet betaald had, kon ik daar niet meer naar terug en moest ik wel bij [verdachte] blijven. Maar hij wilde ook dat ik bleef. [verdachte] en ik deden de dagen daarop samen dingen zoals weed roken en boodschappen. Ik werd nog meer verliefd op [verdachte] . Ik hield van hem maar vertrouwde hem niet zo, gewoon, mannen in het algemeen. [verdachte] had geen werk. Ik weet niet of hij een uitkering had. Na een paar dagen zei [verdachte] dat hij een club wist via [betrokkene 1] , waar ik wel kon werken. [betrokkene 1] kende de eigenaar schijnbaar. De club was in [plaats] , België. Meer kan ik me over dat eerste gesprek met [verdachte] over de club niet herinneren. Ik had [verdachte] al over mijn schulden verteld, hij wist inmiddels alles van me. De eerste keer brachten [betrokkene 1] en [verdachte] mij naar de club toe. De club heet volgen mij ‘ [club] ’. [betrokkene 1] liep met me naar binnen, [verdachte] bleef in de auto zitten. Ik kan me niet meer herinneren dat we in de auto afspraken gemaakt hebben. [betrokkene 1] sprak de eigenaar van de club, [betrokkene 2] , aan. Ik moest in de club wachten. Toen legde [betrokkene 2] mij alles uit, dat de klant een meisje uitkoos, je ze eerst wat moest laten drinken en dan pas naar boven gaan. Daarna kon ik beginnen, wat ik op de eerste avond meteen heb gedaan. Ik hoefde nog geen ID te laten zien. Van de opbrengst van de drankjes die een klant dronk, kreeg ik de helft. Ik hoefde geen kamerhuur te betalen. De klant betaalde vooraf aan [betrokkene 2] . Aan het einde van de avond kreeg ik dan via [betrokkene 2] betaald. Maar ik kan me van de prijzen qua seks niets meer herinneren, wel dat ik daar per avond ongeveer een 300-400 euro verdiende. Ik kreeg via [betrokkene 2] uitbetaald voordat ik naar huis ging. Ik kan me niet herinneren hoe laat ik die eerste avond ben begonnen. Wel dat ik meestal werkte tot 04.00-06.00 uur ‘s nachts. Iedere avond bracht en haalde [betrokkene 1] mij. Ik denk dat ik 3-4 dagen in die club heb gewerkt. [p. 47] Het door mij verdiende geld gaf ik de dag erna aan [verdachte] . Volgens mij vroeg hij daarnaar. Ik gaf het hem uit gewoonte. Ik woonde toen nog bij hem in [plaats] .
Omdat de club niets was en ik nog steeds geen legitimatie had laten zien daar, ging ik daar weg. Ik wilde mijn ID ook niet laten zien; dan werd ik geregistreerd en zo. Dat vertrek daar had ik met [verdachte] besproken en dat vond hij goed. [verdachte] kwam toen op het idee dat ik in Antwerpen kon gaan werken. Ik kan me niet herinneren of ik diezelfde dag of hoeveel dagen later ik in Antwerpen ben gaan werken. Met [verdachte] en [betrokkene 1] ben ik op een gegeven moment naar Antwerpen gegaan. Dat was met de auto van [betrokkene 1] , toen een donkergrijze Volkswagen, vermoedelijk Passat, met Belgische kentekenplaten.
[verdachte] wilde dat ik ook een appartementje in Antwerpen zou hebben, dan hoefde er niet elke dag twee keer op en neer gereden worden vanuit Nederland naar België. [verdachte] had ergens een krantje gehaald en zo vond hij een appartementje voor mij. [verdachte] liet [betrokkene 1] bellen voor het appartementje, omdat [betrokkene 1] een Belg is. Het appartementje was in [plaats] op de [b-straat 1] . Ik kon er dezelfde dag nog in. Samen met [verdachte] heb ik het appartement bekeken en tekende ik een contract. Ik kreeg geld van [verdachte] en ik moest zo de huur betalen aan de verhuurder. Dat was in een keer 1.100,- [het hof begrijpt: euro]. De huur was 500,- [het hof begrijpt: euro], de garage 50,- [het hof begrijpt: euro] en het totale bedrag was ook de borg. [verdachte] wilde er een garage bij waar hij zijn auto in kon parkeren. Het kan zijn dat het geld wat ik van [verdachte] kreeg voor de huur het door mij verdiende geld was. Van de verhuurder heb ik later nog een keer een brief gekregen omdat ik nog huur moest betalen over de maand september en oktober 2010. Ik heb daar alleen huur voor augustus 2010 betaald en denk daarom dat ik in augustus 2010 voor [verdachte] heb gewerkt. Daarna reden we door naar de ramen van het Schipperskwartier aan het Valkenplein te Antwerpen. [verdachte] en [betrokkene 1] noteerden telefoonnummers van lege ramen, waarop ik die moest bellen. Maar dat werd niets, toen ben ik zelfrond gaan rondlopen en bellen. Ik moest ’s nachts werken, dat waren de beste tijden. Ik ben sowieso een nachtmens en werk het liefst ‘s nachts, maar [verdachte] wist ook dat ik dan beter kon verdienen. Ik vond toen een geschikt raam en ik sprak met de verhuurders, een man en een vrouw, af dat ik op donderdag in dezelfde week kon beginnen. Ook werd er afgesproken dat ik € 600,- aan raamhuur zou betalen, voor een week van 7 avonden en nachten. Ik zou dan werken van 20.00-08.00 uur. Condooms en linnengoed waren niet inbegrepen. [verdachte] zorgde voor de condooms, ik denk ongeveer een doos in de 2 weken van 100 stuks, die leeg ging.
[p. 48] Volgens mij waren de prijzen daar 50 euro voor een kwartier tot 20 minuten. Dit was voor pijpen, neuken en één keer klaarkomen. 100 euro voor een halfuur en 200 euro voor een uur. Soms gaf ik dan wel korting. Drie kwart van de tijd bleven de klanten een halfuur. Soms deed ik wat extra, zoals anaal en pijpen zonder condoom, dat was 50 euro extra. Dat betekent dat ik dus gemiddeld 75 x 100 euro verdiende. Dat is 7.500 euro per 2 weken. Een kwart van de tijd verdiende ik gemiddeld 200 euro per klant omdat het of langer duurde of ik iets extra’s deed. Dat is dus 25 x 200 is 5.000 euro per 2 weken. Samengevat verdiende ik dus 12.500 euro per 2 weken, is 25.000 euro per maand.
Na het huren van het appartement en het eerste bezoek aan het raam zijn we terug naar [plaats] gereden. Waarschijnlijk was dat een maandag, een paar dagen voordat ik zou beginnen. (...) Die donderdag heeft [verdachte] me naar Antwerpen gebracht, volgens mij in de groene Golf. Hij bracht me naar het appartement. Ik kan me ook niet meer herinneren wat we die middag hebben gedaan, maar wel dat [verdachte] me die avond naar het raam heeft gebracht.
Volgens mij ging [verdachte] daarna terug naar zijn huis in [plaats] , ik denk naar [betrokkene 3] . [verdachte] en ik sms’ten vaak:
1) bijna altijd op het moment dat ik ging werken;
2) [verdachte] sms’te ook tegen de tijd dat hij ging slapen, rond 02.00 uur, of het druk was en wat ik verdiend had;
3) ik moest hem sms’en als het rustig was, bijvoorbeeld vanaf 06.00 uur. Ik sms’te dan dat ik ging stoppen;
4) tevens sms’te ik [verdachte] als ik in de taxi stapte wanneer ik na het werk naar mijn appartement ging;
5) ook sms’te ik [verdachte] als ik thuis in het appartement was en ging slapen.
Deze laatste sms’jes stuurde ik wat later, omdat ik eerst een jointje wilde roken en [verdachte] zou denken dat ik langer aan het werk was geweest dan ik daadwerkelijk deed. Ik loog een beetje tegen hem qua tijd omdat ik bang was dat [verdachte] boos zou worden dat ik te vroeg met werken gestopt was. Al deze sms’jes moest ik [verdachte] sturen, hij vond dat ik hem op de hoogte moest houden. Hij zei dat hij dat wilde omdat hij dan in de gaten kon houden of alles goed met me was. Zou dat niet het geval zijn, dan kon hij iemand sturen zei hij. Van [verdachte] moest ik heen en terug met de taxi. Ook zou het voor mijn eigen veiligheid zijn dat ik met een taxi ging. Maar volgens [verdachte] moest het er zo ook op lijken dat ik zelfstandig werkte. Van de taxiritten moest ik van [verdachte] de briefjes bewaren zodat hij ook daadwerkelijk kon zien dat ik met de taxi was gegaan en niet met een klant. [verdachte] was bang dat ik er met een klant vandoor zou gaan en dan niet meer voor hem zou [p. 49] werken. De taxiritten kosten tussen de 8-12 euro en 10-15 euro, dat lag aan het bedrijf. Gemiddeld kostte de taxi mij 22,50 euro per dag.
[verdachte] kwam elke dag het door mij verdiende geld ophalen. Ik moest van hem het geld op tafel in het appartement leggen, zodat hij het alleen maar hoefde te pakken en hij meteen kon zien hoeveel het was. [verdachte] had het kastje om de garage te openen. Als hij bijna in de garage was, belde hij me op zodat ik de deur moest openen omdat hij geen sleutel van het appartement had.
Ik denk dat ik een maand onafgebroken voor [verdachte] in Antwerpen heb gewerkt. Ik denk dat ik elke dag heb gewerkt. Ik heb daar zeker 2 volle dozen condooms opgemaakt en ik derde doos die ik van [verdachte] had gekregen aangebroken, maar daar heb ik er maar een paar uit gebruikt.