Home

Parket bij de Hoge Raad, 21-06-2024, ECLI:NL:PHR:2024:667, 23/03274

Parket bij de Hoge Raad, 21-06-2024, ECLI:NL:PHR:2024:667, 23/03274

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
21 juni 2024
Datum publicatie
16 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:667
Formele relaties
Zaaknummer
23/03274

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsrecht. Europese openbare aanbesteding; opdracht gegund aan vof; criteria om uit te maken of ook van vennoten van vof een Uniform Europees Aanbestedingsdocument moet worden ingediend. Vervolg op HvJEU 10 november 2022, C-631/21, ECLI:EU:C:2022:869.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/03274

Zitting 21 juni 2024

CONCLUSIE

B.J. Drijber

In de zaak van

Taxi Horn Tours B.V.,

eiseres tot cassatie,

advocaat: mr. J.P. van den Berg (voordien: mr. J. van Weerden)

tegen

1 Gemeente Weert,

2. Gemeente Nederweert,

verweersters in cassatie,

advocaat: mr. N.E. Groeneveld-Tijssens,

3 Kupers Touringcars V.O.F.,

niet verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als Taxi Horn, respectievelijk de gemeenten en Kupers.

1 Inleiding en samenvatting

1.1

Deze zaak betreft een Europese aanbesteding. Taxi Horn komt in kort geding op tegen de gunning aan Kupers van een opdracht van de gemeenten voor het verzorgen van busvervoer van basisschoolleerlingen. Kupers is een vennootschap onder firma (hierna: vof), die bij haar inschrijving een zogeheten Uniform Europees Aanbestedingsdocument (afgekort: UEA) heeft ingediend. De vraag is of daarnaast een UEA van haar beide vennoten had moeten worden overgelegd. Taxi Horn meent van wel, de gemeenten menen van niet.

1.2

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Taxi Horn afgewezen. In hoger beroep heeft het hof Den Bosch aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) prejudiciële vragen gesteld over de verplichting tot indiening van een UEA in het geval van een vof. Bij arrest van 10 november 2022 heeft het HvJ beslist dat een vof die voor de uitvoering van een overheidsopdracht beroep doet op middelen van (een of meer) vennoten, geacht wordt beroep te doen op ‘de draagkracht van andere entiteiten’ in Unierechtelijke zin. In dat geval moet ook van die andere entiteiten een UEA worden ingediend. In zijn eindarrest past het hof de in de prejudiciële beslissing gegeven uitleg toe op de feiten van de zaak en maakt daarbij het door de gemeenten verdedigde standpunt tot het zijne.

1.3

Taxi Horn komt in cassatie tegen het eindarrest op. Het middel bestrijdt met name de duiding die het hof heeft gegeven van de in de prejudiciële beslissing gegeven uitleg van het Unierecht. Ik meen dat enkele klachten slagen en dat het bestreden arrest moet worden vernietigd. Na verwijzing zal het verwijzingshof de relevante omstandigheden van de zaak opnieuw kunnen toetsen aan de rechtsregel die het HvJ in genoemd arrest heeft ontwikkeld.

2 Feiten en procesverloop

11 De uitspraak

3 Bespreking van het cassatiemiddel

4 Conclusie