Home

Parket bij de Hoge Raad, 09-07-2024, ECLI:NL:PHR:2024:743, 23/00809

Parket bij de Hoge Raad, 09-07-2024, ECLI:NL:PHR:2024:743, 23/00809

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2024
Datum publicatie
12 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:743
Formele relaties
Zaaknummer
23/00809

Inhoudsindicatie

Conclusie A-G. Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (art. 6 WVW). Bewezenverklaring roekeloosheid via art. 5a WVW. Hoewel deelklacht terecht klaagt over de gebrekkige bewijsmotivering van het voor art. 5a vereiste opzet op

'gevaarlijk inhalen’, faalt het middel omdat roekeloosheid ook zonder het opzettelijk gevaarlijk inhalen voldoende is gemotiveerd. Enkele algemene opmerkingen over roekeloosheid i.d.z.v. art. 5a jo art. 175 lid 2 WVW. Conclusie strekt tot verwerping.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/00809

Zitting 9 juli 2024

CONCLUSIE

P.M. Frielink

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte

1 Cassatieberoep

1.1

De verdachte is bij arrest van 28 februari 2023 door het gerechtshof Den Bosch wegens 1) het roekeloos veroorzaken van een verkeersongeval waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (art. 6 jo art. 175 lid 2 WVW 1994) en 2) het verlaten van de plaats van het ongeval (art. 7 lid 1 WVW 1994) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Tevens is een rijontzegging voor de duur van drie jaren opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk.

1.2

Het cassatieberoep is op 1 maart 2023 ingesteld namens de verdachte. E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel is gericht tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 1, meer in het bijzonder de bewezenverklaring van roekeloosheid.

1.3

Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Gelet op het feit dat tot op heden geen arresten van de Hoge Raad zijn gewezen over de bewezenverklaring van roekeloosheid gebaseerd op overtreding van art. 5a Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zie ik aanleiding enige beschouwingen te wijden aan de in art. 175 lid 2, laatste volzin, WVW gelegde koppeling tussen de overtreding van art. 5a WVW en de roekeloosheid als meest zware vorm van culpa als bedoeld in art. 6 WVW.

2 Waar het in deze zaak om gaat

2.1

De verdachte reed in de avond van 14 september 2021 in een Mercedes vanaf de Doktor Hub van Doorneweg te Born in de richting van het kruispunt met de N297.1 In de auto van de verdachte zaten twee passagiers, te weten een man op de bijrijdersstoel en een vrouw op de achterbank. Ongeveer 30 meter voor het kruispunt en midden op het kruispunt van de N297, ter hoogte van het daar gelegen Esso tankstation, heeft de verdachte zogenoemde ‘donuts’ gedraaid, te weten het tijdens het accelereren de auto om zijn as laten draaien. De donuts zijn waargenomen door twee verbalisanten die vlakbij de kruising in een niet als politievoertuig herkenbare auto stonden opgesteld. De verdachte is vervolgens de N279 in de richting van Sittard opgereden.

2.2

Nadat de twee verbalisanten een zwaailicht op het dak van hun (civiele) voertuig hadden geplaatst, begon de verdachte zijn snelheid te verhogen. De verbalisanten zagen de achterzijde van de Mercedes van links naar rechts bewegen. Over een afstand van 1,5 km hebben de verbalisanten getracht dichter bij de Mercedes te komen door krachtig te accelereren en met snelheden van ongeveer 150 à 160 km/h te rijden, maar de afstand tussen de verbalisanten en de Mercedes liep op tot ongeveer 500 meter. De Mercedes nam de afrit richting Sittard, een eenbaansweg, en naderde met snelheden tussen de 157 en 278 km/h de auto van het [slachtoffer] , een Daihatsu. Vervolgens reed de verdachte, met een snelheid tussen de 175 en 184 km/h, in de linker achterzijde van de Daihatsu. Als gevolg van de aanrijding, kwam de Mercedes in botsing met een lantaarnpaal, slipte over een rechts van de weg gelegen ventweg en kwam uiteindelijk tot stilstand in een weiland. De auto van het slachtoffer raakte tijdens de botsing zwaar beschadigd en werd naar rechts gedrukt. De Daihatsu kwam in de grasberm in botsing met een lantaarnpaal, ging over de kop en kwam op de rechts gelegen ventweg tot stilstand. Het [slachtoffer] heeft als gevolg van het verkeersongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De verdachte heeft verklaard dat hij weet dat hij veel harder heeft gereden dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 80 km/h en dat hij heeft gemeend dat hij links voorbij de Daihatsu kon.

2.3

Uit onderzoek aan het multimediasysteem van de Mercedes blijkt dat de Mercedes in de twee ritten voorafgaand aan het verkeersincident, op diezelfde avond, tussen 21:20 uur en 21:35 uur en tussen 23:12 en 23:16 uur meerdere keren met snelheden heeft gereden van tussen de 150 en 270 km/h. De verdachte heeft verklaard dat hij die avond erg boos en gestrest was en stoom wilde afblazen.

2.4

Het hof is van oordeel dat sprake is van het culpoos veroorzaken van een verkeersongeval waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, terwijl de schuld bestaat uit roekeloosheid. Tot dat oordeel komt het hof door vast te stellen dat de gedragingen van de verdachte een overtreding van art. 5a lid 1 WVW opleveren. Per 1 januari 2020 is aan art. 175 lid 2 WVW toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag tevens als een overtreding van art. 5a lid 1 WVW kan worden aangemerkt.

3 De bewezenverklaring en de bewijsvoering

3.1

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezen verklaard dat:

“hij op 14 september 2021 te Born, in de gemeente Sittard-Geleen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, het Gelders Eind (N297) zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, welke gedragingen roekeloos waren en hieruit hebben bestaan dat hij, verdachte, heeft gereden met een snelheid tussen ongeveer 175 en 184 kilometer per uur, en (daarbij) een in dezelfde richting als hem, verdachte, rijdend motorrijtuig van achter is genaderd en daarbij niet heeft gelet op de weg voor hem en (vervolgens) de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig niet tijdig heeft verminderd en niet behoorlijk is uitgeweken om een aanrijding met eerder genoemd motorrijtuig, met als bestuurder voornoemde [slachtoffer] , te voorkomen, waardoor een aanrijding is ontstaan tussen verdachtes motorrijtuig en dat andere motorrijtuig;”

3.2

De bewezenverklaring van feit 1 steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof d.d. 14 februari 2023, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 14 september 2021 te Born op de N297 veel te hard heb gereden, terwijl je daar maximaal 80 kilometer per uur mag rijden. Ik weet dat ik te hard reed. Ik dacht dat ik ongeveer 150 tot 160 kilometer per uur reed. Het klopt ook dat ik daar in botsing ben gekomen met een ander motorrijtuig waarvan [slachtoffer] de bestuurder was. Ik had op die dag veel stress en ik was boos. Ik wilde stoom afblazen. Ik dacht niet na en ik heb toen op de weg vóór de N297 meerdere donuts gedraaid. Daarna ben ik de N297 op gereden. De weg ging over naar een eenbaansweg. Toen zag ik ineens de achterlichten van de Daihatsu. Ik dacht dat ik er links voorbij kon. Ik reed er tegenop. De 1600 meter tussen de plaats waar ik de donuts heb gedraaid tot de plaats van het ongeval heb ik opgetrokken. Het klopt dat ik bij mijn verhoor bij de politie heb verklaard dat ik alleen maar gas aan het geven was.

2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] :

(…)

Op 14 september 2021 omstreeks 23:15 uur was ik, [verbalisant 1] , samen met mijn Duitse collega [verbalisant 2] gezamenlijk op patrouille, op de N297 (Gelders Eind) te Born. Wij, verbalisanten, stonden op het fietspad gelegen aan de kruising van de N297 (Gelders Eind) en de Doctor Hub van Doorneweg ter hoogte van hectometerpaal 11.0R. Ter plaatse geldt een maximale snelheid van 80 kilometer per uur.

Op 15 september 2021 [het hof begrijpt: 14 september 2021] omstreeks 23:45 uur zien wij, verbalisanten, een personenauto, type Mercedes-Benz AMG C 63, zwart van kleur en voorzien van Nederlands kenteken [kenteken 1] rijden op de Doctor Hub van Doorneweg en rijden in de richting van de kruising aan de N297 (Gelders Eind). Ongeveer 30 meter voordat voornoemd voertuig bij de kruising arriveert zien wij dat deze personenauto op de plek om zijn as begint te draaien, zijnde zogenaamde "donuts”. Ik bedoel hiermee dat de bestuurder de motor hoog in de toeren jaagt en met volle kracht de frictie van de achterwielen met het asfalt verbreekt waardoor de wielen doordraaien en spinnen. Door het frictieverlies en de wrijving van de banden op het asfalt rookten de achterbanden heftig. Doordat de bestuurder zijn stuur instuurde en de achterwielen naar grip zochten en rookten, draaide deze rondjes op het asfalt wat ook wel "donuts" genoemd wordt. Na een aantal "donuts" zien wij dat voornoemde bestuurder met zijn voertuig richting het midden van de kruising gelegen aan de N297 (Gelders Eind) en de Doctor Hub van Doorneweg rijden. Hier zien wij, verbalisanten, dat voornoemd voertuig wederom "donuts" begint te draaien midden op de kruising gelegen op de N297 (Gelders Eind) ter hoogte

(…)

van het Esso tankstation. Op 14 september 2021 te 23:46 heb ik, [verbalisant 1] , in verband met voornoemde waarnemingen en de daarbij behorende gevaarszettingen ("donuts") mijn optische signalen inwerking gesteld van mijn onopvallend dienstvoertuig. Op het moment zien wij dat de bestuurder van de voornoemde Mercedes-Benz AMG het vermogen van zijn motorvoertuig begint te verhogen. Doordat de bestuurder vol gas geeft verliezen de achterbanden wederom frictie en beginnen te roken. Hierbij hoorden wij de banden piepen. Tevens zagen wij dat de achterzijde van het voertuig uitbrak van links naar rechts. Hierbij maakte de Mercedes zijdelingse bewegingen met de achterzijde van 1 meter naar [A-G: rechts en] 1 meter naar links en krachtig accelereerde.

(…)

Vanwege het direct wegrijden was het voor ons, verbalisanten, niet mogelijk om een stopteken te geven aan voornoemd bestuurder van het voertuig. Daar het voertuig ongeveer 200 meter voor ons reed hebben wij onze snelheid verhoogd om dichter bij het voertuig te komen. Hierbij zagen wij dat het voertuig zeer snel bij ons weg reed en de afstand vergrootte tot ongeveer 500 meter. Gezien de snelheid van de voornoemde Mercedes was het voor ons niet mogelijk om dichterbij te komen daar de Mercedes dusdanig krachtig accelereerde. Gedurende de rit heb ik alleen maar krachtig geaccelereerd. Ik bedoel hiermee dat ik maximaal snelheid heb opgebouwd over een afstand van 1,5 kilometer over de N297. Hierdoor schat ik dat mijn gereden snelheid op het piekmoment ongeveer 150 a 160 km/h was waar 80 km/h is toegestaan. Gezien het feit hoe snel de voornoemde Mercedes bij ons weg reed schat ik de door de bestuurder gereden snelheid op 200 km/h. Toen wij ongeveer ter hoogte van hectometerpaal 12.1R reden zagen wij ter hoogte van hectometerpaal 12.5A, zijnde de afrit Sittard, de remlichten helder rood oplichten. Direct hierna zagen wij stofwolken en brokstukken rond vliegen.

(…)

Eenmaal aangekomen ter hoogte van hectometerpaal 12.5A zien wij verscheidene brokstukken op de weg liggen. Boven aan de afrit Sittard, gelegen aan de N297, rijden wij naar rechts de N276 op. Hier zien wij direct aan onze rechterzijde dat voornoemde Mercedes-Benz AMG van de weg is geraakt en in een weiland terecht is gekomen. Hierbij is de bestuurder door een afrastering gereden. Aangekomen bij de personenauto zien wij dat de bestuurdersstoel leeg is. Op de bijrijdersstoel zit een voor ons onbekende manspersoon en links achterin zit een voor ons onbekende vrouw.

(…)

Ik, [verbalisant 1] , zag verlichting schijnen vanaf de afrit Sittard gelegen aan de N297. Deze verlichting was waarschijnlijk afkomstig van een personenauto. Aangekomen zag ik een voor mij onbekende personenauto liggen op het fietspad, gelegen aan de afrit Sittard, gelegen aan de N297. Ik zag 3 manspersonen staan om het zwaar beschadigde voertuig. In dit zwaar beschadigde voertuig, type Daihatsu Cuore, rood van kleur en voorzien van Nederlands kenteken [kenteken 2] , zit een voor mij onbekende manspersoon. Ik hoor de onbekende manspersoon op de bestuurdersstoel hard schreeuwen van pijn. Ik zie dat de onbekende manspersoon onder het bloed zit. Later blijkt in het voertuig een manspersoon te zitten die bekend is onder de personalia:

Naam: [slachtoffer]

Voornaam: [slachtoffer]

Geboortedatum: [geboortedatum] 2001

(…)

Tijdens het onderzoek naar de bestuurder van voornoemde Mercedes-Benz AMG is er een verdachte in beeld gekomen die mogelijk het voornoemde voertuig bestuurde tijdens de achtervolging.

Het zou hierbij gaan om:

Naam: [verdachte]

Voornaam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1988

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Op de Grote Dries 38 te Holtum is de verdachte [verdachte] op 15 september 2021 te 01:05 uur aangehouden. (…) Deze persoon [het hof begrijpt: de verdachte] probeerde zich bij het zien van de politie te verstoppen onder het voertuig. Tevens blijkt dat de verdachte:

- een ontbloot bovenlijf had

(…)

- bezweet was

- linker hand bebloed

- broek en schoenen onder de modder

3. Een ander geschrift, inhoudende een vertaling proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2022 (…), voor zover inhoudende een vertaling van een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 september 2021 (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 2] :

Op 14-0-2021 [A-G: ik begrijp 14-09-2021] omstreeks 23:50 uur was de gezamenlijke civiele patrouille KMAR/Bundespolizei aanwezig bij tankstation Langerseg bij Born (Nederland). Daar zagen de betreffende ambtenaren op de tegenover gelegen parkeerplaats een DB Mercedes AMG C83, die daar "donuts" draaide. De patrouilledienst nam het besluit om het voertuig te controleren, maar op dat moment reed de DB [het hof begrijpt: Mercedes AMG C83] de N297 op (autoweg) en maakte "donuts" direct vóór het dienstvoertuig van de marechaussee. Ondergetekende heeft toen het zwaailicht op het dak van het civiele voertuig geplaatst. Meteen sloeg de Mercedes op de vlucht richting Sittard. Hierbij versnelde de chauffeur van de DB zo heftig, dat de achterklep voortdurend losraakte. De patrouilleauto zette de vervolging in. Op dat moment was de DB Mercedes al ca. 200 meter van de patrouilleauto verwijderd. Er waren alleen nog enigszins de achterlichten te zien van de personenauto. De patrouilledienst zag plotseling dat de remlichten van de DB gingen oplichten en van rechts naar links over de rijbaan switchten. Op dat moment was de Mercedes alweer veel verder weggereden en reed nu ca. 500 tot 600 meter vóór de patrouilleauto van de marechaussee. In het licht van het tegemoetkomende verkeer zag men plotseling dat vermoedelijk voertuigonderdelen door de lucht vlogen. Toen de betreffende patrouille de plaats bereikte, werden plastic onderdelen op de rijbaan gevonden. Pas nadat de afslag was genomen, zag ondergetekende de Mercedes AMG recht in het weiland. De patrouilleauto stopte en liep naar de personenauto. Het portier aan de chauffeurskant van de personenauto was open. In het voertuig zat een man op de bijrijdersstoel en achter links een vrouw. Ondergetekende bleef bij de beide personen en de Nederlandse collega zocht in het nabijgelegen terrein naar de chauffeur van de personenauto. Hierbij werd ca. 150 meter vóór de plaats van het ongeval een rode ongeval auto op het fietspad gezien. Blijkbaar was dit voertuig door de DB AMG aangereden en vervolgens over de rijbaan op het fietspad geslingerd.

4. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 20 november 2021 (…), voor zover inhoudende als verklaring van slachtoffer [slachtoffer] :

(…)

Ik kan u vertellen dat ik niks meer weet van de aanrijding. Ik weet dat ik weg gereden ben bij mijn vriend. Van de dag van de aanrijding 14 september 2021 tot 21 september 2021 ben ik in het ziekenhuis opgenomen geweest. Mijn letstel [het hof begrijpt: letsel] is: gebroken linker heup, gebroken linker oogkas, gebroken linker sleutelbeen en hersenschudding. Op 29 september ben ik nog eens geopereerd aan mijn oogkast [het hof begrijpt: oogkas]. Vanaf 30 september 2021 heb ik gekluisterd aan een rolstoel tot 15 oktober 2021. Ik heb 2x per week fysiotherapie. Ik ben fysiek beperkt. Volledig herstel is volgens de fysiotherapeut mogelijk, maar duurt minimaal een jaar.

5. Een aanvraagformulier medische informatie d.d. 9 november 2021 (…), voor zover inhoudende als verklaring van arts dr. J. Verbruggen:

Medische informatie betreffende:

Achternaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Geboortedatum: [geboortedatum] 2001

Geslacht: man

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Adres: [a-straat 1]

Woonplaats: [postcode] [plaats]

I. Omschrijving van het letsel

B. Is er vermoeden van een niet uitwendig waarneembaar letsel?

Bekkenbreuk, sleutelbeenbreuk, breuk van de oogkas.

6. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Verkeersongevallen Analyse (VOA) met bijlagen, (…), opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , afgesloten d.d. 25 oktober 2021 (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten:

(…)

1. Algemeen

Wij, [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , werkzaam bij het team verkeersongevallen analyse van de Brigade Recherche van de Koninklijke Marechaussee, verklaren het volgende:

1.1

Verzoeker

Op 15 september 2021, omstreeks 00:00 uur, hebben wij van het aansturingsorgaan van de Koninklijke Marechaussee, melding ontvangen van een verkeersincident met zwaar lichamelijk letsel, op de Provincialeweg N297 gelegen in de gemeente Born.

(…)

2.2

Wegsituatie

Het verkeersincident heeft plaatsgevonden op de afrit van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, het Gelders Eind (N297) ter hoogte van hectometerpalen 12.5a en 12.6a, gelegen buiten de bebouwde kom van Born. De wettelijke toegestane maximumsnelheid betrof ter plaatse 80 km/h.

2.2.1

Afwijkende verkeersmaatregelen

Wij zagen geen afwijkende maatregelen die mogelijk een rol kunnen hebben gespeeld bij het ontstaan en de toedracht van het verkeersincident.

2.2.2

Onderhoud weg

Wij zagen geen bijzonderheden met betrekking tot het onderhoud van de weg die mogelijk een rol kunnen hebben gespeeld bij het ontstaan en de toedracht van het verkeersincident.

(…)

2.2.3

Tijdelijke omstandigheden

Wij zagen geen tijdelijke omstandigheden, die mogelijk een rol kunnen hebben gespeeld bij het ontstaan en de toedracht van het verkeersincident.

2.3

Aangetroffen situatie

2.3.1

Situatie bij aankomst

Wij waren omstreeks 02:30 uur ter plaatse en constateerden het volgende:

• wij zagen een roodkleurige personenauto van het merk Daihatsu type Cuore voorzien van het kenteken [kenteken 2] , gezien vanuit de rijrichting Born richting de landsgrens met Duitsland, aan de rechterzijde van de weg op de ventweg staan;

• wij zagen dat de linker achterzijde van de Daihatsu ernstig was gedeformeerd;

• wij zagen over het gehele wegvlak een beeld van sporen en puin uitlopend over de weg, grasberm en ventweg, in de richting van een weiland nabij de kruising met de Provincialeweg N276;

• wij zagen ter hoogte van de kruising met de Provincialeweg N276, aan de rechterzijde van de weg in een weiland, een zwartkleurige personenauto van het merk Mercedes Benz type AMG C63 voorzien van het kenteken [kenteken 1] staan;

• wij zagen dat de Mercedes aan de rechtervoorzijde was beschadigd;

• wij zagen op de rechtervoorzijde van de Mercedes roodkleurige lakresten;

• wij zagen op het wegdek sporen die passen bij het eerste contact tussen beide voertuigen en hebben dit gebied aangemerkt als conflictzone;

(…)

4 Snelheidsbepaling

4.1

Snelheid Mercedes

Om tot een vaststelling van de gereden snelheid van de Mercedes te komen, vóór en tijdens het verkeersincident, is door ons onderzoek gedaan naar eventueel opgeslagen GPS posities en gereden snelheden in het multimediasysteem.

4.1.1

Veiligstellen multimediasysteem

Op 5 oktober 2021 werd het multimediasysteem uit de Mercedes gedemonteerd.

4.1.3

Snelheidsbepalingen verkeersincident

Nadat de digitale gegevens uit het multimediasysteem waren veiliggesteld zijn deze door ons onderzocht. Wij zagen dat er meerdere GPSIogs met gereden snelheden aanwezig waren rond het tijdstip van het verkeersincident. De weergegeven gemiddeld gereden snelheden zijn bepaald op basis van de afstand tussen de GPS posities en de tijd waarin deze afstand is afgelegd. In de bijlage III is een overzicht te zien van de afgelegde route met gereden snelheden kort vóór en tijdens de aanrijding met de Daihatsu.

(…)

4.1.4

Snelheidsbepaling avond van verkeersincident

Op verzoek van de verzoeker en in overleg met Officier van Justitie Rob VAN DARTEL hebben wij eveneens de gereden snelheden onderzocht van de laatste twee ritten vóór het verkeersincident. Dit betreft de rit tussen 21:20:37 uur en 21:35:30 uur, en de rit tussen 23:12:27 uur en 23:16:47 uur. Wij zagen hierbij dat de Mercedes tijdens deze ritten meermaals én langdurig snelheden heeft gereden van tussen de 150 en 270 km/h.

(…)

5.3

Camerabeelden

Op 20 september 2021 ontving ik, [verbalisant 3] , de camerabeelden welke waren veilig gesteld bij het bedrijf VDL Nedcar. De beelden tonen een kruising gelegen op een afstand van ongeveer 1600 meter vóór de conflictzone. De beelden zijn, op basis van de systeemtijd van de camera, opgenomen op 14 september 2021 tussen 23:45:27 uur en 23:47:10 uur. De voor ons onderzoek relevante gegevens op de beelden zullen hieronder worden beschreven.

5.3.1.1 Mercedes

Wij zien dat de Mercedes om 23:45:47 uur het beeld in komt rijden, remt en een drietal ‘donuts’ maakt. De bedoeling bij het maken van een donut is het laten uitbreken van een voertuig en daarbij in een zo kort mogelijke draaicirkel een ronde te draaien wat resulteert in een tekening op de weg gelijkend op een donut. Wij zien tijdens het maken van deze ‘donuts’ enkele vuurvonken ter hoogte van de achterbanden. Wij zien dat de dimverlichting brandt en dat de remverlichting bij het remmen wordt ingeschakeld.

5.3.1.2 Daihatsu

Wij zien dat de Daihatsu om 23:45:44 uur het beeld komt in rijden over de hoofdrijbaan en rijdt in de richting van de plaats delict. Wij herkennen de contouren en verlichting van de Daihatsu ambtshalve en zien dat de dimverlichting werkt en is ingeschakeld.

(…)

6.1

Toedracht verkeersincident

De bestuurders van de Daihatsu en Mercedes naderde de plaats van het verkeersincident via de afrit van het Gelders Eind (N297), komende uit de richting Born en rijdende in de richting van de kruising met de Op De Baan (N276). De bestuurder van de Daihatsu rijdt met ingeschakelde dimverlichting en met een niet vast te stellen snelheid, in de richting van de verkeerslichten. De bestuurder van de Mercedes naderde de Daihatsu met snelheden tussen de 157 en 278 km/h. De Mercedes rijdt op het midden van de rijstrook, met een snelheid tussen de 175 en 184 km/h, in de linker achterzijde van de Daihatsu. Hierbij beschadigt de rechter voorband van de Mercedes en komt deze in een slip. De Mercedes gaat van links naar rechts over de voorsorteerstroken, gaat door een grasberm, komt in botsing met een lantaarnpaal, slipt over een ventweg en komt na circa 152 meter tot stilstand in een weiland met vee. De Daihatsu raakt tijdens de botsing zwaar beschadigd en wordt door de klap naar rechts gedrukt. Daarbij komt de Daihatsu in de grasberm ter hoogte van de bestuurderszijde in botsing met een lantaarnpaal. De Daihatsu gaat hierna over de kop en komt op de rechts gelegen ventweg tot stilstand. De bestuurder van Daihatsu raakt hierbij zwaar gewond.

3.3

Ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 heeft het hof het volgende overwogen:

“De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Daartoe heeft zij, op gronden zoals nader verwoord in de pleitnota, in de kern aangevoerd dat geen sprake is van roekeloosheid zijnde de hoogste graad van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Er kan namelijk alleen worden vastgesteld dat de verdachte te hard heeft gereden. Van andere feiten en omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd zou kunnen worden dat sprake is van roekeloosheid, zoals de Hoge Raad dat in de jurisprudentie heeft omschreven, is geen sprake. Ook is het onvoldoende om aan te merken als een zeer onvoorzichtige en/of oplettende gedraging, zodat de verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs daarvan dient te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 14 september 2021 om 23:45 uur als bestuurder van een personenauto, type Mercedes Benz AMG C 63, voorzien van kenteken [kenteken 1] , reed op de Doctor Hub van Doorneweg te Born, gemeente Sittard-Geleen. Ter plaatse gold een snelheid van 80 kilometer per uur. Voordat de verdachte het kruispunt met de N279 naderde, heeft hij meerdere zogenoemde ‘donuts’ gedraaid. Na een aantal ‘donuts’ te hebben gedraaid, reed de verdachte verder en draaide hij ter hoogte van het Esso tankstation, gelegen aan de N297, opnieuw ‘donuts’. Naar aanleiding van deze waarnemingen en de daarbij behorende gevaarzetting stelden verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de optische signalen van hun voertuig in werking. Op dat moment begon de verdachte het vermogen [A-G: ik begrijp de snelheid] van zijn motorvoertuig te verhogen. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reden achter de Mercedes aan, maar de snelheid van de Mercedes was zo hoog dat de afstand tussen de Mercedes en de verbalisanten opliep tot ongeveer 500 meter. [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat ter hoogte van hectometerpaal 12.5A, zijnde de afrit Sittard, de remlichten van de Mercedes helder rood oplichtten. Direct hierna zagen zij stofwolken en brokstukken rondvliegen. Aangekomen bij hectometerpaal 12.5A zagen de verbalisanten verscheidene brokstukken op de weg liggen. Boven aan de afrit Sittard, gelegen aan de N297, bleek de Mercedes van de weg te zijn geraakt en in een weiland terecht te zijn gekomen. Hierbij was de verdachte door een afrastering gereden. Aangekomen bij de Mercedes zagen de verbalisanten dat de bestuurdersstoel leeg was. De auto van het slachtoffer, [slachtoffer] , werd in de buurt van de plek van het ongeval aangetroffen. Het slachtoffer werd door de hulpdiensten uit zijn auto gehaald.

Uit de camerabeelden van de kruising van de Doctor Hub van Doorneweg en de N297 volgt dat de verdachte om 23:45:37 uur in beeld komt rijden van de kruising. De verdachte remt en maakt een drietal ‘donuts’. De auto van het slachtoffer [slachtoffer] , een Daihatsu, komt om 23:45:44 uur het beeld in rijden over de hoofdrijbaan van de N297 en rijdt in de richting van de plaats waar later het ongeval plaatsvindt.

Uit het proces-verbaal Verkeersongevallen Analyse volgt dat het ongeval heeft plaatsgevonden op de afrit van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, het Gelders Eind (N297), gelegen buiten de bebouwde kom van Born. De bestuurder van de Mercedes naderde de Daihatsu met snelheden tussen de 157 en 278 kilometer per uur. De Mercedes reed op het midden van de rijstrook, met een snelheid tussen de 175 en 184 kilometer per uur in de linker achterzijde van de Daihatsu. Bij nader onderzoek aan het multimediasysteem van de Mercedes is vastgesteld dat met de Mercedes in de twee ritten voorafgaand aan het verkeersincident op dezelfde avond tussen 21:20 uur en 21:35 uur en tussen 23:12 uur en 23:16 uur meerdere keren met snelheden is gereden van tussen de 150 en 270 kilometer per uur.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep telkens verklaard dat hij in de avond van 14 september 2021 erg boos was en veel stress had. Hij heeft verklaard dat hij stoom wilde afblazen en daarom zogenoemde ‘donuts’ draaide op de kruising. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij bekend is met de verkeerssituatie ter plaatse en veel harder heeft gereden dan de maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur. Toen de Daihatsu voor hem opdoemde, heeft hij geprobeerd de auto te ontwijken door hem links in te halen, terwijl de weg al was overgegaan in een eenbaansweg. De verdachte meende dat hij links kon inhalen. Hij raakte hierbij de Daihatsu, waardoor het ongeluk plaatsvond.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval met letsel tot gevolg, zoals omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).

Schuld in de zin van dit wetsartikel houdt in dat er sprake is van aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of er sprake is van dergelijke schuld hangt af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Wanneer er sprake is van gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid, kan dit worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer ernstige gevallen als roekeloos rijgedrag.

Per 1 januari 2020 is de “Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten” in werking getreden (Stb. 2019,413). Daarbij heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan willen uitbreiden. Daartoe is thans in artikel 175 WVW, dat de strafbepaling van artikel 6 WVW bevat, aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt.

Voor een bewezenverklaring van artikel 5a, eerste lid, WVW, moet het hof beoordelen of de verdachte met het uit de bewijsmiddelen blijkende rijgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

a. de verkeersregels

In artikel 5a WVW zijn gedragingen benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Het betreft geen limitatieve opsomming. Het overschrijden van de vastgestelde maximumsnelheid wordt uitdrukkelijk in het eerste lid van het artikel onder g genoemd. Uit de verklaring van de verdachte en de meetresultaten van de politie blijkt dat verdachte de maximumsnelheid van 80 km/u fors heeft overschreden. Het hof stelt dan ook vast dat de verdachte de verkeersregel met betrekking tot de maximumsnelheid heeft overtreden. Ook heeft hij geprobeerd op een eenbaansweg links in te halen, wat als gevaarlijk inhalen kan worden aangemerkt.

b. in ernstige mate

Het in artikel 5a WVW vervatte verbod is beperkt tot gedragingen in het verkeer die bestaan in het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Uit de Memorie van Toelichting op dit wetsvoorstel leidt het hof af dat het gaat om een samenstel van gedragingen. Volgens de wetgever gaat het bij ernstig verkeersgevaarlijk gedrag bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. Dat het daarbij om één (type) gedraging zou kunnen gaan is dus niet uit te sluiten, maar ook dan zullen de aard en ernst van de overtreding (bij de vaststelling waarvan de herhaling of het voortduren ervan kunnen worden betrokken) in het licht van de overige feiten en omstandigheden in het concrete geval de conclusie moeten rechtvaardigen dat sprake was van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. In de memorie van toelichting bij artikel 5a WVW is opgenomen dat het voor een langere periode met een hoge snelheid rijden het schenden van een verkeersregel in ernstige mate kan opleveren.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de maximum snelheid zeer fors heeft overschreden. De verdachte heeft verklaard dat hij boos en gestrest was en daarom stoom moest afblazen. Hij is de auto in gestapt en heeft eerst een aantal donuts gedraaid en daarna “alleen maar gas gegeven”. De verdachte heeft vervolgens over een afstand van 1600 meter telkens snelheden tussen de 157 en 278 kilometer per uur gereden. Dit betreft een dusdanig grove snelheidsoverschrijding over een langere afstand dat, mede in aanmerking genomen dat de verdachte ook daaraan voorafgaand meerdere malen telkens de toegestane maximumsnelheid aanzienlijk heeft overschreden zoals volgt uit de datagegevens van het multimediasysteem van de Mercedes. Ook heeft hij op een eenbaansweg getracht links in te halen. Het hof van oordeel is dat verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden.

c. opzet

Uit de Nota naar aanleiding van het verslag volgt met betrekking tot het opzet onder meer het volgende. Het opzet van de verdachte moet zowel zijn gericht moet zijn op het overtreden van een of meer verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regel(s). Bij het antwoord op de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. Daaruit moet worden afgeleid dat de gedragingen, die elk op zichzelf een overtreding van een verkeersregel inhouden en in veel gevallen niet anders dan opzettelijk kunnen worden begaan, in samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige overschrijding van de verkeersregels gericht zijn.

Het hof is van oordeel dat het in zeer ernstige mate overschrijden van de snelheid gedurende de afstand van 1600 meter (vanaf de kruising van de N297 tot aan het moment waarop het ongeluk plaatsvond) niet anders dan opzettelijk kan zijn gedaan. Immers, het is de verdachte geweest die voortdurend de forse overschrijding van de maximumsnelheid heeft gereden en de gehele rit heeft aangehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij alleen maar gas aan het geven was. Verdachte heeft aldus willens en wetens het snelheidsvermogen van de auto opgevoerd door het gaspedaal in te drukken en daarmee opzet gehad op het schenden van de verkeersregels.

d. gevaar te duchten

Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.

Het hof is van oordeel dat in dit geval het voorzienbaar was dat vanwege dit ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar was te duchten. In zijn algemeenheid acht het hof het voorzienbaar dat er een zeer gevaarlijke situatie kan ontstaan door het hiervoor beschreven rijgedrag op een autoweg met een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Het hof weegt hierin ook mee dat het ’s avonds laat was, het donker was, waardoor sprake was van verminderd zicht en extra oplettendheid was vereist ondanks de aanwezige straatverlichting. Dat maakt dat er extra risico ontstond voor de andere verkeersdeelnemers, die door slechter zicht mogelijk minder snel konden zien hoe hard de verdachte reed, waardoor ongelukken konden ontstaan. Er was naar het oordeel van het hof daardoor gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bij de andere weggebruikers, maar ook bij de inzittenden van de auto van verdachte. Het [slachtoffer] heeft ook daadwerkelijk zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het door de verdachte gecreëerde gevaar is daarmee verwezenlijkt. Het hof acht dan ook bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van andere weggebruikers te duchten was.

Conclusie

Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een in artikel 5a WVW genoemde gedraging, namelijk het overschrijden van de vastgestelde maximumsnelheid. Voorts heeft hij door links te willen inhalen op een eenbaansweg gevaarlijk ingehaald. Nu ook aan de overige bestanddelen van artikel 5a WVW is voldaan, is het verkeersgedrag van verdachte naar het oordeel van het hof aan te merken als roekeloos rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a WVW.

Het hof acht het onder 1 tenlastegelegde en het daarin opgenomen roekeloos rijgedrag bewezen en verwerpt mitsdien het verweer van de verdediging.”

4 Het middel

5 Slotsom