Parket bij de Hoge Raad, 20-09-2024, ECLI:NL:PHR:2024:977, 23/04528
Parket bij de Hoge Raad, 20-09-2024, ECLI:NL:PHR:2024:977, 23/04528
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 september 2024
- Datum publicatie
- 10 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:977
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1665
- Zaaknummer
- 23/04528
Inhoudsindicatie
Ondernemingsrecht. Verbintenissenrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid jegens schuldeiser van geturboliquideerde vennootschap wegens frustratie van verhaal. Vaststaan van vordering op vennootschap. Omvang van schade. Heropening van vereffening van vennootschap. Verzwaarde motiveringsplicht. Passeren van bewijsaanbod.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04528
Zitting 20 september 2024
CONCLUSIE
B.F. Assink
In de zaak
1 Vité Beheer B.V. (hierna: Vité),
2. Dupatech B.V. (hierna: Dupatech),
3. [eiser 3] (hierna: [eiser 3]),
(hierna gezamenlijk: Vité c.s., in vrouwelijk enkelvoud),
tegen
Global Pack Packaging Solutions Inc. (hierna: Global Pack).
Inleiding
In deze zaak is, kort gezegd, Vité c.s. veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan Global Pack uit onrechtmatige daad. Het verwijt komt erop neer dat zij het verhaal van Global Pack voor een vordering op Dutch Printing & Packaging Technology B.V. (hierna: DPPT) heeft gefrustreerd door, daags nadat DPPT door Global Pack was gedagvaard, al het vermogen van DPPT - met uitzondering van de schuld aan Global Pack - over te dragen aan een zustervennootschap (Dupatech) en DPPT te turboliquideren. Vité c.s. komt in cassatie op tegen deze veroordeling, m.i. zonder succes.
1 Feiten
In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten, ontleend aan rov. 2.3-2.5 van het bestreden arrest1 (hierna: het arrest). De kern van de zaak heeft het hof dan, ter inleiding, als volgt weergegeven:
“2.1. Global Pack heeft bij [DPPT, A-G] een machine gekocht. Deze machine is nooit bij Global Pack in Canada aangekomen. Global Pack heeft DPPT gedagvaard om de koopprijs terug te betalen en haar schade te vergoeden. Vlak na die dagvaarding is DPPT door een turboliquidatie opgehouden te bestaan. Voorafgaand aan deze turboliquidatie zijn alle activa en schulden van DPPT, behalve de schuld aan Global Pack, overgenomen door Dupatech. Global Pack spreekt in verband daarmee nu Vité c.s. aan.”
Tot medio september 2019 was [eiser 3] enig aandeelhouder en bestuurder van Vité. Vité was op dat moment enig aandeelhouder en bestuurder van onder andere DPPT en Holding Dupatech B.V. (hierna: Holding).
Holding was destijds samen met Hiems B.V. (hierna: Hiems), waarvan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) de aandeelhouder is, aandeelhouder en bestuurder van Dupatech Injection Moulding B.V. (hierna: DIM). Vité is of was ook 49% aandeelhouder in de Turkse onderneming Dupatech Makine iMalat Sanayi ve ticaret A.S. (hierna: DMI SA).
Op 14 december 2018 heeft Global Pack een machine gekocht van DPPT, handelend onder de naam ‘Dupatech’ (hierna: de machine). De machine is geproduceerd door DMI SA, maar verduisterd en nooit naar Global Pack verscheept. Global Pack heeft vervolgens op 16 augustus 2019 de koopovereenkomst met DPPT ontbonden en op 30 augustus 2019 ten laste van DPPT conservatoire beslagen proberen te leggen, die echter geen doel hebben getroffen.
Op 12 september 2019 heeft Global Pack aan DPPT een dagvaarding laten betekenen. In de daarmee aangespannen procedure is op 15 januari 2020 bij verstek uitspraak gedaan2 (hierna: het verstekvonnis). Daarbij heeft de rechtbank Rotterdam voor recht verklaard dat de koopovereenkomst is ontbonden, en DPPT veroordeeld om diverse bedragen aan Global Pack te betalen.
DPPT is op 17 september 2019 in een turboliquidatie ontbonden wegens gebrek aan baten. Voorafgaand aan deze turboliquidatie zijn alle activa en schulden van DPPT, behalve de schuld aan Global Pack, ondergebracht in DIM (oftewel Dupatech, zie onder 1.7 hierna).
In september/oktober 2019 heeft ook een herstructurering van de Dupatech-groep plaatsgevonden, waarbij Vité 40% van haar aandelen in Holding aan Hiems heeft verkocht. De resterende 60% aandelen in Holding heeft [eiser 3] ondergebracht in een nieuwe besloten vennootschap, Alvi B.V. Vervolgens is Holding enig aandeelhouder en bestuurder geworden van DIM.
Op 11 oktober 2019 is de statutaire naam van DIM veranderd in Dupatech B.V.
2 Procesverloop
Global Pack heeft op 13 november 2019 Vité c.s. gedagvaard voor de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem (hierna: de rechtbank). Zij heeft gevorderd, voor zover in cassatie nog van belang en kort gezegd, dat Vité c.s. hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van diverse bedragen deels corresponderend met hetgeen DPPT op grond van het verstekvonnis aan Global Pack moet betalen.
Vité c.s. heeft verweer gevoerd.
Op 2 september 2020 heeft de rechtbank een vonnis in incident gewezen.3 Dit is in cassatie niet van belang.
Op 14 mei 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarvan zijn processen-verbaal opgemaakt.4
Bij vonnis van 15 december 20215 (hierna: het vonnis) heeft de rechtbank de vorderingen van Global Pack grotendeels toegewezen.
In hoger beroep
Bij dagvaarding van 15 maart 2022 is Vité c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem (hierna: het hof).
Op 23 augustus 2022 heeft Vité c.s. een memorie van grieven genomen.
Op 1 november 2022 heeft Global Pack een memorie van antwoord genomen.
Op 7 juni 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt, waarop een reactie is gekomen van Vité c.s.
Bij het arrest heeft het hof het vonnis bekrachtigd, met veroordeling van Vité c.s. in de kosten.
Over de vordering van Global Pack op DPPT oordeelt het hof het volgende:
“De vordering van Global Pack op DPPT staat vast
Vité c.s. komen ertegen op dat de rechtbank heeft geoordeeld dat niet meer beoordeeld hoeft te worden of DPPT tegenover Global Pack aansprakelijk is. Het hof volgt Vité c.s. niet in hun betoog. Met het verstekvonnis is vastgesteld dat Global Pack een vordering heeft op DPPT. Tegen dit verstekvonnis is geen rechtsmiddel ingesteld. DPPT heeft tegen deze vordering ook geen verweer gevoerd. Tussen DPPT en Global Pack staat dus vast dat Global Pack een vordering heeft op DPPT in de omvang van het verstekvonnis. Op de vraag of DPPT aansprakelijk was jegens Global Pack hoeft het hof dus niet meer in te gaan. Ook de omvang van de vordering van Global Pack op DPPT hoeft niet meer beoordeeld te worden.
Dat de in het verstekvonnis tussen Global Pack en DPPT vastgestelde feiten geen gezag van gewijsde hebben in het dispuut tussen Global Pack en Vité c.s. maakt dat niet anders. Global Pack heeft Vité c.s. namelijk niet aangesproken omdat de machine niet geleverd is, maar omdat Vité c.s. onrechtmatig hebben gehandeld als (indirect) bestuurders, aandeelhouders en wederpartij van DPPT door, kort gezegd, verhaal voor de vordering op DPPT te frustreren. Het hof komt ook niet aan een (her)beoordeling van de vordering van Global Pack op DPPT toe op de door Vité c.s. gestelde grond dat in de hypothetische situatie dat de beweerdelijke onrechtmatige daad van Vité c.s. niet zou hebben plaatsgevonden, door DPPT alsnog verzet zou zijn ingesteld en door haar verweer zou zijn gevoerd tegen deze vordering van Global Pack. Dit standpunt van Vité c.s. miskent dat het relevante verwijt van Global Pack niet is dat een turboliquidatie heeft plaatsgevonden, maar dat verhaal voor de vordering is gefrustreerd. Het hypothetische scenario waarmee moet worden vergeleken is dat deze beweerdelijke frustratie van verhaal niet zou hebben plaatsgevonden. Dat Global Pack de vereffening had moeten heropenen en DPPT dan alsnog na kennisneming van het verstekvonnis in verzet verweer had kunnen voeren, volgt het hof ook niet. Global Pack was niet gehouden de vereffening van DPPT te heropenen. Vité c.s. zelf hebben dat ook niet gedaan en ook niet onderbouwd waarom zij daartoe gerechtigd zouden zijn. De vordering van Global Pack op DPPT staat daarom vast.”
In rov. 3.4-3.6 zet het hof het juridisch kader voor bestuurdersaansprakelijkheid uiteen, en geeft het een samenvatting/vooraankondiging van het aansprakelijkheidsoordeel betreffende Vité en [eiser 3] dat het in de daaropvolgende rechtsoverwegingen uiteenzet.
In rov. 3.7-3.9 zet het hof uiteen op welke gronden het van oordeel is dat Vité en [eiser 3] wisten of hadden moeten weten dat Global Pack een vordering op DPPT zou hebben en dat als gevolg van hun handelen DPPT geen verhaal zou bieden.
In rov. 3.10-3.17 bespreekt het hof (mede) het causaal verband tussen het handelen van Vité en [eiser 3] en de schade van Global Pack. Het hof overweegt in dat verband onder meer:
“Zonder het handelen van Vité Beheer en [eiser 3] zou er voldoende verhaal zijn geweest
Vité c.s. betwisten echter ook dat zij aansprakelijk zijn, omdat volgens hen Global Pack ook geen verhaal zou hebben gehad als de turboliquidatie en het overnemen van de activa en passiva van DPPT niet zouden hebben plaatsgevonden. Om die reden hebben Vité Beheer en [eiser 3] verhaal niet gefrustreerd en ontbreekt volgens Vité c.s. het causale verband tussen de onrechtmatige daad en de schade.
Het hof stelt voorop dat gezien de zeggenschap van Vité Beheer (als aandeelhouder en bestuurder) over DPPT en Dupatech en de verwevenheid van de bedrijfsvoering van DPPT en Dupatech, waarbij volgens de boekhouder van DPPT sinds april 2018 feitelijk de (financiële) bedrijfsvoering van DPPT door Dupatech werd gedaan (zie memorie van grieven 6.3 en productie 30 eerste aanleg van Vité c.s.), op Vité Beheer en [eiser 3] een verzwaarde motiveringsplicht rust. Van hen mag verwacht worden ter motivering van hun betwisting concrete informatie te verschaffen om Global Pack aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te verschaffen. Het hof oordeelt dat Vité Beheer en [eiser 3] onvoldoende aan deze verzwaarde motiveringsplicht hebben voldaan.”
In rov. 3.12-3.18 zet het hof (mede) uiteen waarom Vité en [eiser 3] niet aan die verzwaarde motiveringsplicht hebben voldaan, en ook Dupatech aansprakelijk is jegens Global Pack.
In rov. 3.19 passeert het hof het bewijsaanbod van Vité c.s. als volgt:
“Bewijsaanbiedingen
Het hof gaat voorbij aan de verschillende aanbiedingen tot het leveren van bewijs [van, A-G] Vité c.s., omdat deze, voor zover al voldoende concreet, niet kunnen leiden tot een ander oordeel en omdat het hof aan bewijs niet toekomt nu Vité c.s. onvoldoende heeft voldaan aan haar verzwaarde motiveringsplicht, zoals hierboven uiteengezet.”
Het hof sluit in rov. 3.20-3.22 af met een slotsom, gevolgd door het dictum in rov. 4.1-4.5.
In cassatie
Bij procesinleiding van 22 november 2023 heeft Vité c.s. (tijdig) cassatieberoep ingesteld van het arrest.
Global Pack heeft geconcludeerd tot verwerping.
Beide partijen hebben een schriftelijke toelichting gegeven.
Vité c.s. heeft gerepliceerd, Global Pack heeft gedupliceerd.