Home

Parket bij de Hoge Raad, 26-09-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1042, 24/03615

Parket bij de Hoge Raad, 26-09-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1042, 24/03615

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2025
Datum publicatie
2 oktober 2025
ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1042
Zaaknummer
24/03615

Inhoudsindicatie

Vermogensrecht. Art. 3:83 BW. Zijn vorderingen uit hoofde van de NOW- en TVL-regeling (coronasteun) overdraagbaar en daarmee verpandbaar? Sprongcassatie. Rb. beantwoordt deze vraag bevestigend. Klachten: Rb. vult criterium of de aard van het recht zich tegen overdracht verzet te beperkt in; te strenge uitleg onoverdraagbaarheidsbegrip art. 3:83 lid 1 BW; persoonlijk karakter vorderingsrecht kan voortvloeien uit aard van de rechtsverhouding. Pandrecht. Verrekening.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/03615

Zitting 26 september 2025

CONCLUSIE

S.E. Bartels

In de zaak

C.A. de Weerdt, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Wenable B.V.,

tegen

ING Bank N.V.

Partijen worden hierna verkort aangeduid als de curator (eiseres tot cassatie) respectievelijk ING (verweerster in cassatie).

1 Inleiding

In deze proefprocedure staat centraal de vraag of de vorderingsrechten van werkgevers/ondernemers uit hoofde van de ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW) en de ‘Regeling tegemoetkoming vaste lasten’ (TVL) overdraagbaar en daarmee verpandbaar zijn. De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord. Dit leidde tot de conclusie dat de vorderingen waarop een vennootschap uit hoofde van beide regelingen aanspraak had, stil waren verpand aan ING. Vanwege dit pandrecht mocht ING haar vorderingen op de vennootschap, ook na haar faillissement, verrekenen met de NOW- en TVL-gelden die zijn ontvangen op de door de vennootschap bij ING aangehouden bankrekening.1 In sprongcassatie komt de curator op tegen de overwegingen die hebben geleid tot het oordeel dat de vorderingen uit hoofde van de NOW en de TVL overdraagbaar zijn. Het middel betoogt dat de bijzondere aard van de uit deze regelingen voortvloeiende vorderingsrechten zich tegen overdracht verzet vanwege het doel van de regelingen, en dat de vorderingen voorts een persoonlijk karakter hebben, hetgeen aan overdraagbaarheid in de weg staat.

2 Feiten

In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten, die zijn ontleend aan randnummers 2.1 t/m 2.7 van het bestreden vonnis.2

2.1

Op 17 mei 2022 heeft de rechtbank Den Haag Wenable B.V. (hierna: Wenable) in staat van faillissement verklaard. Wenable maakte onderdeel uit van het Wenable-concern. De andere twee vennootschappen in het concern zijn eveneens in staat van faillissement verklaard.

2.2

ING heeft in september 2020 voor een bedrag van € 2.500.000,-- financiering verstrekt aan het Wenable-concern. In dat kader heeft ING verschillende zekerheden bedongen, waaronder de vestiging van een stil pandrecht op de (toekomstige) vorderingen van Wenable.

2.3

Voorafgaand aan haar faillissement heeft Wenable een beroep gedaan op coronasteunmaatregelen, te weten op de NOW3 en op de TVL.

2.4

In de NOW staat in artikel 3 dat het doel van deze subsidie is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten. In artikel 11, aanhef en onder a, NOW is opgenomen dat aan de werkgever aan wie de subsidie wordt verleend, de verplichting wordt opgelegd de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten.

2.5

De TVL is een regeling voor ondernemers met omzetverlies als gevolg van coronamaatregelen.

2.6

Op 1 april en 22 april 2022 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) respectievelijk € 324.078,98 en € 440.000,-- betaald aan Wenable op de bij ING aangehouden bankrekening. Het ging om TVL-subsidies. Het debetsaldo op de bankrekening van Wenable werd door deze betalingen verminderd.

2.7

Na het faillissement van Wenable heeft het UWV in de maanden mei, juni en juli 2022 op de bij ING aangehouden bankrekening van Wenable een bedrag van in totaal € 51.939,-- in drie termijnen aan NOW,-- in drie termijnen aan -subsidies betaald. Deze betalingen hebben geleid tot een vermindering van het debetsaldo op de rekening van Wenable. De loonkosten waarop deze NOW-betalingen betrekking hadden (de salarissen van personeel over de maanden januari, februari en maart 2022), waren op dat moment al betaald door Wenable met gebruikmaking van het door ING verstrekte krediet.

3 Procesverloop

3.1

Bij inleidende dagvaarding van 8 november 2023 heeft de curator ING gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank). De curator heeft gevorderd dat de rechtbank:

I. voor recht verklaart dat:

a. NOW- en TVL-vorderingen niet verpandbaar zijn en daarmee dat ING geen pandrecht verkreeg op de vorderingen uit deze regelingen van Wenable;

b. ING bij gebreke van een pandrecht op de TVL-vorderingen niet bevoegd was de bedragen van TVL-gelden van in totaal € 760.078,98 die Wenable vóór haar faillissement ontving te verrekenen;

c. ING bij gebreke van een pandrecht op de NOW-vorderingen niet bevoegd is om zich te verhalen op de na de datum van het faillissement ontvangen NOW-betalingen van in totaal € 51.939--;

II. ING veroordeelt tot betaling aan de curator van een bedrag van € 760.078,98, zijnde het bedrag aan TVL-betalingen dat ING verrekende vóór de uitspraak van het faillissement van Wenable, te vermeerderen met de wettelijke rente; en

III. ING veroordeelt tot betaling aan de curator van een bedrag van € 51.939--, zijnde het bedrag aan NOW--, zijnde het bedrag aan -betalingen dat op de door de Wenable bij ING aangehouden bankrekening na de uitspraak van het faillissement van Wenable werd ontvangen en dat ING nog onder zich houdt, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2

Aan haar vorderingen heeft de curator ten grondslag gelegd dat vorderingen die voortvloeien uit de NOW en de TVL naar hun aard niet overdraagbaar zijn en dat deze daardoor ook niet verpandbaar zijn. De curator stelt dat het doel van de regelingen is dat de NOW-gelden terecht dienen te komen bij de werknemers en dat de TVL-gelden dienen om de vaste lasten te voldoen. Verpanding van de vorderingen is daarmee volgens haar onverenigbaar. Dit heeft tot gevolg dat geen stil pandrecht van ING op de NOW- en TVL-vorderingen van Wenable is ontstaan, aldus de curator. Volgens de curator doet zich daarom de uitzondering van het arrest Mulder q.q./CLBN4 niet voor en heeft ING in strijd met art. 54, leden 1 en 2, Fw de TVL- en NOW-gelden verrekend met haar vorderingen op Wenable.5

3.3

ING heeft verweer gevoerd. Zij heeft aangevoerd dat vorderingen die voortvloeien uit de NOW- en TVL-regelingen overdraagbaar en verpandbaar zijn. ING stelt dat de niet-overdraagbaarheid niet volgt uit de onderliggende regelingen en dat bovendien de verpandbaarheid van deze vorderingen juist bijdraagt aan de doelen van de bedoelde regelingen, omdat hierdoor de voorfinanciering van de loonkosten en andere vaste lasten wordt bevorderd en deze kosten daadwerkelijk kunnen worden betaald. Banken zijn eerder bereid voor te financieren als zij een pandrecht kunnen vestigen op subsidies, aldus ING. Volgens ING mocht zij vanwege haar pandrecht conform het arrest Mulder q.q./CLBN haar vorderingen op Wenable verrekenen met de NOW- en TVL-gelden die zijn ontvangen op de bij haar aangehouden bankrekening van Wenable.6

3.4

Partijen hebben de zaak ter zitting van 5 juni 2024 doen bepleiten, elk aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. Van de pleidooien is proces-verbaal opgemaakt.

3.5

Bij eindvonnis van 26 juni 2024 heeft de rechtbank de vorderingen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

3.6

De rechtbank heeft als volgt geoordeeld:

“4.1. Partijen zijn het eens over het volgende. De TVL-betalingen zijn voor het faillissement van Wenable ontvangen op de bij ING aangehouden bankrekening op een moment dat de peildatum in de zin van artikel 54 lid 1 Fw was gepasseerd. De NOW-betalingen zijn na datum van het faillissement ontvangen op de bij ING aangehouden bankrekening. Als de TVL- en NOW-gelden verpandbaar zijn en dus onder het stil pandrecht van ING vallen, dan mocht ING verrekenen op grond van het arrest Mulder q.q./CLBN. Dit als uitzondering op artikel 54 lid 1 en lid 2 Fw.

4.2.

De vraag die partijen verdeeld houdt en waarover zij een inhoudelijk oordeel van deze rechtbank vragen is of de vorderingen uit hoofde van de NOW-regeling en de TVL-regeling overdraagbaar en daarmee verpandbaar zijn.

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen zowel uit hoofde van de NOW-regeling als uit hoofde van de TVL-regeling overdraagbaar en verpandbaar zijn. In artikel 3:83 lid 1 BW staat het wettelijk uitgangspunt dat vorderingsrechten overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet. Dit geldt ook voor vorderingsrechten uit publiekrechtelijke rechtsverhoudingen. Uit artikel 3:228 BW volgt dat vorderingsrechten die overdraagbaar zijn, tevens verpandbaar zijn.

Bij wet is niet bepaald dat de vorderingsrechten uit hoofde van de NOW- en TVL-regelingen niet overdraagbaar zijn. Ook de aard van deze vorderingsrechten verzet zich niet tegen overdracht. Dat is het geval als het vorderingsrecht een persoonlijk karakter heeft, zo blijkt uit de parlementaire geschiedenis. Vorderingsrechten hebben een persoonlijk karakter wanneer de door de schuldenaar te verrichten prestatie verband houdt met persoonlijke eigenschappen van de schuldeiser (Parl. Gesch. BW Boek 3 1981, p. 314). Sommige vorderingsrechten zijn zo sterk aan de persoon van de schuldeiser verbonden dat deze niet door een ander persoon geldend gemaakt kunnen worden. Daarvan is in dit geval geen sprake. De vorderingsrechten van Wenable op de overheid hebben geen persoonlijk karakter. Het gaat om gewone geldvorderingen tot betaling van bedragen uit hoofde van coronasteunregelingen. Door overdracht (en ook verpanding), waardoor de schuldenaar een andere schuldeiser krijgt (of kan krijgen), verandert niet de inhoud van de prestatie. De persoonlijke eigenschappen van de schuldeiser spelen geen bijzondere rol en zijn rechten kunnen ook door een ander worden uitgeoefend. Dit maakt dat de aard van de vorderingen zich niet tegen overdracht verzet.

4.4.

De curator heeft aangevoerd dat het doel van de NOW- en TVL-regelingen zich verzet tegen de overdraagbaarheid van daaruit voortvloeiende vorderingen. Dit gaat niet op. Het enkele feit dat in de NOW-regeling is bepaald dat de subsidie moet worden aangewend voor de betaling van de loonkosten en dat in de TVL-regeling is bepaald dat dit een tegemoetkoming is voor de vaste lasten, betekent niet dat deze vorderingen daarom naar hun aard onoverdraagbaar zijn. In de regelingen is niet opgenomen dat de werknemers en schuldeisers uit de subsidiegelden zelf betaald moeten worden. ING heeft er terecht op gewezen dat de subsidiegelden pas achteraf werden uitbetaald, dus dat het dus ook niet mogelijk was ze rechtstreeks daarvoor aan te wenden.

4.5.

De curator heeft gesteld dat de NOW- en TVL-subsidies onoverdraagbaar zijn, omdat er anders een risico bestaat dat de werknemers en schuldeisers niet betaald worden en de doelstelling van de subsidie niet wordt bereikt. De rechtbank verwerpt dat betoog. Bij betaling van een geldsom aan de subsidieontvanger vloeit de subsidie in het vermogen van de ontvanger. Een schuldenaar staat met zijn hele vermogen in voor de nakoming van zijn verplichtingen; volgens art. 3:276 BW kunnen schuldeisers zich op alle goederen van hun schuldeisers verhalen. Dat betekent dat ook als een subsidie met een bepaald doel is uitgekeerd die subsidie nadat uitkering heeft plaatsgevonden aan het verhaal door alle schuldeisers van de subsidieontvanger blootstaat. Dat neemt niet weg dat op de ontvanger van de subsidie de verplichting rust zijn vermogen (waarvan de uitgekeerde subsidie deel uitmaakt) zo aan te wenden dat aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Dit alles geldt zowel als de subsidie overdraagbaar (en dus verpandbaar) zou zijn als wanneer deze niet overdraagbaar zou zijn. Ook als de subsidievorderingen niet overdraagbaar zijn, kan de subsidieontvanger de subsidie gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze bestemd is. Het is aan de subsidieverlenende instantie om erop toe te zien dat aan de voorwaarden voor de subsidie wordt voldaan. Dat is ook in dit geval gebeurd, omdat het gaat om subsidies die voorlopig worden toegekend en waarbij achteraf de subsidie definitief wordt toegekend indien en voor zover aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Onoverdraagbaarheid zou geen enkele garantie bieden voor de juiste besteding.

4.6.

De vergelijking van de curator met het arrest Staat/Appels gaat niet op.7 In dat arrest is over vorderingen van de Staat op een vennootschap geoordeeld dat deze naar hun aard onoverdraagbaar zijn, omdat de Staat bijzondere ingrijpende bevoegdheden verkreeg om invloed uit te oefenen op het beleid van de vennootschap die een lening had ontvangen van de Staat. Het is onwenselijk dat een ander dan de Staat deze bevoegdheden gaat uitoefenen als schuldeiser, waarbij bestuursrechtelijke waarborgen (zoals de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en andere bijzondere normen die voor de overheid gelden) ontbreken. In dat arrest is bepaald dat de vorderingsrechten die volgen uit de kredieten niet los konden worden overgedragen. In de onderhavige zaak gaat het niet om vorderingen van de Staat maar om vorderingen op de Staat. De bijzondere positie van de Staat als schuldeiser is niet aan de orde; de Staat is hier schuldenaar.

4.7.

De conclusie is dat de NOW- en TVL-vorderingen onder het stil pandrecht van ING vallen en ING mocht verrekenen. Dit betekent dat de vorderingen van de curator worden afgewezen.”

[cursivering origineel, voetnoot is overgenomen en doorgenummerd, A-G]

In cassatie

3.7

Bij procesinleiding van 26 september 2024 heeft de curator – tijdig – bij de Hoge Raad sprongcassatie als bedoeld in art. 398, aanhef en onder 2, Rv ingesteld van het eindvonnis. ING heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Partijen hebben hun standpunten vervolgens schriftelijk doen toelichten. De curator heeft gerepliceerd en ING heeft gedupliceerd.

4 Juridisch kader

3 Toelichting subsidieverlening

5 Bespreking van het cassatiemiddel

6 Conclusie