Parket bij de Hoge Raad, 22-04-2025, ECLI:NL:PHR:2025:470, 23/04285
Parket bij de Hoge Raad, 22-04-2025, ECLI:NL:PHR:2025:470, 23/04285
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 april 2025
- Datum publicatie
- 29 april 2025
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2025:470
- Zaaknummer
- 23/04285
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Schietpartij waarbij drie frontale schoten op auto zijn gelost. Middel bevat twee klachten over oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet op dood aangever had. Beide klachten falen. Hof heeft voldoende feitelijke vaststellingen gedaan om te kunnen oordelen over aanmerkelijkheid kans op dood aangever en hoefde bij beoordeling grootte kans op dood geen bepalende rol toe te kennen aan feit dat de aangever niet is geraakt. Verder kon hof oordelen dat verdachte - hoewel hij wellicht niet direct de bedoeling had om aangever te doden - kans daarop wel bewust heeft aanvaard door driemaal op auto te schieten. Dat verdachte zich bewust was van die kans kon hof bovendien opmaken uit verklaring verdachte "het is en blijft een risico dat ik [aangever] dodelijk had kunnen raken". Conclusie strekt tot verwerping van cassatieberoep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04285
Zitting 22 april 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 25 oktober 2023 wegens onder 1 primair “poging tot doodslag” en onder 2 “diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van voorarrest. Ook heeft het hof de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.T.E. Vis, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. De klachten in het cassatiemiddel hebben betrekking op de poging doodslag (feit 1 primair), meer specifiek op het bewijs van het voorwaardelijk opzet van de verdachte.
De zaak
4. Op 4 augustus 2021 vond in [plaats] een schietpartij plaats waarbij [aangever] gewond is geraakt. De verdachte heeft op een afstand van ongeveer zes meter drie frontale schoten gelost op de auto waarin de aangever zich bevond. Daarna is de verdachte naar de passagierszijde van de auto gelopen. Daar is een worsteling ontstaan waarbij een kogel is afgevuurd die de aangever in zijn hand heeft geraakt. Omdat onduidelijkheid bestaat over de precieze feitelijke toedracht van die worsteling, sprak het hof de verdachte vrij van het onderdeel van de tenlastelegging dat daarop betrekking heeft. Voor het afvuren van de eerste drie kogels, die de aangever niet hebben geraakt, is de verdachte veroordeeld voor poging doodslag.