Home

Rechtbank Amsterdam, 27-05-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3727, C/13/562092

Rechtbank Amsterdam, 27-05-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3727, C/13/562092

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27 mei 2014
Datum publicatie
25 juni 2014
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2014:3727
Zaaknummer
C/13/562092

Inhoudsindicatie

Geschil over toelaatbaarheid uitspraken over eisers in het blad van de vereniging tegen de kwakzalverij

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/562092 / KG ZA 14-402 SP/JWR

Vonnis in kort geding van 27 mei 2014

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 1] ,

3. de stichting

FONDS VOOR HET HART,

gevestigd te Den Haag,

4. de stichting

STICHTING ARTROSE ZORG,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

5. de stichting

STICHTING PREVENTIE DIABETES,

gevestigd te Den Haag,

6. de stichting

STICHTING KANKERBEHANDELING EN -PREVENTIE,

gevestigd te Den Haag,

eisers bij dagvaarding van 2 mei 2014,

advocaat mr. G. te Winkel te Den Haag,

tegen

1. de vereniging

[naam vereniging] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats 3] ,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats 4] ,

5. [gedaagde 5],

wonende te [woonplaats 5] ,

gedaagden,

advocaat mr. S.N. Vlaar te Den Haag.

Partijen zullen hierna [eisers] en de [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 8 mei 2014 heeft [eisers] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De [gedaagden] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

Ter terechtzitting waren onder meer aanwezig:

- namens [eisers] de heer [eiser 1] (hierna: [eiser 1] ), mevrouw [eiser 2] (hierna: [eiser 2] ), en de heer [naam 1] , [naam functie 1] van de Stichting HaDiArKa, welke stichting op haar beurt bestuurder is van eisers 3 tot en met 6, bijgestaan door mr. Te Winkel en haar kantoorgenoten mr. J.D. Kleyn en mr. S. van de Graaff;

- namens de [gedaagden] de heren [gedaagde 2] ,

[gedaagde 3] , en [gedaagde 4] , bijgestaan door mr. Vlaar.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Het Nederlands Tijdschrift van de [naam vereniging] (hierna: het Tijdschrift) heeft in december 2013 een artikel (hierna: het Artikel) geplaatst van de hand van gedaagde sub 2, hierna te noemen [gedaagde 2] . Het Artikel is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. In het Artikel wordt verwezen naar een uitzending van het onderzoeksjournalistieke radioprogramma Argos van [datum 1] 2013, met als titel ‘ [naam titel 1] ’, en naar een uitzending van het televisieprogramma Radar van [datum 2] 2011 met een onderwerp van gelijke strekking. In het Argos-programma worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de betrokkenheid van [eiser 1] en een aantal van zijn familieleden bij een aantal goede doelen fondsen.

2.2.

Het Artikel is ook geplaatst op de website van gedaagde sub 1, de [naam vereniging] (hierna: de Vereniging). Tevens is het Artikel via social media onder de aandacht van het publiek gebracht.

2.3.

Op de voorkant van de betreffende aflevering van het Tijdschrift staat een tekening van waarop een op [eiser 1] en [eiser 2] gelijkende man en vrouw met een rietje uit een collectebus drinken. Bij het artikel is verder een foto van [eiser 1] en [eiser 2] geplaatst welke is gemaakt tijdens de uitreiking van een koninklijke onderscheiding aan [eiser 2] . Onder het Artikel staat een dankwoord van [gedaagde 2] aan gedaagde sub 4, verder te noemen [gedaagde 4] , voor zijn hulp bij ‘fact finding’ (zie bijlage 1).

2.4.

Gedaagde sub 3, verder te noemen [gedaagde 3] , is hoofdredacteur van het Tijdschrift, gedaagde sub 5, verder te noemen [gedaagde 5] , is hoofd van de webredactie van de Vereniging.

2.5.

[gedaagde 2] heeft (zie 2.2) via twitterberichten het Artikel onder de aandacht van het publiek gebracht. Zo heeft hij op 22 december 2013 een twitterbericht verzonden met een verwijzing naar het Artikel met daarbij de tekst “Witteboordcriminelen al 15 jaar ongehinderd aan het verdienen, Look alike fondsen. Deels met ANBI-status”. In een ander twitterbericht heeft [gedaagde 2] met betrekking tot de hier aan de orde zijnde zaken de tekst “Ik begrijp niet dat de politie er niet op afgaat” verzonden.

2.6.

In het Algemeen Dagblad van [datum 3] 2014 is een artikel gepubliceerd waarin [gedaagde 2] met het oog op onderhavig kort geding aan het woord wordt gelaten. [gedaagde 2] stelt in verband met door het Nederlands Hartfonds en de Nederlandse Reumastichting opgehaalde bedragen: “En ik schat dat daarvan het grootste deel, mogelijk wel tweederde, aan de strijkstok van [eiser 1] zelf is blijven hangen”.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing