Rechtbank Amsterdam, 15-10-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7118, HA ZA 08-1868
Rechtbank Amsterdam, 15-10-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7118, HA ZA 08-1868
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2014
- Datum publicatie
- 29 oktober 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2014:7118
- Zaaknummer
- HA ZA 08-1868
Inhoudsindicatie
Over de beloning van een commissaris die werkzaamheden op bestuursniveau verricht. Verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 6 januari 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BU6509): de vennootschapsrechtelijke grondslag voor de verstrekte beloning ontbreekt. Het door de vennootschap tegen de commissaris opgeworpen beroep op onverschuldigde betaling van de beloning is in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 2:8 lid 2 en 6:248 lid 2 BW). Aan de andere kant kan de commissaris geen aanspraak maken op het nog niet verstrekte deel van de beloning (niet op grond van de gestelde ongerechtvaardigde verrijking van de vennootschap ex artikel 6:212 BW en ook niet op grond van de redelijkheid en billijkheid).
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken
zaaknummer / rolnummer: C/13/402104 / HA ZA 08-1868
Vonnis van 15 oktober 2014
in de zaak van
de naamloze vennootschap
IMEKO HOLDING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. M.A.L.M. Willems te Amsterdam,
tegen
[naam gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam,
Partijen zullen hierna Imeko en [gedaagde] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 maart 2008, met producties;
- het herstelexploot van 7 april 2008;
- het vonnis in het voegingsincident van 25 februari 2009 en de daarin genoemde stukken;
- de rolbeslissing in het vrijwaringsincident van 6 mei 2009 en de daarin genoemde
stukken;
- -
-
de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 29 juli 2009, met producties;
- -
-
het tussenvonnis van 12 augustus 2009 houdende gelasting van een comparitie van
partijen;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties, ingekomen ter griffie op
3 november 2009;
- de brief van de zijde van [gedaagde] [(...)] van 5 januari 2010 houdende overlegging
productie (verklaring van [naam 1]);
- de brief van de zijde van Imeko [(...)] van 6 januari 2010 tevens houdende
overlegging productie (een dagvaarding van 1 december 2009 met de daarbij behorende productie 9);
- de afgelasting van de geplande comparitie en het op 11 januari 2010 verwijzen van de zaak
naar de parkeerrol;
- de akte houdende overlegging productie (arrest van gerechtshof Amsterdam) van 12 mei
2010, aan de zijde van [gedaagde];
- -
-
de antwoordakte van 9 juni 2010, aan de zijde van Imeko;
- -
-
het op 23 juni 2010 verwijzen van de zaak naar de parkeerrol;
- -
-
de akte overlegging producties (een drietal rechterlijke uitspraken) van 24 juli 2013, aan de
zijde van Imeko;
- de conclusie van repliek tevens houdende akte wijziging van eis in conventie van
22 januari 2014, met producties;
- de conclusie van dupliek tevens houdende akte wijziging van eis in reconventie van
16 april 2014, met productie;
- de akte van 14 mei 2014, aan de zijde van Imeko.
Ten slotte is de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar een meervoudige kamer en is vonnis bepaald.
2 De feiten
De statuten van Imeko bepalen onder meer het volgende:
(...)
Artikel 18.
De leden van de directie worden benoemd door de algemene vergadering, die hen
te allen tijde kan schorsen en ontslaan.
(....)
Ingeval van belet of ontstentenis van alle leden van de directie of het enige lid van de directie is de raad van commissarissen voorlopig met het bestuur belast; de raad van commissarissen is alsdan bevoegd om een of meer tijdelijke bestuurders aan te wijzen. Ingeval van ontstentenis neemt de raad van commissarissen zo spoedig mogelijk de nodige maatregelen teneinde een definitieve voorziening te doen treffen.
De raad van commissarissen stelt het salaris, het eventuele tantième en de verdere arbeidsvoorwaarden van de leden van de directie vast.
(....)
Artikel 23.
De algemene vergadering kan aan de commissarissen een beloning toekennen. Kosten worden hun vergoed.
(....)
Gedurende de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) van Imeko van 27 juni 2002 is het volgende geschied:
- -
-
de ava verhoogt de tot dan toe geldende honorering van de commissarissen naar € 10.000,00 per lid en € 12.000,00 voor de voorzitter van de raad van commissarissen (rvc), alsmede een onkostenvergoeding;
- -
-
de ava benoemt [gedaagde] tot commissaris;
- -
-
de rvc (die nu bestaat uit drie personen: [naam 2], [naam 3] en [gedaagde]), benoemt [gedaagde] tot voorzitter van de rvc;
- -
-
[naam 1], enig statutair bestuurder van Imeko, treedt af;
- -
-
de ava stemt in met het voorstel van [gedaagde] om de directievoering van Imeko vooralsnog over te laten aan de rvc.
In het handelsregister is voor Imeko vermeld dat [gedaagde] met ingang van 27 juni
2002 fungeert als voorzitter van de rvc alsmede als ‘persoon krachtens statuten bevoegd bij
ontstentenis/belet van de bestuurder(s)’.
Op 2 juli 2002 heeft de rvc vergaderd. Tijdens deze vergadering heeft de rvc besloten tot een onderlinge taakverdeling. Verder heeft de rvc toen het volgende besloten:
- -
-
voor de management taken zal een aangepast tarief worden berekend van € 1.000,-- ex. BTW per dag(deel). Losse uren worden doorberekend ad € 200,-- per uur;
- -
-
de kilometervergoeding voor zakelijk verreden kilometers wordt vastgesteld op € 0,45 per kilometer ex. BTW.
Op 1 september 2003 is [naam 2] afgetreden als commissaris en heeft de ava hem benoemd als bestuurder van Imeko.
Op 11 juli 2005 heeft de ava [naam 4] benoemd als bestuurder van Imeko. [naam 2] is per dezelfde datum afgetreden als bestuurder en weer commissaris geworden. [naam 3] is per dezelfde datum gedefungeerd als commissaris.
Op 6 februari 2006 heeft de rvc vergaderd en besloten om nog maar de helft van hun managementvergoeding in rekening te brengen, onder voorbehoud om de andere helft later in rekening te brengen wanneer Imeko weer positieve resultaten boekt.
Op 12 juni 2006 is [gedaagde] gedefungeerd als commissaris en als ‘persoon krachtens statuten bevoegd bij ontstentenis/belet van de bestuurder(s)’. [naam 2] is per dezelfde datum gedefungeerd als commissaris.
[gedaagde] heeft over de periode van 27 juni 2002 tot 12 juni 2006 in totaal € 563.750,00 aan managementvergoeding gedeclareerd en uitbetaald gekregen, berekend conform de besluiten van de rvc van 2 juli 2002 en 6 februari 2006.
[gedaagde] heeft over de periode van 27 juni 2002 tot 12 juni 2006 in totaal € 70.970,56 aan onkosten gedeclareerd en uitbetaald gekregen.
3 Het geschil
Na verandering van eis vordert Imeko dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 563.750,00 en € 70.970,56, zulks primair wegens onverschuldigde betaling en subsidiair wegens onbehoorlijke taakvervulling, wanbeleid en/of onrechtmatige daad, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 maart 2008 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding waaronder de nakosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
Na verandering van eis vordert [gedaagde] dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I voor recht verklaart dat de door Imeko aan [gedaagde] betaalde bedragen in de periode 2002-2006 ter zake van managementvergoeding en vergoeding van door [gedaagde] gemaakte kosten niet onverschuldigd hebben plaatsgevonden;
II primair: voor recht verklaart dat de door Imeko aan [gedaagde] betaalde bedragen in de periode 2002-2006 ter zake van managementvergoeding en vergoeding van door [gedaagde] gemaakte kosten hebben plaatsgevonden uit hoofde van de overeenkomst van opdracht tussen Imeko en [gedaagde];
subsidiair: ex artikel 7:405 lid 2 BW een loon vaststelt voor de door [gedaagde] in de periode 2002-2006 in opdracht van de ava van Imeko verrichte managementwerkzaamheden alsmede ex artikel 7:406 BW de (on)kosten verbonden aan de uitvoering van de in de periode 2002-2006 in opdracht van de ava van Imeko verrichte managementwerkzaamheden vaststelt voor zover deze niet in het loon zijn inbegrepen;
III Imeko veroordeelt tot betaling aan [gedaagde] van € 595.601,79, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de eis in reconventie tot de dag der algehele voldoening;
IV Imeko veroordeelt in de kosten van het geding waaronder de nakosten.
Imeko voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.