Rechtbank Amsterdam, 25-04-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2716, RK 16/8159
Rechtbank Amsterdam, 25-04-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2716, RK 16/8159
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 april 2017
- Datum publicatie
- 1 mei 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2017:2716
- Zaaknummer
- RK 16/8159
Inhoudsindicatie
Verzoek 591a Sv. Kosten rechtsbijstand politieagent die zijn voorgefinancierd door politiebond ANPV zijn geen kosten die ten laste van verzoeker zijn gekomen. Deze kosten dienen door het bevoegd gezag (politiekorps) te worden betaald aan de politiebond.
Uitspraak
RK: 16/8159
BESCHIKKING
op het verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van
[naam verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum] 1958,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw,
mr. C.W. Noorduyn, [adres advocaat] ,
verzoeker.
1 Procesgang
Het verzoek is op 29 november 2016 ter griffie van deze rechtbank ingekomen.
De rechtbank heeft op 11 april 2017 de gemachtigde raadsvrouw van verzoeker en de officier van justitie, mr. P.L.J. Smit, in openbare raadkamer gehoord.
2 Inhoud van het verzoekschrift en standpunt verzoeker
De raadsvrouw van verzoeker heeft in raadkamer, ter aanvulling op het verzoekschrift, haar pleitnotities overgelegd, alsmede een afschrift van beslissingen van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2016 en het hof Den Haag van 17 mei 2016.
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 909,62 aan kosten rechtsbijstand van de raadsvrouw en € 550,00 voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Verzoeker is politieagent en tegen hem is aangifte gedaan ter zake van belediging. Hij is als verdachte aangemerkt en op 23 augustus 2016 gehoord door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) van de politie. Bij brief van 30 augustus 2016 van het parket Amsterdam is de zaak geseponeerd, met als reden dat een ander dan strafrechtelijke afdoening prevaleerde. De kosten voor rechtsbijstand zijn voorgefinancierd door de politiebond ANPV, onder de voorwaarde dat verzoeker zich verplicht tot terugbetaling van deze kosten als hij deze kan verhalen.
De raadsvrouw is van mening dat verzoeker in aanmerking komt voor de in artikel 591a Sv bedoelde vergoeding voor kosten rechtsbijstand. De omstandigheid dat de kosten zijn betaald door de vakbond van verzoeker en verzoeker in zoverre geen schade heeft geleden, mag hiervoor geen beletsel vormen.
Op de voet van artikel 69a lid 1 Besluit algemene rechtspositie politie (BARP) jo artikel 2 lid 1 van de Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie (Regeling) kan een als verdachte aangemerkte politieambtenaar aanspraak maken op een “tegemoetkoming”, die naar keuze kan bestaan uit (a) het toevoegen van rechtskundige hulp voor tussenkomst en op kosten van het bevoegd gezag, (b) vergoeding van “in eigen beheer” door de ambtenaar aangezochte rechtskundige bijstand, (c) vergoeding van de kosten van rechtskundige hulp via een vakbond, of (d) vergoeding van de eigen bijdrage indien de ambtenaar in aanmerking komt voor een toevoeging door de RvR.
De ANPV is een van de bonden als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Regeling. Op grond van artikel 5 van de Regeling is een ambtenaar verplicht om na afloop van een strafprocedure een 591a Sv procedure te starten.
De raadsvrouw verwijst naar de beschikking van het hof Den Bosch van 3 november 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:4602), waarin het hof heeft bepaald dat de omstandigheid dat als gevolg van een voor een politieambtenaar geldende regelingen hij zelf “in zoverre” geen schade lijdt, geen beletsel vormt voor het toekennen van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand. Dat de declaraties van de raadsman werden betaald heeft volgens het hof niet te gelden als een ‘onvoorwaardelijke betaling”; het gaat om een voorschot, gezien de uit artikel 5 van de Regeling voortvloeiende verplichting. De billijkheid verzet zich ertegen dat de kosten niet zouden kunnen verhaald op ’s Rijk kas. Dat heeft niet alleen te gelden als de rechtsbijstand “op kosten van het bevoegd gezag” wordt verleend (artikel 2 lid 1 onder van de Regeling), maar ook als de kosten van rechtsbijstand door een van de erkende politiebonden worden voorgeschoten.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat een beleidssepot niet wil zeggen dat verzoeker per definitie niet in aanmerking komt voor de in artikel 591a Sv bedoelde vergoeding voor kosten rechtsbijstand. Het Openbaar Ministerie heeft de keuze gemaakt om verzoeker te vervolgen en te laten verhoren door de afdeling VIK van de politie.
3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen het toekennen van een vergoeding voor kosten van de advocaat. De officier van justitie verwijst naar de beschikking van deze rechtbank van 28 november 2012 (ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8627).
De kosten van de raadsvrouw van een politieman voldaan door de ANPV zijn geen kosten die ten laste van verzoeker zijn gekomen. Uit de tekst van artikel 69a BARP en artikel 5 van de Regeling volgt niet dat sprake is van een voorschot. Op grond van artikel 2 van de regeling is toekenning van de kosten voor rechtsbijstand inherent aan de arbeidsovereenkomst tussen het korps en de medewerker. De toekenning van rechtsbijstand is niet afhankelijk van de keuze van de medewerker of lidmaatschap van een vakbond. De kosten hoeven niet door verzoeker te worden betaald, omdat het politiekorps de kosten van rechtsbijstand dient te voldoen.
De officier van justitie heeft verder verklaard dat de zaak is geseponeerd, daar een ander dan strafrechtelijke afdoening prevaleerde. Een beleidssepot betekent niet dat er automatisch grond is voor een schadevergoeding.