Rechtbank Amsterdam, 15-05-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309, HA RK 17-89
Rechtbank Amsterdam, 15-05-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309, HA RK 17-89
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 mei 2017
- Datum publicatie
- 17 mei 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2017:3309
- Zaaknummer
- HA RK 17-89
- Relevante informatie
- Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025], Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159a, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159b, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159c, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159d, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159e, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159f, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159g, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159h, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159i, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159j, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159k, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159l, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159m, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159n, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159o, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159p, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159q, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159r, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159s, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159t, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ta, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159u, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159v, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159w, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159x, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ij, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159z, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159aa, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ab, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ac, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ad, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ae, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159af, Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025] art. 3:159ag
Inhoudsindicatie
Goedkeuring overdrachtsplan en uitspreken overdrachtsregeling ten aanzien van levensverzekeraar (artikel 3:159c Wft).
Uitspraak
beschikking
afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/625947 / HA RK 17-89
Beschikking van 15 mei 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam,
tegen
1. de naamloze vennootschap
NEDERLANDSCHE ALGEMEENE MAATSCHAPPIJ VAN LEVENSVERZEKERING “CONSERVATRIX” N.V.,
gevestigd te Baarn,
advocaat mr. L.E.J. Korsten te Amsterdam,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
CONSERVATRIX GROEP S.A.R.L.,
gevestigd te Luxemburg (Luxemburg),
advocaat mr. J.G. Molenaar te Amsterdam,
belanghebbenden.
Partijen zullen hierna DNB, Conservatrix en Conservatrix Groep worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift, met producties;
- -
-
de tussenbeschikking van 3 april 2017;
- -
-
het verweerschrift van Conservatrix, met producties;
- -
-
het verweerschrift van Conservatrix Groep, met producties;
- -
-
de op 10 april 2017 gehouden niet openbare mondelinge behandeling, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;
- -
-
de brief, gedateerd 13 april 2017, van mr. Van der Velden.
De rechtbank merkt volledigheidshalve op dat zij naar aanleiding van een vóór het verzoekschrift bij haar ingekomen brief van mr. Molenaar Stichting Administratiekantoor Conservatrix Exploitatiemaatschappij B.V. heeft aangemerkt als een (door mr. Molenaar bijgestane, mogelijke) belanghebbende. Dat is in de tussenbeschikking van 3 april 2017 ook vermeld. Stichting Administratiekantoor Conservatrix Exploitatiemaatschappij B.V. heeft echter geen verweerschrift ingediend, is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling niet verschenen en heeft de rechtbank ook anderszins niet in kennis gesteld van haar standpunt ten aanzien van het verzoek van DNB.
De beschikking is bepaald op heden.
2 De feiten
Conservatrix oefent met vergunning en onder prudentieel toezicht van DNB een levensverzekeringsbedrijf uit.
Conservatrix Groep houdt alle 5.539 uitgegeven aandelen met een nominale waarde van EUR 2.500 elk in het kapitaal van Conservatrix.
Bij besluit van 1 april 2014 heeft DNB op de voet van artikel 1:76 lid 2 sub b en lid 3 Wet op het financieel toezicht (Wft) besloten P. de Groot (hierna: de curator) te benoemen als curator ten aanzien van de directie van Conservatrix, onder meer op de grond dat zij bij Conservatrix tekenen ontwaarde van een ontwikkeling die het eigen vermogen en de solvabiliteit in gevaar konden brengen en zij onverwijld ingrijpen noodzakelijk achtte.
Op 3 juli 2014 heeft DNB besloten van Conservatrix een herstelplan te verlangen op grond van het bepaalde in artikel 3:132 lid 1 (oud) Wft.
Op 23 september 2014 heeft DNB besloten niet in te stemmen met het inmiddels door Conservatrix ingediende herstelplan omdat dit naar haar oordeel niet voorzag in een duurzame oplossing om te komen tot structureel herstel. Daarnaast heeft DNB per uiterlijk 30 september 2014 van Conservatrix een minimumbedrag aan vereiste solvabiliteit verlangd van 130%. Voorts heeft DNB aan Conservatrix een aanwijzing gegeven om met een concreet afbouwplan te komen voor een beheerste run off en om uiterlijk eind 2014 te melden of concreet zicht bestond op een overname. Tegen de in 2.3, 2.4 en 2.5 genoemde besluiten zijn geen (inhoudelijke) bezwaarschriften ingediend.
Op instructie van DNB biedt Conservatrix met ingang van 1 januari 2015 geen verzekeringsproducten meer aan. Na die datum aflopende verzekeringsovereenkomsten verlengt zij niet meer.
DNB heeft Conservatrix begin januari 2016 medegedeeld dat zij een overdrachtsplan in de zin van artikel 3:159c lid 1 Wft voorbereidt.
Bij vonnis van 12 september 2016 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank de vorderingen van Conservatrix Groep, gericht tegen het optreden van DNB en de curator, afgewezen (C/13/612098/KG ZA 16-868). Het gerechtshof te Amsterdam heeft dit vonnis bij arrest van 31 januari 2017 bekrachtigd (200.201.066/01 SKG).
Op 26 oktober 2016 heeft DNB aan Conservatrix schriftelijk medegedeeld dat zij voornemens is de vergunning voor het uitoefenen van het levensverzekeringsbedrijf in te trekken op grond van artikel 1:104 lid 2 sub c Wft. DNB heeft in dat kader onder meer overwogen:
“Op basis van de jaarrekening over boekjaar 2015 stelt DNB vast dat Conservatrix ultimo 2015 niet voldeed aan de vereiste solvabiliteit volgens de destijds geldende regels (‘Solvency I’) en dat zij daarom niet voldoet aan de overgangsregeling (...). Gelet op de Day One rapportage waaruit bleek dat Conservatrix niet voldoet aan het minimumkapitaal-vereiste, was Conservatrix verplicht om een financieel kortetermijnplan bij DNB in te dienen. Nu vast is komen te staat dat Conservatrix dit niet heeft gedaan, is DNB wettelijk verplicht om de vergunning in te trekken.”
Bij beschikking van 4 april 2017 heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam (200.207.085/01 OK) geoordeeld dat er geen gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Conservatrix, en de verzoeken van Conservatrix Groep tot het bevelen van een onderzoek en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen afgewezen. In deze beschikking en in de in 2.8 genoemde gerechtelijke uitspraken zijn de feiten die zich voorafgaand aan het indienen van het onderhavige verzoek hebben voorgedaan nader uiteengezet.
Een door DNB als de voorwaarden van het overdrachtsplan aangeduide, aan haar gerichte Confirmation Letter, gedateerd 17 maart 2017, van Trier Holding B.V. (hierna: Trier) strekt ertoe dat alle door Conservatrix uitgegeven aandelen in haar kapitaal na rechterlijke goedkeuring en door het uitspreken van de overdrachtsregeling worden overgedragen aan Trier tegen betaling door Trier aan Conservatrix Groep van EUR 1,00.
3 Het verzoek
DNB verzoekt de rechtbank om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad
(i) het overdrachtsplan goed te keuren en de overdrachtsregeling uit te spreken ten aanzien van Conservatrix;
(ii) te bepalen dat de in het overdrachtsplan genoemde aandelen door de goedkeuring van het overdrachtsplan onbezwaard overgaan op het tijdstip waarop de beschikking is gegeven (artikel 3:159s lid 1 Wft); en
(iii) P. de Groot, althans een in goede justitie aan te wijzen persoon, te benoemen als overdrager in de zin van artikel 3:159z lid 1 Wft.
DNB verzoekt de rechtbank bovendien om in de beschikking geen melding te maken van de identiteit van natuurlijke personen en andere potentiële overnemers dan Trier.
DNB legt hieraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Bij Conservatrix zijn tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling ten aanzien van de solvabiliteit, die niet voldoende of tijdig ten goede kan worden gekeerd.
De financiële positie van Conservatrix, in het bijzonder haar solvabiliteit, is al jarenlang ernstig onder de maat en ontwikkelt zich negatief. Intensivering van het toezicht, de benoeming van de curator en diverse andere toezichts- en handhavingsmaatregelen hebben niet tot een structureel herstel geleid. DNB heeft daarom moeten overgaan tot de voorbereiding van een overdrachtsplan. DNB heeft de betrokken belangen zorgvuldig gewogen. Nadat Conservatrix en Conservatrix Groep zelf geen overdracht hadden weten te bewerkstelligen, heeft DNB de overdracht zelf ter hand genomen en heeft zij uiteindelijk Trier bereid gevonden een redelijke prijs voor de aandelen Conservatrix te betalen.
Conservatrix refereert zich in essentie aan het oordeel van de rechtbank.
Conservatrix Groep voert verweer. Op dit verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is ook de curator gehoord.