Rechtbank Amsterdam, 28-07-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5790, C/13/633065/ KG ZA 17-851
Rechtbank Amsterdam, 28-07-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5790, C/13/633065/ KG ZA 17-851
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 juli 2017
- Datum publicatie
- 14 augustus 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2017:5790
- Zaaknummer
- C/13/633065/ KG ZA 17-851
- Relevante informatie
- Wet bescherming persoonsgegevens [Tekst geldig vanaf 25-05-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-05-25], Wet bescherming persoonsgegevens [Tekst geldig vanaf 25-05-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-05-25] art. 35, Wet bescherming persoonsgegevens [Tekst geldig vanaf 25-05-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-05-25] art. 36
Inhoudsindicatie
Belangenafweging maakt dat negatieve BKR codering moet worden verwijderd uit het Centraal Krediet Informatiesysteem. De betalingsachterstand betrof geen groot bedrag en werd geheel voldaan nadat eiser daarmee bekend was geworden. De gevolgen van de negatieve registratie zijn ingrijpend, eiser kan daardoor geen hypothecaire geldlening krijgen, terwijl hij zijn oude woning al heeft verkocht. Het persoonlijke belang van eiser weegt zwaarder dan het algemeen belang van het BKR als toezichthouder op het register.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/633065 / KG ZA 17-851 MvdV/MA
Vonnis in kort geding van 28 juli 2017
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats] ,
eiser bij dagvaarding van 26 juli 2017,
advocaat mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H&M HENNES & MAURITZ NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
niet verschenen,
2. de stichting
STICHTING BUREAU KREDIET REGISTRATIE (BKR),
gevestigd te Tiel,
gedaagde,
advocaat mr. L. van Sloten te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] , H&M en het BKR worden genoemd.
1 De procedure
Ter terechtzitting van 28 juli 2017 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Het BKR heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Ter zitting waren aanwezig:
aan de zijde van [eiser] : mr. Govers met kantoorgenote,
en [naam 1] van de stichting Dynamiet Nederland,
aan de zijde van het BKR: mr. Van Sloten en kantoorgenote mr. R.H. Heijna en [naam 2] , [functie] van het BKR.
Het bezwaar van mr. Govers tegen de zijdens het BKR ingediende producties omdat deze niet tijdig zijn ingediend, is gepasseerd aangezien deze zaak een spoedzaak betreft die eerst op dinsdag 25 juli 2017 aanhangig is gemaakt en de producties van de zijde van [eiser] eerst op donderdag 27 juli 2017 zijn ingediend.
Tegen de niet verschenen gedaagde H&M is verstek verleend.
Spoedheidshalve is op 28 juli 2017 de beslissing in de vorm van een kop-staart vonnis met een enkele overweging gegeven. Het onderstaande vormt de nadere uitwerking hiervan.
2 De feiten
Het BKR is de bewaarder van het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI). In 2012 heeft H&M als kredietverstrekker [eiser] aangemeld bij het BKR met een zogenaamd “Verzendhuiskrediet” (krediet voor goederen, vzr.) met een limiet van € 550,00.
In 2014 heeft [eiser] bij H&M online kinderkleding gekocht. Hij heeft hierbij gekozen voor de betaaloptie “H&M-rekening”, hetgeen betekent dat er op rekening (krediet) wordt gekocht.
In september 2014 is [eiser] werkloos geworden als gevolg van een collectief ontslag bij zijn werkgever Actium Nederland.
Op 8 oktober 2015 heeft [eiser] een brief van een incassobureau ontvangen dat sprake was van een betalingsachterstand bij H&M.
Op 28 januari 2016 heeft [eiser] de volledige achterstand (vermeerderd met rente en bijkomende kosten van het incassobureau) geheel voldaan.
Begin 2017 heeft [eiser] zijn woning te [plaats] verkocht voor een bedrag van € 416.000,00 en heeft hij onder voorbehoud van financiering een nieuwe woning met een koopsom van 430.000,00 gekocht te Leidschendam. [eiser] heeft in dat kader contact gezocht met een hypotheekverstrekker. Vervolgens is gebleken dat [eiser] een negatieve BKR-registratie had als gevolg van de betalingsachterstand bij H&M. De BKR-codering betreft [contractnummer] met achterstands-codering A (met ingang van 31-03-2015) en bijzonderheidscode 2 (met ingang van 31-05-2015), hetgeen inhoudt dat hij een betalingsachterstand heeft gehad en dat de vordering volledig opeisbaar is geworden.
Bij brief van 22 maart 2017 heeft [eiser] H&M verzocht om op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) informatie te verstrekken over welke gegevens H&M ten aanzien van hem heeft verwerkt.
Op 17 april 2017 heeft H&M aan dit verzoek voldaan onder overlegging van een drietal aanmaningsbrieven. Hieruit blijkt dat op 31 oktober 2014 een achterstand van € 404,51 openstond en op 29 december 2014 een bedrag van
€ 427,56 inclusief rente. In de laatste aanmaning van 29 december 2014 is in het kopje vermeld dat de hele schuld nu opeisbaar is geworden en dat H&M een betalingsachterstand van 3 maanden zal melden bij het BKR hetgeen gevolgen kan hebben voor eventuele volgende financieringsaanvragen.
Op 15 mei 2017 heeft Stichting Dynamiet Nederland namens [eiser] gemotiveerd verzocht om de persoonsgegevens te verwijderen op grond van artikel 36 Wbp. Op 26 juni 2017 heeft H&M gereageerd dat zij het BKR zullen verzoeken de BKR-registratie te verwijderen.
Op 30 juni 2017 heeft H&M [eiser] bericht dat het BKR, onder verwijzing naar het Algemeen Reglement (AR) weigert de registratie te verwijderen. In de door H&M bijgevoegde brief schrijft het BKR:
Reden van afwijzing is het feit dat het niet in bezit hebben, of te laat hebben verstuurd van een vooraankondiging conform het Algemeen Reglement, geen reden is tot verwijdering van contracten of bijzonderheidscoderingen uit het CKI. Wij verwijzen u hiervoor naar Artikel 25 lid 3 t/m 5 van het Algemeen Reglement CKI zoals dat vanaf 1 februari 2017 van kracht is.
Bovendien gaat u bij het maken van uw belangenafweging voorbij aan de belangen van het CKI en de andere daaraan deelnemende partijen. Het maatschappelijk verkeer, maar zeker ook andere aan het CKI deelnemende kredietverstrekkers, moet kunnen vertrouwen op de feitelijke juistheid van de gegevens in het CKI. Het is in ons gezamenlijk belang dat dit vertrouwen in stand blijft. Het verwijderen van terechte contracten, achterstanden en bijzonderheden is een vorm van geschiedvervalsing, die de informatiewaarde van het CKI ten behoeve van de beoordeling van de kredietwaardigheid ernstige schade toebrengt.
[eiser] (en zijn partner) hebben van de verkoper van het woonhuis te Leidschendam een aantal malen uitstel gekregen om de financiering van de koop rond te krijgen. Een laatste uitstel is verleend tot 31 juli 2017.
3 Het geschil
[eiser] vordert primair H&M en het BKR hoofdelijk te veroordelen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven kalenderdagen na datum van dit vonnis de registratie in het CKI met [contractnummer] te verwijderen op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, subsidiair H&M en het BKR hoofdelijk te veroordelen binnen eerder genoemde termijn de bijzonderheidscoderingen A en 2 in het CKI met genoemd contractnummer op straffe van eenzelfde dwangsom te verwijderen en meer subsidiair een beslissing te nemen als de voorzieningenrechter geraden voorkomt. Ten slotte vordert [eiser] om H&M en het BKR in de proceskosten en nakosten te veroordelen.
BKR voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hieronder voor zover relevant ingegaan.