Home

Rechtbank Amsterdam, 29-11-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8885, C/13/637437 / KG ZA 17-1159

Rechtbank Amsterdam, 29-11-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8885, C/13/637437 / KG ZA 17-1159

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29 november 2017
Datum publicatie
1 december 2017
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2017:8885
Zaaknummer
C/13/637437 / KG ZA 17-1159

Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil over licenties Iraanse steengroeven. Bevoegdheidsincident, forumkeuzebeding.

Vordering nakomen afspraken, althans dooronderhandelen afgewezen. Voorzieningenrechter rechtbank Amsterdam bevoegd.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel,

zaaknummer / rolnummer: C/13/637437 / KG ZA 17-1159 MvdV/MB

Vonnis in kort geding van 29 november 2017

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de rechtspersoon naar het recht van Luxemburg,

SARABEL B.V./S.À.R.L.,

gevestigd te Larochette, Luxemburg,

eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 24 oktober 2017,

advocaat mr. J. Fleming te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. P.J. van der Korst te Amsterdam.

1 De procedure

Ter zitting van 15 november 2017 heeft hebben eisers, hierna gezamenlijk [eisers] en afzonderlijk [eiser sub 1] en Sarabel, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Het voorafgaand aan de zitting namens gedaagde, hierna [gedaagde] , ingediende verzoek tot splitsing van de behandeling (in een gedeelte met betrekking tot de bevoegdheid en een inhoudelijk deel) is afgewezen, om proceseconomische redenen. [gedaagde] heeft aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord tevens houdende bevoegdheidsincident verweer gevoerd met conclusie tot (primair) onbevoegdheid van de voorzieningenrechter en (subsidiair) weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Aan het einde van de zitting is aan partijen gevraagd of zij wilden toezeggen om de zaak tot aan de vonnisdatum te ‘bevriezen’. [eisers] heeft dat ter zitting toegezegd en de raadslieden van [gedaagde] , die zelf niet aanwezig was, hebben [gedaagde] zekerheidshalve hierover na de zitting nog geconsulteerd.

Bij e-mail van 15 november 2017 heeft de raadsman van [gedaagde] namens hem bevestigd dat [gedaagde] tot aan de vonnisdatum (29 november 2017) geen wijziging zal brengen in de status van de licenties waar het in deze zaak om draait en in de Iraanse vennootschappen op wier naam die licenties zijn geregistreerd. In de e-mail staat ook dat de toezegging van [eisers] inhoudt dat hij tot die datum niet op enigerlei wijze rechtsmaatregelen, in welke jurisdictie ook, zal treffen jegens [gedaagde] of aan hem verbonden rechtspersonen of activa.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eisers] : [eiser sub 1] , mr. Fleming, mr. L.M.H.A.A. Hennekens en

mr. I. Koudstaal;

aan de zijde van [gedaagde] : mr. Van der Korst en mr. J. van Bekkum.

2 De feiten

2.1.

[eiser sub 1] , geboren in 1954, en [gedaagde] , geboren in 1987, zijn in 2015 met elkaar in gesprek gegaan over een mogelijke samenwerking met betrekking tot de exploitatie van (aanvankelijk acht en naderhand nog een negende) steengroeven in Iran, het geboorteland van [gedaagde] .

[eiser sub 1] is oprichter en grootaandeelhouder van B&S International B.V. (B&S). B&S richt zich op de handel in luxe consumentengoederen en had in 2016 een omzet van € 1,3 miljard. [eiser sub 1] houdt de aandelen in Sarabel.

[gedaagde] houdt meerderheidsbelangen in vennootschappen die behoren tot de Solid Nature Group, waarvan Solid Nature B.V. (Solide Nature) deel uitmaakt. Solid Nature en haar groepsmaatschappijen richten zich op handel in en toepassen van natuursteen in onder meer hotels.

[eiser sub 1] is aandeelhouder en bestuurder van het door hem opgerichte Sapphire Natural Stone Trading DMCC, gevestigd in [woonplaats] (hierna: Sapphire).

2.2.

Tussen partijen zijn in de periode van 17 juni 2015 tot en met 21 december 2016 (tenminste) elf schriftelijke leningsovereenkomsten afgesloten, waarbij [eisers] leningen verstrekt aan [gedaagde] , voor in totaal € 73,15 miljoen.

In vier van die overeenkomsten (waaronder die van 17 juni 2015, hierna: leningovereenkomst 1) is Sarabel vermeld als de verstrekker van de lening (een bedrag van 10 miljoen euro), in zeven van de overeenkomsten [eiser sub 1] . Van sommige leningen is meer dan één contract overgelegd. Op 14 januari 2016 is nog een twaalfde leningovereenkomst aangegaan waarbij Sapphire een lening (van 2.2 miljoen) aan [gedaagde] verstrekt. In totaal komt daarmee het door [eiser sub 1] en aan hem gelieerde leningen aan [gedaagde] op een bedrag van € 75,35 miljoen.

De leningen zijn aangegaan ten behoeve van “business activities”, voor onbepaalde tijd en er stonden geen zekerheden tegenover.

2.3.

Leningovereenkomst 1 bevat het volgende beding:

12. Governing Law and jurisdiction

This Agreement and all disputes, questions and claims arising out of or in connection with it shall be goverened exclusively by and interpreted in accordance with the laws of the Netherlands. (...)

Disputes in connection with or arising from this Agreement (...) shall be referred exclusively to the competent court in the Netherlands.”

De overige leningovereenkomsten bevatten eenzelfde beding, met uitzondering van de leningovereenkomst van 13 augustus 2015 (tussen Sarabel en [gedaagde] ) en die van 14 januari 2016 (tussen Sapphire en [gedaagde] ), waarin wordt gekozen voor respectievelijk de rechter in Luxemburg en arbitrage in de Verenigde Arabische Emiraten en met dien verstande dat in een van de overeenkomsten gedateerd 7 maart 2016 (tussen [eiser sub 1] en [gedaagde] ) het beding als volgt is geformuleerd:

8.2 Jurisdiction

The court (rechtbank) of Amsterdam, the Netherlands has exclusive jurisdiction to settle at first instance any dispute arising out of or in connection with this Agreement (including a dispute regarding the existence, validity or termination of this Agreement or any non-contractual obligation arising out or in connection with this Agreement).”

2.4.

Op 17 juni 2015 hebben Sarabel en [gedaagde] een Letter of Intent (LoI) ondertekend, waarin [eiser sub 1] is aangeduid als WAB en [gedaagde] als DNM en waarin het volgende staat:

Partijen zijn als volgt overeengekomen:

1. WAB heeft geldlening verstrekt ter hoogte van (...) tien miljoen euro (...) aan DNM;

2. De lening wordt door DNM aangewend om belangen te verwerven in steengroeven;

3. Indien DNM hierin slaagt, zal de geldlening omgezet worden in een samenwerking in een 50-50% aandeelhoudersstructuur van bovengenoemde belangen;

4. De vrije kasstroom uit bovengenoemde belangen zal voor 50% worden aangewend om de lening, c.q. inleg terug te betalen aan WAB;

5. De overige 50% van de vrije kasstroom zal uitgekeerd worden naar rato aan WAB en DNM;

6. Beide partijen brengen hun specifieke kennis in;

7. Solid Nature B.V. zal een korting van 25% krijgen op de commerciële verkoopprijs van de desbetreffende groeven;

2.5.

Onder de gedingstukken (productie 7 van [eisers] ) bevindt zich een “Agreement regarding the facilitation of the acquisition of 8 quarries in Iran”, (hierna: de Letter Agreement) gesloten tussen Sarabel en [gedaagde] op 8 december 2015, waarin onder meer staat dat “(...) [gedaagde] (...) shall render services to Sarabel (...) consisting of any and all services and actions that may be necessary in order to enable and facilitate the acquisition by Sarabel of proper, exclusive and freely transferrable title to the Quarries free from any and all encumbrances. (...)

7.6

This letter agreement is governed by Dutch law and the court of Amsterdam, the Netherlands shall have exclusive jurisdiction and each addressee to this letter irrevocably submits to the jurisdiction of such court.”

2.6.

Op 30 december 2015 heeft [gedaagde] een Update aan [eiser sub 1] gezonden, met als bijlage een document genaamd “Status Iran, overzicht, samenvatting en de priority list, waarin onder meer staat:

[bedrijf gedaagde] (hierna: [bedrijf gedaagde] ) (...) is 2 weken geleden na 40 dagen finaal opgericht en afgewikkeld. Alle licenties worden momenteel overgezet op deze entiteit. De aandelen van deze entiteit zullen worden overgedragen naar Saphire (...).

2.7.

Op 9 februari 2016 heeft Mulders (een adviseur van [eiser sub 1] ) een eerste concept “Cooperation Agreement” (C.A. versie 1) aan [gedaagde] toegestuurd. In de overwegingen daarbij is opgenomen dat [gedaagde] de leningen en aandelen in [bedrijf gedaagde] aan Sapphire overdraagt en [eiser sub 1] op zijn beurt 50% van de aandelen aan [gedaagde] , zodra de leningen zouden zijn terugbetaald. Verder voorzag versie 1 in zekerheden voor de terugbetaling van de leningen, waaronder pandrechten in de aandelen in Solid Nature. [gedaagde] heeft niet ingestemd met versie 1 en de C.A. versie 1 niet ondertekend.

2.8.

Bij e-mail van 1 maart 2016 heeft [gedaagde] aan [eiser sub 1] een ‘samenvatting afspraken’ toegestuurd, waarin onder meer staat:

“• Ik wordt wel aandeelhouder (...) maar de aandelen zullen geen dividendrecht hebben totdat de leningen die zijn vertrekt door jou aan Sapphire zijn terugbetaald (...)

• Ik verpand mijn aandelen in Sapphire aan jou totdat de leningen terug zijn betaald

(...)

• 50% aandelen aan SN (Solid Nature, vzr.) gaan naar jou voor EUR 1 indien er niet wordt gepresteerd

° omzet 2016-2020

• 2016 5 MIO EUR

• 2017 25 MIO EUR

• 2018 40 MIO EUR

• 2019 50 MIO EUR

• 20120 60 MIO EUR

(...)

• indien ik aandelen van SN kwijtraak doordat de prestaties tegenvallen en de omzet lager is dan bovenstaand krijg ik de aandelen weer terug het jaar daarna als de prognose + achterstand van omzet wordt goedgemaakt

• De voordeel van solidnature van 25% vervalt. solidnature betaald de prijzen conform markt

2.9.

In een e-mail van 6 maart 2016 heeft [gedaagde] aan Mulders en [eiser sub 1] onder meer geschreven:

(...) Ik ben het zat. Weer worden tussen de regels door dingen in de overeenkomst gezet die NIET zijn afgesproken. Ik had de overeenkomst bijna getekend en teruggestuurd toen ik het zag, uit vertrouwen op basis van jouw woorden “afgesproken aanpassingen”. (...)

Waarom ben ik boos?

(...)

2. Devaluatie van mijn aandelen als [eiser sub 1] niet een minimum van 25% winst op zijn investering haalt! We zijn toch niet bezig met bankje spelen maar ondernemers!

3. Kwijtraken van mijn aandelen in SN als [eiser sub 1] niet een minimum van 25% winst op zijn investering haalt Erg creatief maar dit is niet de afspraak.”

2.10.

In een e-mail van 19 september 2016 van [gedaagde] aan [eiser sub 1] staat onder meer:

Ik heb je al meerdere malen geschreven dat ik je, ondanks alles, toch een committment zal geven inclusief pandrecht en borgstelling en ook dat mijn finale voorstel voor het contract bij Jan Jaap (de door partijen ingeschakelde bemiddelaar mr. J.J. Schelling, vzr.) etc ligt.

2.11.

Vervolgens zijn meer concepten van een C.A. gewisseld tussen partijen, alsook (op 29 december 2016) een concept Shareholders Agreement (aandeelhouders overeenkomst). Dit heeft echter niet geleid tot definitieve schriftelijke afspraken tussen partijen.

2.12.

In een e-mail van 19 april 2017 heeft [gedaagde] aan [eiser sub 1] meegedeeld de samenwerking te willen beëindigen, te kennen gegeven de exploitatie van de steengroeven alleen te willen voorzetten en daartoe naar Iran te zullen vertrekken.

In die e-mail staat onder meer:

Om het personeel te informeren heb ik de volgende tekst samengesteld die ik dan naar iedereen wil sturen. Het lijkt mij goed dit direct te delen met alle mensen als je het anders ziet hoor ik dat graag want anders stuur ik het in de loop van de dag eruit:

Begin quote:

“Dear team, as all of you know [eiser sub 1] and me had a collaboration. Today [eiser sub 1] and me have decided to end the collaboration and I will continue with the project. (...)”

Eind quote.”

Daarop heeft [eiser sub 1] , eveneens per e-mail, diezelfde dag als volgt gereageerd:

ik heb geen problemen met je quote, echte wij zijn nog niet uit elkaar, ik zou ook liever spreken van de intentie. ik zou het op prijs stellen dat wij daar eerst uitkomen.

voor wij over een definitief uit elkaar gaan spreken.”

2.13.

Op 29 april 2017 heeft [gedaagde] per e-mail een voorstel gedaan, waarin staat dat hij op basis van prognoses en reeds gerealiseerde omzet verwacht dat hij de leningen inclusief rente binnen 5 jaar geheel aan [eiser sub 1] kan terugbetalen. Vervolgens hebben partijen meer e-mails uitgewisseld, en hebben zij met behulp van Schelling getracht een oplossing te bereiken. Ze zijn het niet eens geworden over afwikkeling van de samenwerking en de voorwaarden waaronder dat zou kunnen gebeuren.

2.14.

Sinds april 2017 is slechts één van de steengroeven (Quarries), de negende waarvoor een licentie is verkregen, te weten “Q9” operationeel.

2.15.

Bij brief van 26 juni 2017 heeft [eiser sub 1] [gedaagde] verzocht zijn bereidheid te bevestigen om de samenwerking in de Joint Venture voort te zetten, op de in die brief vermelde voorwaarden (onder meer inhoudend persoonlijke borgstelling van [gedaagde] voor de terugbetaling van de leningen en verpanding van de aandelen in Solid Nature als zekerheid daarvoor).

2.16.

Bij brief van 9 augustus 2017 heeft (de toenmalige raadsman, mr. Van Hezewijk, van) [gedaagde] aan (de raadsman van) [eiser sub 1] onder meer geschreven dat [gedaagde] geen mogelijkheden meer zag om de samenwerking te continueren.

2.17.

Bij e-mail van 20 september 2017 heeft [gedaagde] aan [eiser sub 1] meegedeeld dat een impasse is ontstaan, dat hij [eiser sub 1] voor de mogelijke schade aansprakelijk houdt als de Iraanse overheid concessies voor groeven die niet operationeel zijn, zal terugnemen, en dat [gedaagde] stappen zal moeten nemen ter beperking van schade aan het totale project, zoals het ‘verkopen of verpanden van een of meer van de groeven, het aangaan van samenwerkingsverbanden, etc.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing