Rechtbank Amsterdam, 27-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:10181, 6215837 CV EXPL 17-18240
Rechtbank Amsterdam, 27-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:10181, 6215837 CV EXPL 17-18240
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 juli 2018
- Datum publicatie
- 9 juni 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2018:10181
- Zaaknummer
- 6215837 CV EXPL 17-18240
Inhoudsindicatie
Vordering werknemer tot ongewijzigde voortzetting pensioenregeling na eenzijdige wijziging door werkgever afgewezen. Zwaarwichtig belang door werkgever voldoende aangetoond. Door wijziging geschaad belang werknemer wijkt naar maatstaven van r+b.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 6215837 CV EXPL 17-18240
beschikking van: 27 juli 2018
func.: 21925
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
1 [eiser 1]
wonende te [woonplaats 1]
wonende te [woonplaats 2]
wonende te [woonplaats 3]
eisers
nader te noemen: eisers of afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3]
gemachtigde: mr. L.I. Hofstee
t e g e n
Stichting Autoriteit Financiële Markten
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
nader te noemen: Stichting Autoriteit Financiele Markten
gemachtigde: mr. A. van der Kolk
Het procesverloop
De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:
- dagvaarding van 27 juli 2017 met producties;- conclusie van antwoord met producties van 6 oktober 2017;
- het tussenvonnis van 20 oktober 2017 waarin is beslist dat schriftelijk verder wordt geprocedeerd;- conclusie van repliek met producties van 12 januari 2018;
- conclusie van dupliek met producties van 9 maart 2018;
- akte uitlating producties van 11 mei 2018;
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
1. Uitgegaan wordt van de volgende als rechtens vaststaand aan te merken feiten.
AFM houdt als gedragstoezichthouder toezicht op de financiële markten: sparen, beleggen, verzekeren en lenen.
Eisers zijn op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam voor AFM, laatstelijk in de functie van senior toezichthouder. [eiser 1] , geboren op 6 september 1967, is in dienst sinds 1 september 2006, [eiser 2] , geboren op 18 mei 1982, is in dienst sinds 1 maart 2013 en [eiser 3] , geboren op 31 juli 1972, is in dienst sinds 15 maart 2013.
In artikel 4 van de arbeidsovereenkomst van eisers is bepaald dat eisers deelnemen aan de collectieve pensioenregeling. De voorwaarden van deze regeling zijn opgenomen in het Pensioenreglement, dat onderdeel uitmaakt van de Personeelsgids (hierna: de pensioenregeling).
In artikel 8 van de arbeidsovereenkomst van eisers is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
1. De Werknemer heeft kennis genomen van het bepaalde in de Personeelsgids en verklaart daarmee akkoord te gaan. De inhoud van de Personeelsgids wordt geacht onderdeel van deze arbeidsovereenkomst uit te maken.
In artikel 10 van de arbeidsovereenkomst van eisers is het volgende bepaald:
1. De Werkgever kan één of meer artikelen van deze arbeidsovereenkomst eenzijdig wijzigen, indien hij daarbij een zwaarwichtig belang heeft.
2. Dit zwaarwichtig belang kan verder onder meer, doch niet uitsluitend, bestaan indien sprake is van een wijziging van de zeggenschapsverhoudingen in de onderneming of onderdeel daarvan als bedoeld in artikel 7:662 BW.
3. De Werknemer aanvaardt dat de voorwaarden respectievelijk regelingen genoemd in artikel 8 van deze overeenkomst van tijd tot tijd kunnen wijzigen, in welk geval de gewijzigde voorwaarden van toepassing zullen zijn.
In artikel 25 van de pensioenregeling, zoals die gold tot 1 januari 2016, is het volgende wijzigingsbeding opgenomen:
“1. Indien in de toekomst de bestaande sociale wetten worden gewijzigd of andere
maatregelen met betrekking tot ouderdomspensioen, partnerpensioen en
wezenpensioen worden ingevoerd, heeft de werkgever zich het recht
voorbehouden om, indien en voor zover dat door de wet wordt afgedwongen, de
pensioenregeling aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden.
2. Indien uit de wijziging van de pensioenregeling als bedoeld in het eerste lid een
vermindering van de pensioenaanspraken voortvloeit, dan zal deze niet meer
bedragen dan het bedrag voortvloeiende uit de nieuwe wettelijke voorziening dan
wel het bedrag waarmee een reeds bestaande wettelijke voorziening wordt
verhoogd, met dien verstande dat deze vermindering slechts dan op de
opgebouwde pensioenaanspraken betrekking mag hebben indien en voorzover
de nieuwe wettelijke voorziening daarop betrekking heeft en de Pw vermindering
van aanspraken toelaat. Opgebouwde pensioenaanspraken worden niet
verminderd tenzij dat door de wet wordt afgedwongen. Daarnaast kunnen
verminderingen wel plaatsvinden indien de financiële toestand van de stichting
daartoe dwingt.
3. Ingeval van een vermindering van aanspraken als bedoeld in lid 2, zullen de
hiervoor eventueel geldende wettelijke beperkingen en voorwaarden in acht
worden genomen. De vermindering moet plaatsvinden binnen een jaar na de
datum van invoeren of verhoging van de wettelijke voorziening.
4. Aan de deelnemers wordt opgave gedaan van de gewijzigde pensioenbedragen.
Aanspraken op pensioen, verkregen door eigen bijdragen van deelnemers, zijn
onaantastbaar.
5. Wanneer de werkgever het voornemen heeft gebruik te maken van het recht om
de premiebetaling te verminderen of te beëindigen in geval van ingrijpende
wijziging van omstandigheden zoals bepaald in artikel 12 Pw, deelt hij dit
onverwijld schriftelijk mee aan het bestuur en aan degenen wier aanspraak op
pensioen of recht op pensioen daardoor wordt getroffen. Het bestuur past dit
reglement vervolgens aan aan de gewijzigde omstandigheden. De opgebouwde
pensioenaanspraken en pensioenrechten kunnen in dat geval uit hoofde van de
omstandigheid zoals beschreven in dit lid niet worden gewijzigd.”
Van oktober 2015 tot en met december 2015 hebben de ondernemingsraad van AFM (OR) en het bestuur overlegd over een wijziging van de pensioenregeling.
Bij brief van 25 november 2015 heeft het bestuur aan de OR een daartoe strekkend instemmingsverzoek voorgelegd. De wijzigingen houden het volgende in:
“7. Pensioenregeling systematiek
(...)
Wijziging:
• De nieuwe pensioenregeling wordt per 1-1-2016 gebaseerd op het CDC-principe (Collective Defined Contribution).
• Werkgever en medewerker spreken gezamenlijk een vast (of maximum) premieniveau af, uitgedrukt in een percentage van de salarissom: vaste pensioenpremie van 25% van de ongemaximeerde loonsom. Deze premie wordt in het pensioenfonds gestort.
• Het pensioenfonds berekent jaarlijks de kostendekkende premie. Indien de vaste premie hoger is dan de kostendekkende premie, wordt de geambieerde opbouw uit de pensioenregeling ingekocht. Een eventueel overschot wordt aangewend voor beperking / voorkoming korting jaaropbouw, korting pensioenaanspraken (actieven en gewezen deelnemers) en indexatie van de actieven.
• Berekening kostendekkende premie: gedempte premie op basis van reëel verwacht rendement.
• Indien de kostendekkende premie hoger is dan de overeengekomen vaste premie, dan wordt de geambieerde pensioenopbouw in dat betreffende jaar zodanig verlaagd dat de kostendekkende premie gelijk is aan de overeengekomen vaste premie.
8 Werknemersbijdrage
• Huidig beleid
In 2015 betaalt de medewerker een eigen bijdrage van maximaal 5% van de ongemaximeerde loonsom. De AFM betaalt alle overige kosten.
• Wijziging
o In de nieuwe regeling wordt de eigen bijdrage verhoogd naar 6% van de gemaximeerde loonsom gedurende 2016 tot en met 2020.
o Vanaf 2021 stapsgewijs (lineair) in 5 jaar naar verhouding 30-70 werknemers-werkgeverspremie van de kostendekkende premie.
Compensatie-overgangsregeling
Gedurende de eerste 5 jaar bedraagt de eigen bijdrage voor de medewerker in dienst op 31-12-2015 5% van de gemaximeerde loonsom tot 2021.
9 Indexatie
• Huidige beleid
Onvoorwaardelijke indexatie voor actieven (100% loonindex).
• Wijziging
In de CDS-systemantiek wordt de indexatie voorwaardelijk voor
actieven en o.b.v. loonindex.
• Compensatie-overgangsregeling
Voor de medewerker in dienst op 31-12-2015 wordt het huidige
indexatiebeleid gecontinueerd (onvoorwaardelijk) tot een
maximum van 1,5% loonindexatie per jaar gedurende de periode
van 2016 tot en met 2025.