Rechtbank Amsterdam, 21-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1601, C/13/626933 / HA ZA 17-360
Rechtbank Amsterdam, 21-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1601, C/13/626933 / HA ZA 17-360
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 maart 2018
- Datum publicatie
- 2 mei 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2018:1601
- Zaaknummer
- C/13/626933 / HA ZA 17-360
Inhoudsindicatie
Overboeking naar verkeerde rekening. Bank niet tot naam nummer controle gehouden. Protocol overschuldigde betaling. Bank van ontvanger niet gehouden tot actie om gelden te blokkeren op rekening van haar cliënten. Geen wetenschap van gevaar voor derden.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/626933 / HA ZA 17-360
Vonnis van 21 maart 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. B. Santen te Amsterdam,
tegen
1. de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. A.J. Haasjes te Amsterdam,
2. de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
Partijen worden hierna [eiser] , ABN Amro en ING genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 18 oktober 2017 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- -
-
het proces-verbaal van de op 8 februari 2018 gehouden comparitie met de daarin genoemde stukken en proceshandelingen,
- -
-
de brief van de raadsman van ABN Amro van 20 februari 2018 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal,
- -
-
de akte vermindering van eis.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] bankiert al geruime tijd bij ABN Amro. Op 5 en 6 februari 2014 heeft hij via het internetbankierenprogramma van ABN Amro van zijn betaalrekening twee overboekingen gedaan van respectievelijk € 22.000 en € 70.019,99. Het was de bedoeling de gelden over te maken naar zijn spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Daartoe diende hij het IBAN-nummer van Nationale Nederlanden [IBAN-nummer 1] te gebruiken en het door Nationale Nederlanden aan [eiser] toegekende referentienummer [referentienummer] te vermelden.
[eiser] heeft bij beide overboekingen in het digitale overboekingsformulier zijn eigen naam als begunstigde en als rekeningnummer van de begunstigde ingevuld: [referentienummer] . Na invulling van dit nummer is een pop-up op het scherm verschenen, waarin werd gevraagd of [eiser] het IBAN-nummer [IBAN-nummer 2] bedoelde. [eiser] heeft de betalingen naar dit nummer vervolgens geaccordeerd.
De houder van de rekening met het nummer [IBAN-nummer 2] is [naam 1] (hierna: [naam 1] .). Hij heeft het op zijn rekening van [eiser] ontvangen geld in twee delen op 19 respectievelijk 20 februari 2014 overgeboekt naar de rekening van zijn zoon [naam 2] (hierna: [naam 2] .) bij ING. [naam 2] . heeft vervolgens het geld overgemaakt naar twee andere spaarrekeningen die hij bij ING aanhoudt en naar een rekening van hem bij ABN Amro. Van de ING-rekeningen is het geld in gedeeltes overgemaakt naar een betaalrekening van [naam 2] . bij ING, waarvan het vervolgens in de periode tot 18 maart 2014 grotendeels is opgenomen dan wel uitgegeven.
Op 1 maart 2014 heeft [eiser] ontdekt dat het geld niet op zijn spaarrekening terecht was gekomen. Hij heeft op die dag bij ABN Amro gemeld dat de bedragen abusievelijk op een onjuist rekeningnummer waren overgeboekt.
Bij brief van 4 maart 2014 heeft ABN Amro aan [eiser] geschreven, voor zover hier van belang:
“Wij hebben uw navraag van EUR 70.019,99 geboekt van rekeningnummer (...) in behandeling genomen. Voor 28 maart 2014 zullen wij u antwoord geven. (...)”
Bij brief van 5 maart 2014 heeft ABN Amro [naam 1] . aangeschreven met het verzoek de ten onrechte naar zijn rekening overgemaakte bedragen terug te storten. Verder is in die brief opgenomen dat de klant vanaf 26 maart 2014 aan ABN Amro kan vragen de naam en adresgegevens van [naam 1] . te verstrekken. Op deze brief is niet gereageerd.
Op 5 maart 2014 heeft ABN Amro ING geïnformeerd over de betaling van [eiser] naar de rekening van [naam 1] . en dat [eiser] stelde dat dit een onjuiste betaling betrof.
Op 10 maart 2014 heeft ABN Amro nog een brief gestuurd aan [naam 1] . met het verzoek de gelden terug te betalen.
[eiser] heeft op 14 maart 2014 conservatoir beslag gelegd op de bankrekening van [naam 1] . bij ING.
ING heeft [eiser] bij brief van 21 maart 2014 bericht dat het op 14 maart 2014 gelegde beslag geen doel heeft getroffen.
Bij brief van 25 maart 2014 heeft ABN Amro aan [eiser] de gegevens van [naam 1] . verstrekt.
Bij vonnis van 11 april 2014 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer de vordering van [eiser] tegen ING om de door hem onterecht overgeboekte bedragen terug te storten, althans deze veilig te stellen, afgewezen.
Bij vonnis van 14 januari 2015 van deze rechtbank zijn [naam 1] . en [naam 2] . hoofdelijk veroordeeld om aan [eiser] € 92.019 te betalen, vermeerderd met rente en kosten. In dat geding is [naam 1] . niet verschenen. In het vonnis is onder meer overwogen dat [naam 2] . zich samen met [naam 1] . het van [eiser] afkomstige geld heeft toegeëigend en dat zij samen onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld.
Bij brief van 23 mei 2016 heeft ABN Amro in antwoord op een brief van de raadsman van [eiser] van 26 april 2016 aan hem geschreven, voor zover hier van belang:
“Wij hebben een onderzoek ingesteld en de bank vergoed de schade niet. Cliënt heeft al eerder geklaagd over hetzelfde onderwerp. Aanvullend op onze brieven van 20 februari 2015 en 15 mei 2014 lichten wij het volgende toe.
(...)
Adresboekfunctie
Cliënt verwijt ABN AMRO dat de adresboekfunctie binnen Internet Bankieren op 5 en 6 februari 2014 niet werkte. Als gevolg daarvan stelt Cliënt dat hij een onjuiste combinatie van naam en bankrekeningnummer heeft ingevoerd, hetgeen tot de foutieve betalingen heeft geleid.
Op 5 en 6 februari 2014 heeft ABN Amro geen verstoring met de adresboekfunctie gehad. Voorafgaande aan de betalingen op 5 februari 2014 stond nummer [referentienummer] niet in het Internet Bankieren adresboek van Cliënt. Cliënt heeft op 5 februari 2014 (...) het volgende adres: Nationale Nederlanden, rekeningnummer [IBAN-nummer 2] in zijn adresboek toegevoegd. Op 31 oktober 2014 (...) heeft Cliënt dit adres gewijzigd naar rekeningnummer [IBAN-nummer 3] .
Foutief IBAN rekeningnummer
(...)
Cliënt heeft zelf een verkeerd bankrekeningnummer ingevoerd. Cliënt had het geld moeten overboeken naar het (algemene) bankrekeningnummer van Nationale Nederlanden met in de omschrijving nummer [referentienummer] . Voor eigen fouten is de rekeninghouder zelf verantwoordelijk. Volgens artikel 9.2 van de Voorwaarden Betaaldiensten Particulieren (januari 2014) is de bank niet verplicht om te controleren of de naam van de begunstigde en andere gegevens in de opdrachten van Cliënt juist zijn. De bank voert opdrachten uit op basis van het rekeningnummer van de begunstigde dat Cliënt in de opdracht vermeldt.
Controleren bankrekening
Als derde punt verwijt Cliënt de bank dat er geen gebruik is gemaakt van het Internet Bankieren ingebouwde controlemechanisme voor de juistheid van het bankrekeningnummer.
De bank is niet verplicht tot naam-nummer controle. Buiten dit feit om is rekeningnummer [IBAN-nummer 2] een bestaand correct rekeningnummer. Waar het hier om gaat is dat Cliënt überhaupt geen geld over had moeten maken naar nummer [referentienummer] maar naar het algemene nummer van Nationale Nederlanden.
Veilig stellen gelden
Cliënt stelt dat ABN AMRO niet alles in het werk heeft gesteld om ING ertoe te bewegen de ontvangen betalingen veilig te stellen.
De bank van de opdrachtgever moet een redelijke inspanning doen om het bedrag terug te verkrijgen. Dit is wettelijk geregeld. De banken in Nederland hebben hiervoor een de volgende procedure afgesproken. De bank van de opdrachtgever vraagt hierbij de NAW-gegevens van de ontvanger van het geld op en stuurt aan de ontvanger een verzoek tot terugbetaling. Als de ontvanger niet reageert mag de bank de NAW-gegeven aan de opdrachtgever verstrekken. De opdrachtgever kan dan zelf contact zoeken met de ontvanger van het geld. De bank van de ontvanger speelt geen rol in de procedure die de Nederlandse banken met elkaar hebben afgesproken. In artikel 4 van de ABN AMRO Voorwaarden Cliëntrelatie is bepaald dat de bank foutieve boekingen kan herstellen. Het gaat hier om fouten van de bank zelf, niet om vergissingen van de opdrachtgever van een betaling.
ABN AMRO heeft na de melding van Cliënt op 4 maart 2014, op 5 en 10 maart 2014 de ontvanger van het geld benaderd. De ontvanger van het geld heeft niet binnen de hiervoor gestelde termijn gereageerd. ABN AMRO heeft vervolgens aan Cliënt op 25 maart 2014 de naam, adres en woonplaats gegevens vrijgegeven van de ontvanger van het geld en daarmee aan haar plicht voldaan. (...)”
3 Het geschil
[eiser] vordert na vermindering van eis – samengevat – hoofdelijke veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van ABN Amro en ING tot betaling van € 77.019,99, vermeerderd met rente en kosten en verminderd met door [eiser] uit hoofde van het door hem onder het UWV ten laste van [naam 1] . gelegde derdenbeslag te ontvangen bedragen.
Daartoe stelt hij kort gezegd dat ABN Amro en ING hun zorgplicht jegens hem hebben geschonden.
[eiser] verwijt ABN Amro dat de adresboekfunctie op 5 en 6 februari 2014 niet werkte en dat daardoor een onjuiste combinatie van rekeningnummer en naam is ingevoerd waardoor de foute betalingen hebben plaatsgevonden, dat een onjuist nummer verscheen dat noch aan hem noch aan Nationale Nederlanden toebehoorde, ondanks het feit dat hij zijn eigen naam had ingevoerd en dat het internetbankierenprogramma van ABN Amro ten onrechte niet heeft gecontroleerd of het bankrekeningnummer klopte. ABN Amro had gezien de ongebruikelijke en substantiële hoogte van de over te boeken bedragen een extra nummercontrole moeten uitvoeren.
Na [eiser] ’ eerste melding heeft ABN Amro niet al het mogelijke gedaan om ING ertoe te bewegen de betalingen ongedaan te maken, althans de rekeningen van [naam 1] . te blokkeren. Zij heeft terugbeltoezeggingen niet gehonoreerd en [eiser] pas in een te laat stadium de gegevens van [naam 1] . gegeven. ABN Amro kon gelet op de lange klantrelatie met [eiser] en het feit dat het evident was dat hij een fout had gemaakt bij de overboekingen niet volstaan met het sturen van een briefje aan [naam 1] . Zij had ING ervan moeten overtuigen direct actie te ondernemen. Overigens heeft ABN Amro inzage in het dossier geweigerd waardoor [eiser] niet kan nagaan waaruit haar inspanningen hebben bestaan zodat [eiser] stelt dat zij geen enkele inspanning heeft verricht.
[eiser] verwijt ING dat zij onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door na de melding van de onjuiste overboekingen niet onverwijld al het mogelijke te doen om de betalingen ongedaan te maken althans tenminste de betaalrekening van [naam 1] . en [naam 2] . zodanig te blokkeren dat de gelden zoveel mogelijk hadden kunnen worden veiliggesteld. ING wist dat het geld zich op hun rekeningen bevond en dat zij onrechtmatig handelden. Zij had daarom maatregelen moeten nemen. De algemene bankvoorwaarden bepalen dat de bank bevoegd is een fout te herstellen en een onterechte overboeking ongedaan te maken. Ze bepalen ook dat de cliënt geen oneigenlijk of onrechtmatig gebruik mag maken van de rekening. Daarom kon ING de rekeningen blokkeren. Als ING voortvarender was opgetreden, hadden de gelden veilig gesteld kunnen worden. Door dat na te laten heeft ING in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt en dus onrechtmatig gehandeld. ING had in elk geval de gelden, in afwachting van definitieve duidelijkheid over de vraag of de betalingen onverschuldigd zijn gedaan, veilig moeten stellen zolang ze binnen haar domein waren. Zij had in elk geval de overboeking van de rekening van [naam 1] . naar die van [naam 2] . en de contante opnames van de rekening van [naam 2] . moeten blokkeren. Het was immers evident dat zij niet bevoegd waren om over de gelden te beschikken.
ABN Amro en ING voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.